Analyse Planbureau voor de Leefomgeving

Na energieblunder zijn de rekenmeesters ineens politiek doelwit

Beeld Gees Voorhees

Nu duidelijk is dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) zijn ramingen op oude cijfers heeft gebaseerd, legt minister Wiebes de schuld voor de energierekeningblunder subtiel bij de rekenmeesters. Die liggen nu volop onder vuur. Wat betekent dat voor de doorrekening van het concept-Klimaatakkoord dat het PBL op 13 maart presenteert?

Twee weken geleden had Eric Wiebes zijn roze energiebril nog steeds niet afgezet. Op 5 februari jongstleden schreef de minister van Economische Zaken aan de Tweede Kamer dat de gemiddelde energierekening voor huishoudens dit jaar met ongeveer 108 euro zou stijgen, ‘gebaseerd op cijfers van het Planbureau voor de Leefomgeving uit 2017’. Op dat moment konden diezelfde huishoudens al aan de gepeperde energierekening van januari aflezen dat Wiebes de financiële schade flink onderschatte. Dat donkerbruine vermoeden van de burger werd dit weekend bevestigd door het CBS, dat aankondigde dat gezinnen dit jaar gemiddeld 334 euro meer kwijt zullen zijn aan energie dan vorig jaar. In december hadden twee prijsvergelijkingssites dit ook al voorspeld. Die inschattingen deed Wiebes’ staatssecretaris Mona Keijzer tijdens het daarop volgende Kamerdebat af als onzin en ‘bangmakerij’.

Na de CBS-publicatie van zaterdag moest Wiebes alsnog erkennen dat hij er naast zat met zijn 108 euro. In zijn publieke excuses verlegde hij de aandacht handig van zijn eigen foutieve informatie naar de verkeerde voorspelling van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Hij had het Nederlandse volk en de Tweede Kamer beter moeten uitleggen dat de PBL-raming die hij gebruikte ‘niet meer kakelvers’ was, zei Wiebes tegen de NOS. ‘Zo van: jongens, denk eraan dat dit ramingen zijn en dat het niet zeker is dat het bij deze getallen blijft. Ramingen kunnen ernaast zitten.’

Achterhaald

Ineens ging het in Den Haag niet meer over de vraag waarom Wiebes en Keijzer tegen de klippen op vasthielden aan een (voor hen gunstige) prognose van twee jaar geleden, hoewel ze wisten dat die allang achterhaald was. In plaats daarvan kwam woensdag het PBL onder vuur te liggen. Dit planbureau heeft, zo blijkt nu, de prijsontwikkelingen op de energiemarkt immers verkeerd voorspeld. De gas- en stroomprijzen zijn meer gestegen dan het PBL twee jaar geleden dacht, waardoor de huishoudelijke-energierekening in 2019 hoger uitvalt dan de rekenmeesters destijds voorzagen.

Voor sommige Tweede Kamerleden is dat reden om de betrouwbaarheid van het PBL in twijfel te trekken. Deugen de rekenmodellen van het planbureau wel? En: hoe serieus moeten we de ramingen van het PBL eigenlijk nemen? CDA-fractievoorzitter Sybrand Buma zei dinsdag: ‘Met dit soort modellen kunnen wij niet werken. De cijfers moeten beter op orde zijn.’ GroenLinks-Kamerlid Tom van der Lee klaagde dat ‘het PBL modellen gebruikt die nog niet goed zijn uitgewerkt’ en VVD-Kamerlid Dilan Yesilgöz wilde van Wiebes weten ‘hoe het nou kan dat die aannames en prognoses zoveel afwijken van de huidige cijfers en wat dit betekent voor de doorrekening van het Klimaatakkoord’.

De kritiek komt voor het PBL op een ongelukkig moment. Op 13 maart presenteert het PBL zijn tot nu toe misschien wel allerbelangrijkste rapport: de doorrekening van het concept-Klimaatakkoord. Het PBL moet beoordelen of de beleidsvoorstellen van de vier coalitiepartijen en van Ed Nijpels’ Klimaattafels volstaan om de Nederlandse broeikasgasuitstoot voor 2030 met 49 procent terug te dringen. Het rapport is van grote politieke betekenis, want het klimaatbeleid is een pijler onder het regeerakkoord. De politieke gevoeligheid ervan wordt nog extra vergroot doordat het een week voor de provincialestatenverkiezingen verschijnt.

Al jaren kritiek

De kritiek op de rekenvaardigheid van het PBL komt niet geheel uit de lucht vallen. CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt waarschuwt al jaren dat het PBL de gedragseffecten van fiscale maatregelen ter bevordering van elektrisch rijden zwaar onderschat. Telkens blijkt weer dat Nederlandse leaserijders massaal overstappen op hybride of elektrische automodellen die de overheid fors subsidieert. Jaar na jaar levert dat begrotingstegenvallers op. Dat het PBL die gedragseffecten onderschat ligt volgens Omtzigt aan fouten in het hiervoor gebruikte Carbontax-rekenmodel.

Ook de milieubeweging is ontevreden over de PBL-ramingen. De kritiek uit die hoek luidt dat het PBL achterhaalde, te lage CO2-emissiecijfers gebruikt bij het doorrekenen van het concept-Klimaatakkoord. Die cijfers komen uit hetzelfde gedateerde rapport als de foutieve prognose over de energierekening. De opdracht aan de Klimaattafels om in totaal 48,7 megaton broeikasgas te reduceren is gebaseerd op die Nationale Energieverkenning uit mei 2017. Destijds berekende het PBL dat die CO2-reductie voldoende zou zijn om in 2030 uit te komen op een 49 procent lagere CO2-uitstoot, het tussendoel uit het regeerakkoord en de Klimaatwet.

Inmiddels, twee jaar later, staat echter vast dat de Nederlandse CO2-uitstoot in 2017 en 2018 hoger was dan het PBL vooraf had ingeschat. Dat betekent, aldus de milieubeweging, dat de uitstoot met veel meer dan 48,7 megaton CO2 omlaag moet om de klimaatdoelen te halen. De doorrekening die het PBL volgende maand presenteert is, kortom, bij voorbaat achterhaald en te optimistisch.

Extern bureau

Het PBL verweerde zich woensdag met een persbericht tegen de kritiek. Het planbureau ontkent niet dat de reductieopgave uit het Klimaatakkoord mogelijk te laag is, maar wil de doelpalen niet tijdens de wedstrijd verzetten. De Klimaattafels hebben negen maanden moeizaam onderhandeld over het bijeenschrapen van die 48,7 megaton. Om dan halverwege de onderhandelingen te melden dat er nog een flinke schep bovenop moet is dan niet handig, suggereert het PBL. ‘Het zou verwarring teweegbrengen en het proces verstoren als we deze cijfers uit 2017 nu niet als basis voor de doorrekening van de klimaatplannen zouden nemen.’ Het PBL maakt in oktober een nieuwe energieverkenning. Als uit die nieuwe raming blijkt – wat waarschijnlijk is – dat de CO2-uitstoot hoger is dan eerder aangenomen, moet het kabinet aanvullende klimaatmaatregelen nemen. Tenminste: als het de gestelde klimaatdoelen wil halen.

In reactie op Omtzigts kritiek op het autobelastingenmodel zegt een PBL-woordvoerder dat die berekeningen worden gemaakt door een extern bureau, Revnext, omdat het PBL niet over een geschikt rekenmodel beschikt. Volgens de woordvoerder is het PBL al met Revnext aan het bekijken of en hoe het autobelastingenmodel verbeterd moet worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.