Na een kwarteeuw gevallen voor Dazzle Ships van OMD



Er zijn van die platen die als ‘mislukking’ de geschiedenis in gegaan zijn waar je nooit enige moeite aan gedaan hebt te ontdekken waarom precies. Soms omdat het hele oeuvre van desbetreffende artiest dat etiket van jou wel mag hebben, en soms omdat het gewoon evident is dat het hier een mislukking betreft van een band of artiest die je wel bevalt.

Eerste categorie is voor mij Live. Echt nooit ene moer aangevonden ook niet aan hun ‘meesterwerk’ Throwing Copper. Tweede categorie is ABC. Hun debuut Lexicon Of Love uit 1982 vond ik destijds een schitterende popplaat. Over the top maar geweldig geproduceerd. Vind ik nog altijd.

Opvolger Beauty Stab was een drama. De band had alles wat ze bijzonder maakten bewust genegeerd en kwam met een afgrijselijk rockalbum dat terecht volkomen flopte.

Ik blijf even in de vroege jaren tachtig, in 1983 om precies te zijn. OMD, voorheen Orchestral Manoeuvres In The Dark bracht dat jaar de opvolger van hun frappante succes Architecture And Morality uit. Die plaat met de hit Maid Of Orleans.

Dazzle Ships heette die plaat, en die was aan de straatstenen niet kwijt te raken. Liefhebbers van (elektronische) zwijmelnummers die de band net ontdekt hadden, haakten af. Liefhebbers van opgewekte synthipop deuntjes (Electricity, Enola Gay)zoals de band uit Liverpool die op hun eerste twee platen presenteerde, waren al afgehaakt. De Top 40 status van de groep maakte de band voor een beetje ‘new wave’ fan (zoals ik) verdacht.

Ik kan me niet herinneren die plaat ooit opgezet te hebben, en ik kan me ook niet herinneren er iemand wel eens enthousiast over gehoord heb. Het was gewoon een flop, volgens mij overal.

OMD krabbelde er weer bovenop maar zo succesvol als in 1982 werden ze nooit meer.

De afgelopen paar jaar leek iets met die status van mislukking te veranderen. Ik las er hier en daar een paar aardige dingen over en collega Gert Jonkers, zo meen ik me te herinneren, vertelde ook een keer dat hij de plaat geweldig vond.

Dazzle Ships werd daarmee zo’n plaat die ik me voornam te kopen als ik ‘m ergens tweedehands op vinyl zag staan. Dat is nog altijd niet gebeurd, maar sinds gisteren heb ik met hulp van Spotify de plaat al een keer of vijf gedraaid, en ik vind ‘m echt geweldig.

De aanleiding is het boekje dat ingesloten zit bij de nieuwe deluxe uitgave van Saint Etienne’s debuutalbum Foxbase Alpha uit 1991.

Ik ben sinds ik in 1990 hun house-versie van Neil Youngs Only Love Can Break Your Heart een groot fan van de band, en had die debuut-lp alleen op lp-formaat. Prachtige hoes etc. vandaar.

Ik ben dolblij met die nieuwe uitgave, maar daar kom ik een andere keer nog wel eens op terug. Eerst even OMD.

Een van de twee breinen achter Saint Etienne, popjournalist Bob Stanley stelt in de zeer inzichtelijke liner-notes dat ze tijdens het werken aan hun debuut Dazzle Ships als voorbeeld hadden (samen met The Who Sell Out en de Head soundtrack van de Monkees).

Met dit in gedachten ben ik eindelijk naar Dazzle Ships gaan luisteren, (leve Spotify!) en ik begreep meteen wat Stanley bedoelde. De plaat is ook collage-achtig opgebouwd. Rare stemmen, wonderlijke sounds en vooral: een heel bijzondere sfeer.

Het eerste nummer Genetic Engineering greep me meteen bij de lurven. De zelfde maniakale gedrevenheid en zelfs gelijkwaardige muzikale structuur als Arcade Fire op z’n best.

Echt waar, geen woord overdreven. De rest is anders van stijl maar er staat geen liedje op dat niet opvalt. En die gitaren als intro van het laatste nummer het prachtige Out Of All The Things We Made: wow, shoegaze maar dan zes jaar eerder.

Wat een ontdekking die plaat. Wat me nog het meest opvalt is dat Dazzle Ships geen moment gedateerd klinkt, iets dat ook geldt voor platen van Depeche Mode uit die tijd, maar niet voor zo ongeveer alle rockplaten uit de vroege-tot-midden jaren tachtig.

1983 was een bizar slecht jaar voor de popmuziek, dat kan ik me nog goed herinneren. Er waren drie platen die er voor mij uitsprongen in dat jaar: Soul Mining van The The, Swordfishtrombones van Tom Waits en Punch The Clock van Elvis Costello & The Attractions. Al vond ik die Costello al beduidend minder dan voorganger Imperial Bedroom. Het was een raar jaar omdat de serieuze new wave lichting (The Sound, Comsat Angels) het een beetje liet afweten en de synthipop- en new romantic-bands als Human League, Duran Duran en Spandau Ballet, steeds ‘kommersjeler’ werden (met succes overigens, ook in de VS).

Lichtpuntjes waren singles: Blue Monday van New Order en natuurlijk de eerste twee singles van The Smiths. Ook was ik onder de indruk van de EP Death Party van de Gun Club. Pas in 1984 zou (voor mij) blijken dat er in 1983 in de VS veel prachtige underground gitaarbands aan de weg timmerden. Maar dat wist ik toen nog niet. Ik kende Murmur, de debuutplaat van R.E.M, die ook in 1983 verscheen, maar die deed me niet vreselijk veel.

Had ik in 1983 oren gehad naar Dazzle Ships als iemand me er toen op gewezen had? Zou best kunnen. Er zijn zoveel vage platen uit die tijd, die ik graag mooi wilde vinden, waar ik nu alleen maar om kan lachen (Me And The Heat).

Een mens is nooit te oud om te leren, ook een popjournalist niet. Nu nog even op zoek naar de vinyl-versie. En zou Arcade Fire Dazzle Ships kennen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden