Na één e-mailtje de zekerheid opzij

Twee keer reikten beachvolleybalsters Rebekka Kadijk (23) en Marrit Leenstra (28) dit seizoen tot de halve finales van de World Series....

Uit een zijvak van de sporttas steekt de punt van een zak spekkies. Uit dezelfde tas tovert Marrit Leenstra (28) een zak gomballen uit Japan. 'We zijn ontzettende snoepers', zegt ze, terwijl ze haar pannenkoek rijkelijk voorziet van stroop en poedersuiker en een warme chocolademelk met slagroom bestelt.

Het snoepen is de beachvolleybalsters, zelfs als ze even later in strakke bikini's over het strand van Scheveningen rollen, overigens niet aan te zien. Eén setje beachen in de brandende zon kost zoveel brandstof dat daar nauwelijks tegenop te eten is. Het leven van het bruin verbrande Nederlandse topduo heeft de schijn van één lange betaalde, sportieve vakantie.

'Dat is het ook', lacht Rebekka Kadijk (23) als ze voorrekent dat ze zeven maanden per jaar onderweg zijn naar exotische oorden als Brazilië, Rhodos, Australië en Mexico. 'Gelukkig hebben we geen van tweeën problemen met reizen of om lang van huis te zijn. Natuurlijk heb je wel eens mindere perioden. Als je met 45 graden in Turkije uit het vliegtuig stapt, is het echt hard werken. En een week later is het in Noorwegen gewoon weer 15 graden met regen.'

Leenstra: 'Alles staat in dienst van beachvolleybal. Je traint, je speelt óf je bent onderweg. Ik ben deze zomer nog geen dag voor mezelf op het strand geweest.'

Waar Kadijk stopt, vult Leenstra aan. En andersom. Als ze elkaar een dag niet zien, bellen ze minstens twee keer. Ellenlange gesprekken om niks. Het samenspel, begonnen met een e-mailtje richting Italië, groeide uit tot een innige vriendschap. Anderhalf jaar geleden kenden ze elkaar alleen van hoi en dag.

Kadijk: 'Of ze aardig was stond voor mij niet voorop. Het is mooi meegenomen, maar het belangrijkste was dat we allebei graag wilden beachvolleyballen. Marrit heeft een mentaliteit waarmee je heel ver kunt komen. Dat trok me aan. En ze is een trainingsdier, net als ik. Alles wijkt voor de sport. Dat is belangrijk als je een bepaald doel voor ogen hebt.'

Dat doel zijn de Spelen van Athene waar Kadijk iets heeft recht te zetten. In Sydney speelde ze met haar zus Deborah een toernooi dat bij voorbaat gedoemd was te mislukken. Gekrakeel over kleding die niet aan de juiste eisen voldeed, het gemis van een bondscoach en een gebrekkige organisatie in Nederland stonden een goed optreden in de weg.

Sindsdien is er veel veranderd. De bondscoach kan zich steeds vaker vrijmaken om mee te gaan naar het buitenland. Buitenlandse trainingsstages worden geregeld en betaald, er is een permanent trainingscentrum in Aalsmeer, er wordt een redelijk salaris verdiend, en de organisatiestructuur staat vast. Voor Deborah, wegens blessures genoodzaakt om te stoppen, kwam die ommekeer te laat. Rebekka Kadijk, die de moed al had opgegeven, waagde nog één poging.

Leenstra: 'Rebekka stuurde een e-mail toen ik nog in Italië speelde. Ik was al langer op zoek naar een partner. Ik had nog vijf jaar in Italië, Frankrijk of Spanje kunnen volleyballen, maar dat waren kopieën geweest van de voorgaande jaren. Daar was ik een beetje op uitgekeken.

`Natuurlijk zet je dan al je zekerheid opzij. Maar geld vond ik niet het belangrijkste. Je hebt ook nog te maken met ambitie, passie en plezier in volleybal. Dat trekt me hierin aan. De sport is individueler en completer. Het is intenser. Verliezen is erger, winnen fijner.'

De angst dat international Leenstra het Nederlandse team zou gaan missen, of de competitie, was ongegrond. De successen met Kadijk, die niet lang uitbleven, overtuigden de twee van hun keuze.

'Het klikte direct', zegt Leenstra. `En de resultaten zijn goed. Ik haal er zoveel voldoening uit. Beachvolleybal wordt nog wel eens onderschat, maar als je sommige topwedstrijden ziet, dat is fantastisch. Daar heb ik heel veel bewondering voor.'

Wereldtop zijn ze al. Gouden medaillekandidaat in Athene 2004 nog niet. Maar daarvoor moet twee jaar tijd voldoende zijn, denken Leenstra en Kadijk aan de vooravond van het NK beach in Scheveningen. Een Nederlandse titel is op voorhand verzekerd. 'Maar de bal blijft rond', haast Kadijk zich te zeggen, met een blik op de donkere wolken die over zee jagen. 'Regen en storm zullen niet in ons voordeel zijn.'

Leenstra: 'Zo'n kampioenschap brengt altijd spanning met zich mee. Het is in Nederland, en het publiek is erg kritisch. Je moet laten zien dat je de beste bent. Voor jezelf, maar zeker ook voor het publiek.'

De weersvoorspellingen voor het weekeinde zijn gunstiger. Hoewel opgeleid in barre Nederlandse omstandigheden staat het tweetal er in het internationale circuit inmiddels om bekend mooi-weer-spelers te zijn.

'Hoe warmer hoe beter onze conditie', zegt Kadijk. 'Iedereen valt dan om, maar wij vallen als laatste', vult Leenstra aan.

De verklaring is simpel. Het zijn juist de koude Hollandse winters die het tweetal aansporen tot tempotrainingen om warm te blijven. De conditie is volgens Kadijk daardoor beter dan die van de Braziliaanse dames die immers het hele jaar door een rustig leeftempo hanteren.

'Ook dat hebben we moeten leren. Om veel tijd te nemen tussen de rally's. Wij bleven maar in hetzelfde tempo doorgaan, maar in die hitte kan dat niet. Je moet versnellen als je voorstaat en vertragen als je achterstaat', aldus Leenstra.

Die ervaring leverde Leenstra en Kadijk dit seizoen al twee halvefinaleplaatsen op in de World Series. Maar zo zijn er nog legio aanpassingen nodig om de uiteindelijke ambities waar te maken. Het omgaan met de wind (vooral voor Leenstra nog geen automatisme), tactiek, het blok (voor Kadijk aandachtspunt) en de sprongservice krijgen de komende winter veel aandacht. En ook in de begeleiding is nog ruimte voor verbetering.

'Die Braziliaanse dames verschijnen op toernooien met zes man begeleiding. Die wórden gestretcht', zegt Leenstra. Met minder neemt ze overigens ook genoegen. Een vaste masseur en een vast trainingskoppel voor de winter is echter geen overbodige luxe.

Leenstra: 'We gaan nu pas naar de fysio als we echt iets hebben. Eigenlijk zou je preventief moeten werken. Maar wat we echt nodig hebben, is een mannelijk koppel dat ons niet van het veld afslaat, maar waar we het wel heel moeilijk tegen hebben. We trainen altijd overdag, twee keer twee uur, zes dagen in de week, dus is het heel moeilijk om daar mensen voor te vinden. Als je die wilt vrijmaken van werk gaat dat veel geld kosten.'

Geld is er, met de komst van sponsor Ben, wel meer, maar nog niet voldoende. Binnenkort volgen gesprekken met NOCNSF over het verlanglijstje van de volleybalsters. Want dat Kadijk en Leenstra (tiende op de wereldranglijst) naar Athene gaan staat welhaast vast. Of daar een medaille gehaald gaat worden hangt af van de finesses.

Kadijk: 'Er is al zoveel verbeterd. Als ik twee jaar geleden vroeg om tien nieuwe ballen lachten ze me al uit. Waarom had ik dat nodig? Beachvolleybal werd gezien als tijdverspilling.

'Nu staat er een organisatie achter. Je krijgt het gevoel dat je gesteund wordt. Zulke praktijken als in Sydney zullen niet snel meer voorkomen. En als dat wel gebeurt staan er dertig mensen achter mij. Ik hoef die gesprekken niet zelf meer te voeren. Dat is erg rustgevend.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden