Column

Na een dag communiceren voel ik me uitgehold

IJs & Weder

Eindelijk iemand die het zegt. Dat je na een dag druk bezig zijn achter allerhande schermpjes vaak denkt: verdomme, wéér niks gedaan vandaag. Niks gemaakt, niks ontdekt, niks verzonnen, niemand geholpen, niks bijgeleerd. Alleen maar als een dolle gecommuniceerd. Volgens hersenwetenschapper Daniel Levitin (op Twitter al getransformeerd in 'hersenchirurg') verspillen we onze beste energie aan het verwerken van eindeloze, overbodige informatiestromen.

In een mooi interview van Ianthe Sadadat legde Levitin in de Volkskrant uit dat de mens daarop niet is gebouwd. Multitasken, zegt hij, kan niemand. De aandacht voor het één vreet aan het andere. Het slimst zijn wij als we luieren, of dagdromen. Ook dat is herkenbaar: de beste ideeën ploffen neer in een leeg, schoongeveegd hoofd.

Elke keer als we onze mail checken, zakt ons IQ volgens Levitin even met 10 punten. Tien punten! Dat is het verschil tussen slim en doorsnee. Hoeveel IQ houden non-stop mediagebruikers op een dag nog over?

Ik voel me een falende sukkel. Voor het werk waarmee ik mijn geld verdien - lezen en schrijven, stukjes en boeken - heb ik concentratie nodig. Elke dag is het kiezen. Óf ik beantwoord 's ochtends alle mails, sms'jes en appjes - en doe wat daarin wordt gevraagd, iets opsturen, opzoeken, becommentariëren - waarna mijn werkdag verloren is, óf ik negeer alle berichten en ga aan het werk.

Als ik schrijf of lees moeten de smartphone en iPad ver weg liggen, want anders wringt zich toch elke drie minuten een jaloerse mededinger tussen mij en mijn tekst. Dochter stuurt leuk kattenfilmpje, een tegenstander op Ruzzle wacht. De piepjes en rode cijfertjes zijn alarmerend, alsof er iemand op sterven ligt.

Na een dag communiceren voel ik me uitgehold, aan het eind van een productieve werkdag voel ik me voldaan én schuldig. Boek uit, deadline gehaald. Maar ik ben ernstig tekortgeschoten, blijkt als ik mijn mail open: een actuele discussie gemist, niet gereageerd op een urgent probleem.

Levitin ontdekte dat jongeren, digital natives, zich amper tien minuten op één taak kunnen concentreren. Je hoort leraren zeggen dat je pubers nog godsonmogelijk kunt vragen thuis een roman van een paar honderd bladzijden te lezen. Kinderen die dat kunnen zijn een exotische soort geworden.

Je zou zeggen dat dát iets is wat het onderwijs zich kan aantrekken. Hoe leren we kinderen om zich te concentreren? Hoe voorkomen we dat ze verslaafd raken aan non-stop communicatie en denken dat ze dood zijn als ze offline zijn?

In de Verenigde Staten is er sinds enkele jaren een opmerkelijke hang naar chic niet-digitaal onderwijs. De elite in Silicon Valley, de bazen van bedrijven als Apple en Google, stuurt haar kinderen naar scholen waar laptops en iPads taboe zijn. Terwijl zij zelf een toekomst uitroepen zonder (school)boeken, bioscopen en winkels, een leven dat zich volledig op internet afspeelt, sturen ze hun nageslacht naar scholen in de geurige bossen, met vers gemaaide sportvelden, goed gevulde bibliotheken en muziekles met échte instrumenten, van hout en koper.

Zó kweek je creatieve geesten, is de gedachte. Die iPad met ontelbare filmpjes, games en hangplekken, daar zitten ze thuis al urenlang op. School is er niet om die ervaring te dupliceren, maar om hun geest te verrijken. Die Silicon-elite heeft goed begrepen dat er een tweedeling dreigt tussen mensen die échte (dure) ervaringen opdoen en hen die alleen tweederangs, digitale (goedkope) ervaringen krijgen. Onderwijs zou die kloof moeten voorkomen.

In Nederland komt onderwijsvernieuwing nog bijna altijd neer op het aanpassen van het kind aan de snelle technologische veranderingen in de informatiemaatschappij, uit angst om te boot te missen. Terwijl je kinderen ook creatief en weerbaar kunt maken, door hen kennis en vaardigheden te laten verwerven die elke tijd doorstaan.

In de documentaire over onderwijs in Tegenlicht die de VPRO vorige week uitzond, zag ik een uitzondering. Een leraar op het Hyperion, een experimentele vwo-school in Amsterdam, geeft een les 'Grote Denkers'. Aan de beurt is Aristoteles, niet iemand die leerlingen spontaan zouden kiezen. De docent vertelt ernstig en stelt vragen aan de klas. Ongevraagd commentaar kapt hij af, nerveus opgestoken vingers irriteren hem; híj stelt hier de vragen. Na enige tijd wordt de klas rustig en aandachtig. Socrates in gesprek met zijn pupillen. Vernieuwing kan ook heel ver teruggrijpen.

Reageren: opinie@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.