Na de turfwinning rest de armoede

Uit onderzoek van het Centraal Bureau voor Statistiek blijkt dat Pekela de armste gemeente van Nederland is. Het inkomen van de Pekelaars ligt bijna 20 procent onder het landelijk gemiddelde. Tekst Eileen Ros Foto's Harry Cock

Eileen Ros en  Harry Cock

De inwoners van de oude turfgemeente Pekela in Oost-Groningen zijn de armste van Nederland. Van de plaatselijke Joodse winkeliers kwam na de oorlog vrijwel niemand terug. De meeste fabrieken sloten er hun deuren.


11 uur 's ochtends. Drie vijftigers zitten aan een ronde tafel in een oude boerderij annex café aan de rand van het dorp. Tussen de flesjes bier staat een beslagen glaasje jonge jenever, naast leren yahtzeepotten liggen pakjes shag. Op de vloer liggen botten. 'Da's voor Rocky (herder, red.). Die lust alleen kwaliteitsvoer!' Cafébaas Gerhard (56) strijkt langs zijn snor en ontdopt een flesje Amstel. 'Geloof het of niet, maar dat beest lust niks van de Lidl of Aldi.'


Gerhard leeft van een uitkering en heeft de bar 'voor erbij'. 'In Pekel (Pekela) is het armoede. Er zijn veel mensen zoals ik, bij de sociale dienst. Soms verraden de buren elkaar, omdat ze zien dat de ander er zwart bij werkt en meer verdient. Er zijn ook veel plantages, in de schuren. Mensen die niet veel hebben, worden creatief.'


17 procent van de veelal lager opgeleide Pekelaars leeft van een uitkering. Het inkomen ligt bijna 20 procent onder het landelijk gemiddelde. Het boerencafé heeft zijn prijzen aangepast aan de kleine portemonnee van de bezoekers. Een biertje of een borrel kost 1,15 euro; vaste klanten krijgen korting. Daar wordt Gerhard niet rijk van: 'Je kan beter rijk leven dan rijk sterven, zeg ik altijd maar. Nog eentje toe, mannen?' Gerhard haalt zijn armen van de bar, rommelt in de koelkast en gaat even later langs met de fles jenever.


De cafédeuren gaan om zes uur dicht. De Pekelse jeugd komt toch niet. En als ze komen, brengen ze soms harddrugs mee. Gerhard maakt een gebaar langs zijn neus. 'Dan drinken ze niks meer en zijn ze alleen maar wild. Dat moet ik niet hebben, hè.'


'Wilde jeugd'

Voor de 'wilde jeugd' heeft postbode Sijmen (53), die met zijn bakfiets het Groninger Streekblad bezorgt, wel een verklaring. 'Het is een combinatie van verveling en nutteloosheid. Je ziet het in Volendam ook ontstaan. De meeste vrienden van mijn zoon hebben geen baan. De enige bijbaan is de post, ook onzeker tegenwoordig. En de mentaliteit is veranderd. Jongeren geven het sneller op als ze geen baan vinden.'


De postbode ziet weleens dure auto's voorbijkomen tijdens zijn dagelijkse ronde. 'Dat zijn opkopers van wiet. Of brengers van zwaarder spul. Ze komen uit de Randstad. Of uit Duitsland. Als jongeren een beetje kunnen leren, vluchten ze naar de grote stad. Groningen of Zwolle.'


Rond 1800 was het veengebied Pekela een rijke boerengemeente. Geld werd verdiend met de winning van turf. Vlak na de oorlog zette de achteruitgang in. De turfwinning was allang gestopt, de industrie vertrok naar ontwikkelingslanden, de landbouw mechaniseerde en van de rijkere gemeenschap van Joodse winkeliers keerden er na de oorlog slechts twaalf terug. Na de sluiting van aardappel- en kartonfabrieken en de scheepswerf in de jaren zeventig, kwam er geen nieuwe werkgelegenheid.


Statige herenhuizen staan tussen oude, scheefgezakte boerderijen langs de dorpsweg van Pekela. In de verte steekt een oude bakstenen fabriekspijp de lucht in. Achter het winkelcentrum beginnen rijen arbeiderswoningen.


'De armen en ongeschoolden blijven over, kunnen niet weg door de hogere huren elders en verliezen perspectief', zegt Trees van Leeuwen. Ze werkt in welzijnscentrum de Badde, midden in de wijk. Gemiddeld melden zich iedere week twee gezinnen die niet meer kunnen rondkomen. Voor de ergste gevallen bestaat er crisisopvang. Ook wordt schuldhulpverlening geboden. 'De schaamte voor armoede of onwetendheid is erg groot', weet van Leeuwen. 'Sommige gezinnen weten niet hoe je de formulieren voor een uitkering invult, maar durven daar niet over te vragen. Die houden na verloop van tijd niks meer over.'


Maar, het gaat ook goed in Pekela, vindt de welzijnswerkster. Jongeren, vaak zoons en dochters van boeren, willen graag hard werken. Wethouder Hennie Hemmes, verantwoordelijk voor sociale zaken, is trots op de dorpssolidariteit in Pekela, waarbij buren en familie elkaar geld en voedsel lenen.


Suiker

Zo helpt moeder Esmeralda (31) haar vriendin die van een uitkering leeft. 'Ik geef haar suiker, koffie en koffiemelk als dat nodig is. Als het regent, haal ik haar op met de auto. Doen we samen boodschappen. Dat gebeurt vaak hier hoor. Het blijft een dorpje, hè.'


Esmeralda woont met haar vriend en dochtertje van 9 in een rijtje vervallen sociale huurwoningen. Ze wil graag weg. Vorige week gooide balorige jeugd de ruiten van de buren in. 'Het ging om een oude familievete. Maar wat als ze een foutje hadden gemaakt en het mijn ruit was geweest? Geef mij maar een koopwoning!'


Maar daar kan de gemiddelde Pekelaar moeilijk aan komen. Esmeralda's vriend, die in een fabriek in Winschoten werkt, verdient te weinig voor een hypotheek. Esmeralda, die zwart bijverdient als schoonmaakster, kan de hypotheekverstrekker geen arbeidscontract laten zien.


Verderop in de straat zijn de deuren en ramen van woningen die gesloopt gaan worden, dichtgetimmerd. Op een aantal deuren zijn de communistische hamer en sikkel geklad. Petra Groen (37) houdt de hand van dochter Celesta (6) stevig vast. Ze maakt zich vooral zorgen over de stijgende kosten van haar zorgverzekering. Ook zou ze graag 'iets om handen willen hebben'. Petra, die drie uur per dag vrijwillig werkte als champignonplukster, raakte vorige maand haar baantje kwijt. 'Er was geen werk meer. Nu moet ik solliciteren van de sociale dienst. Maar naar wat?'


Dat solliciteren ging Alex Groenewold (28) beter af. Na een periode 'niksen' kreeg hij via zijn vader een baantje in een van de laatste aardappelverwerkingsfabrieken van Pekela. Alex, met schakelketting en voetbalshirt, is allang blij als er een hele week werk is. Of hij meer weet van de communistische graffiti? 'Dat heeft mijn broer gedaan. 32 jaar en nog steeds werkloos. Hij heeft zich aangesloten bij de Verenigde Communistische Partij in Winschoten. In een dronken bui ging 'ie rond met de spuitbus. Hij pakte alleen de verkeerde kleur: de zwarte!'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden