'Na de revolutie lag in Caïro het optimisme voor het oprapen'

Wie in Syrië alleen chaos ziet, gaat voorbij aan hoop en veerkracht, zegt arabiste Petra Stienen. Maar de lichtpuntjes zijn schaars, ook in Egypte en Libië.

Petra Stienen. Beeld Jeroen Poortvliet

'De Arabische Lente, die is toch totaal mislukt?' Er is altijd wel iemand die deze vraag stelt als Petra Stienen (50) lezingen geeft over het Midden-Oosten. De arabiste, Eerste Kamerlid (D66) en voormalig diplomaat in Egypte en Syrië wordt geregeld aangesproken op háár Arabische Lente. Want vijf jaar na de Arabische revoluties valt er weinig te vieren. De berichten over oorlog, terreur, religieus geweld en miljoenen vluchtelingen stemmen somber. De sfeer van verzoening en hoop van de eerste maanden van 2011, die zij óók voelde, is verdwenen.

Stienen snapt de vraag dan ook wel, zeker nu Syrië in brand staat en de democratische hervormingen in Egypte slechts dictatoriale wisselingen van de wacht bleken. Toch schuilt er nog steeds een optimist in haar, ook inzake de toekomst van de Arabische wereld.

Is de uitkomst van de Arabische revoluties verwarrend voor u? U komt al 31 jaar in die regio.

'Ik heb dagen dat ik denk: dit kan toch niet waar zijn? Die Italiaanse student die in januari in Egypte is gemarteld en vermoord. Het is de dagelijkse realiteit voor veel Egyptenaren. En voor hen is er géén onderzoekscomité. Hoe het nu in Syrië is, is erger dan je ergste nachtmerrie.'

Petra Stienen (1965) was onder meer Nederlands diplomaat in Caïro en Damascus. Ze is vooral bekend als Midden-Oosten- deskundige op radio en tv. In Dromen van een Arabische Lente uit 2008 beschrijft ze haar ervaringen als mensenrechtendiplomaat.

Denkt u nooit: misschien was het vijf jaar geleden wel beter?

'We kunnen in Nederland niet zo goed met parallelle waarheden omgaan. Het is waar dat het heel slecht ging in Syrië. Het is óók waar dat het vijf jaar geleden beter ging dan nu. Maar de vraag of dat door de Arabische Lente komt, is te makkelijk. Het systeem waarin Mubarak en Assad centraal stonden, was een kaartenhuis. Het was hoe dan ook ingestort. Onvermijdelijk. Kijk naar de afgelopen veertig jaar. In 1982 heeft de vader van Bashar al-Assad, Hafez, in een strijd tussen de Moslimbroeders en het regime een deel van de inwoners van Hama uitgemoord. Dat hebben we hier nooit gezien. Die aanpak, rücksichtslos een hele stad platwalsen om je tegenstander uit te schakelen, is zijn zoon niet vreemd. En in het Westen dachten wij: wat houdt die familie Assad het daar lekker rustig.'

Meredith Hutchison vroeg Syrische meisjes in twee Libanese vluchtelingenkampen wat ze later willen worden en liet ze zich indenken hoe hun droom is uitgekomen. De serie Vision Not Victim is een project van het International Rescue Committee.

Malack (16), politieagent. `Als ik opsta ga ik naar het bureau en dan de stad in, kijken waar ik kan helpen. Ik wil ook andere meisjes inspireren om agent te worden, en ze stimuleren om te dromen en na te denken over hoe ze hindernissen zullen overwinnen.' Beeld Meredith Hutchinson

Voor de stabiliteit onder een dictator valt ook wat te zeggen. Want welk perspectief op vrijheid hebben Egyptenaren en Syriërs nu?

'Dat is schijnstabiliteit. Dóór die dictatuur is er in Egypte en Syrië nauwelijks ruimte geweest voor andersdenkenden. Als je vrouwen, jongeren, religieuze minderheden, ook binnen de politieke islam, allemaal moet onderdrukken om een kleine groep aan de macht te houden - is dat stabiliteit? Dat heet onderdrukking.

'De dag dat Mubarak werd afgezet heb ik aan tafel bij Pauw en Witteman gezegd: dit is een paleiscoup. Geregisseerd door het volk, maar wel een paleiscoup. Hij moest vertrekken, de rest bleef zitten. De diepe staat, zoals dat heet. De militairen hebben 40 procent van de economie in handen, hun macht is enorm groot. Een politicus zei laatst - nee, ik noem geen namen - hij zei: 'We kunnen maar beter de dictator blijven steunen. Het zijn ongemakkelijke vrienden.' Wat? Dus als je deze hardnekkige dictatoriale systemen steunt, is dat ongemakkelijk, meer niet? Assad heeft zijn ware gezicht laten zien. De gedachte dat je door weer een rondje dictators te steunen nu een andere uitkomst krijgt, dat is pas naïef.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Rama (13), arts. `In Syrië en Jordanië zag ik als kind lijdende mensen, ziek of gewond, en ik wilde dan de kracht en de kennis hebben om ze te helpen. Als belangrijke arts in mijn gemeenschap kan ik dat nu. Dat ik pijn kan verlichten is de hoogste beloning voor mijn werk.' Beeld Meredith Hutchinson

Wat hoopte u dat de revoluties in Syrië zouden brengen?

'Ik heb vanaf het begin gezegd: nu moeten we met Assad praten over hervormingen. Dit is het enige moment dat het nog kan. Als Assad echt had hervormd, niet alleen cosmetisch, was er nog hoop geweest. En dus niet tieners die protesteren vastzetten, martelen en ze even een lesje leren. Wat Assad slim doet, is de voorkant van de samenleving - verkiezingen, kranten, televisie - gebruiken om ons in een hoek te zetten. Zo van: zie je wel, we hebben toch vrije pers, we hebben toch verkiezingen?'

Dus uw verwachtingen waren al niet heel hoog?

'Tegen beter weten in hoopte ik... Ik ben een diplomaat in hart en nieren, dus ik dacht: we moeten blijven praten met Syrië, want interventie is niet zo handig. Later, toen Assad zijn eigen bevolking ging bombarderen en vergassen, dacht ik: ik ben ook geen pacifist. Op een gegeven moment heb je wapens meer nodig dan het gesprek. Zo simpel is het.'

Dacht u dat het beter zou gaan?

'Beter, slechter... Ik wil het anders stellen. Wat ik zag toen ik in Syrië woonde, is een enorm potentieel. Ik zag waan-zinnig veel onderdrukt talent. Daar gingen de revoluties ook over: mag ik alsjeblieft serieus genomen worden en meedoen? En daarvan wordt nu gezegd: dat was allemaal elite. Onzin. Van politieagent tot automonteur: er zat ontzettend veel levenslust in de héle samenleving van Syrië en Egypte.

'Ik ben ook realistisch. Als het geweld is gestopt en Assad weg is, duurt het zeker nog veertig, vijftig jaar voordat Syrië weer leefbaar is. Maar ik geloof ook in de veerkracht van mensen. Ik ken Egyptenaren in New York, met waanzinnig goede banen, die meteen teruggingen na de revolutie. Ze wilden zelf hun land opbouwen. Echt hoor, dat gaat er straks gebeuren: ook honderdduizenden Syriërs gaan terug. Ze zijn zo gehecht aan hun land. Hoe mooi zou het zijn als wij Europeanen in de tussentijd die mensen een goede opleiding geven? Een vakopleiding op het gebied van water, elektriciteit, management, noem maar op. Als ze dan teruggaan, kunnen ze niet alleen meteen iets bijdragen aan de opbouw, maar zijn ze ook allemaal ambassadeur van een Europa dat nog wel in waarden als medemenselijkheid gelooft.'

Na de Arabische revoluties lag Stienen boven in de kaartenbak van veel praatprogramma's. Ze was in veel opzichten de ideale talkshowgast: eloquent, geïnformeerd en vooral: niet zo nors. En niet voor de zoveelste keer een oude wijze man als de arabist Hans Jansen die duiding bracht, maar een deskundige, jongere vrouw met toegankelijke analyses. Een prettige verschijning is ze vijf jaar later nog steeds. Ze praat afwisselend met de gereserveerdheid van een dame en het enthousiasme van een meisje.

Ze laat geen gelegenheid onbenut het ándere verhaal te vertellen: dat van gewone mensen uit de Arabische regio. Volgens Stienen worden in Nederland te weinig de stemmen gehoord van mensenrechtenactivisten, moslimhervormers en voorvechtsters van vrouwenrechten. Deze maand ontving ze de Aletta Jacobsprijs van de Rijksuniversiteit Groningen, voor een vrouw met een voortrekkersrol in emancipatie en een voorbeeldfunctie voor andere vrouwen.

Is het niet moeilijk om dat andere verhaal te vertellen terwijl Syrië in brand staat? Is daar ruimte voor?

'In mijn sombere perioden kijk ik naar de Arabische wereld en dan is de kleur zwart de eerste kleur die in me opkomt. In september 2012 is Chris Stevens vermoord in Benghazi, een goede vriend. Hij was de ideale diplomaat. Toen dacht ik nog: Chris zou willen dat we in zijn nagedachtenis het andere verhaal blijven vertellen. Ik had nog motivatie. Dat jaar schreef ik het boek Het andere Arabische geluid. Maar in 2013 waren de gifaanvallen in Syrië. IS kwam op en pater Frans van der Lugt werd vermoord. Een dierbare vriend en mijn spirituele vader. Hij had een centrum voor gehandicapte kinderen. Hij liet Syrische jongeren met een islamitische en christelijke achtergrond vrijwilligerswerk doen met het idee: we zijn samen Syriërs. Na zijn dood dacht ik: ik ga mijn tijd inzetten achter de schermen, in de politiek, voor culturele activiteiten.'

Haja (12), astronaut. 'Vanaf de les over het zonnestelsel op de basisschool wilde ik astronaut worden. Ik stelde me voor dat ik hoog in de lucht ontdekkingen zou doen. Ik vind astronaut zijn fijn omdat ik de wereld vanuit een nieuwe invalshoek zie. Veel mensen zeiden dat een meisje dit niet kan worden. Nu ik mijn doel heb bereikt, wil ik meisjes met ambitie vertellen dat ze met hun ouders moeten durven praten over wat ze willen en waarom. Zo weet je waar je heen gaat.' Beeld Meredith Hutchinson

U krijgt weleens het verwijt dat u te jubelend was over de Arabische revoluties. Uw leraar Hans Jansen zei dat u het beeld had geschapen van een bevrijdingsfestival in plaats van 'een bewust gecreëerde chaos die zou uitlopen op een reeks van staatsgrepen door shariafundamentalisten en beroepsmoslims'.

'Hans Jansen heeft mij de liefde voor de Arabische wereld bijgebracht. Hij heeft mij de Arabische taal geleerd. Dankzij die taal heb ik inzicht gekregen in een fascinerende wereld die heel dicht bij ons is. Ik heb hem mijn boeken gestuurd, als dank.'

Het is een voorbeeld van de kritiek dat uw optimisme te eenzijdig was.

'Ik liep in de straten van Caïro net na de revolutie en het optimisme lag voor het oprapen. Wat ik niet snap, is dat er het label 'naïef' op wordt geplakt. 'Gij zijt een Gutmensch, jij hebt niet gezien dat die Arabieren en die moslims vreselijk zijn. Mevrouw Stienen, u begrijpt het niet, de Arabische Lente is mislukt.' Alsof je revoluties kunt duiden met de vier seizoenen van Vivaldi.

'Ik lees nu de biografie van Aletta Jacobs, zij ging na de Eerste Wereldoorlog in Duitsland ondervoede mensen helpen. Er heerste hongersnood. Zij kreeg veel kritiek in Nederland omdat ze empathie had met Duitsers; slachtoffers, maar toch: Duitsers. Ik denk dat ik bij sommige mensen iets heb losgewrikt: hoe durft zij empathie te tonen voor de anderen? Nou, dat blijf ik doen.'

Heel strijdvaardig. Voelt u zich aangevallen door die kritiek?

'Soms denk ik: het kost me wel veel. Die Aletta Jacobsprijs is geweldig. Maar de moeite die het kost om... Ik krijg tweets die me voor moffenhoer of erger uitmaken. Ik ben natuurlijk niet de enige vrouw die dit meemaakt. Gelukkig is het een minderheid. Dus de strijdbaarheid is eerder een soort verontwaardiging. Ik sta voor lotsverbondenheid en medemenselijkheid. Ik heb toch het recht die waarden aan de wereld te laten zien?

'Ik krijg die prijs omdat de Universiteit Groningen goed heeft gezien dat in de nuance juist kracht zit. De werkelijkheid is niet zwart-wit. Voor de revoluties zagen Nederlanders alleen olie en terrorisme als ze naar de Arabische Wereld keken. Toen kwamen die Arabische revoluties en zei ik: ik zie ook moedige mensen, met de universele wens dat je mag zijn wie je bent. Ook zij verlangen naar democratie, naar een rechtsstaat en vrijheid, dat doen we niet alleen in Europa.'

Amani (12), piloot.`Ik ben gek op vliegtuigen. Mijn broer zei altijd dat een meisje geen piloot kan worden, maar in mijn hart wist ik wat ik wilde en het lukte me de pilotenopleiding te volgen. Nu leef ik mijn droombestaan.' Beeld Meredith Hutchinson

U heeft zich teruggetrokken van tv?

'Ik wilde niet meer in het frame van de tiran versus de terrorist terechtkomen. Dat zijn de enige twee smaken in de media op dit moment. Het valt me op dat veel mensen ontzettend veel weten van wat er allemaal in die regio gebeurt, die er zelf niet of nauwelijks zijn geweest. Toen ik de Vrouw in de Media-award kreeg, werd gezegd: je vertelt het menselijke verhaal. Klopt. Dat is volgens mij het enige verhaal waaruit je hoop kunt putten. Dat van Sisi, Assad en IS, daar zit zoveel onmenselijkheid in. Het is reëel daar aandacht aan te besteden, maar daar staan de voorpagina's al vol mee.

'Ik heb een andere afslag genomen. Ik ga door op mijn pad. Voor het menselijke contact, één op één. Mijn tijd komt wel weer. Waar ik de eerste paar maanden in de Arabische revoluties over sprak, dat ben ik in Nederland gewoon blijven doen. Dat hoeft niet aan tafel bij Jeroen Pauw, dat kan ook in zaaltjes in Sint-Oedenrode of Woudrichem.

'De laatste zin van mijn boek Dromen van een Arabische lente is tevens mijn motto: als je een mensleven redt, red je de hele mensheid. Dat klinkt misschien pretentieus. Maar als iedereen betekenis wil hebben voor één of twee mensen in zijn nabijheid, zou dat niet mooi zijn?'


'De jonge Arabieren hebben onderwijs genoten, als zij doorzetten is er hoop kader'

We verwachtten dat de golf van opstanden de Arabische wereld op een nieuwe, veelbelovende koers zou zetten. Sommigen verwachtten zelfs dat de opstanden een vlotte overgang naar liberale democratie zouden inluiden.

Dat is echter niet gebeurd. De ervaringen van de afgelopen vijf jaar hebben ons geleerd dat die erfenis van een halve eeuw in vrijwel alle Arabische samenlevingen acute problemen heeft veroorzaakt die te maken hebben met de rol van de staat, de rol van religie, de grondslag van politieke legitimiteit, en die vooral te maken hebben met identiteit. Lethargische politieke structuren hadden dat alles tientallen jaren onderdrukt. Nu kwam het opeens bloot te liggen. Het resultaat was tumult, chaos, conflicten en een tsunami van geweld die in de Arabische wereld sinds de val van het Ottomaanse rijk, honderd jaar geleden, niet was voorgekomen.

Er is geen zicht op een gemakkelijke of soepele uitweg uit deze problemen. We begrijpen nu dat de Arabische samenlevingen een reeks pijnlijke fasen zullen moeten doormaken om deze vraagstukken van legitimiteit, religie en de rol van de staat geleidelijk op te lossen.

Tarek Osman. Beeld Aubrey Wade

Door de schokkende aftakeling gedurende de afgelopen decennia van onderwijs en wetenschap en door de miskenning van fundamentele rechten, lijken we belangrijke lessen opnieuw te moeten leren, lessen waarvan we dachten dat ze ook in onze samenlevingen al vanzelfsprekend waren. Niets pijnlijker voor een natie dan te zien hoe de samenleving haar oude fouten herhaalt.

De hoop ligt bij de jonge Arabieren. Meer dan enige vorige generatie hebben zij onderwijs genoten, kennen zij de wereld en de universele menselijke waarden.

Toch kunnen deze jonge Arabieren bezwijken onder hun eigen samenlevingen, onder de vele uitdagingen die ze tegenkomen in het dagelijks leven. Velen willen nog steeds vertrekken, zo niet fysiek, dan op zijn minst mentaal. Maar als een voldoende aantal van hen betrokken blijft en doorzet, is er hoop dat de regio - langzaam - haar ziekten zal overwinnen. Dan zal deze fase van tumult en chaos een catharsis blijken te zijn waarin we onszelf, met veel pijn, ontdoen van onze kwalen.

Tarek Osman (39) is econoom en auteur van Egypt on the brink (2010) en Islamism - What it means for the Middle East and the world (2016). Deze analyse schreef hij voor de Volkskrant.


Ayat Mneina: 'Er zijn nieuwe leiders nodig, jonge mensen met bestuurservaring'

Door Rob Vreeken.

Ayat Mneina (28) verpersoonlijkt de hoopvolle kant van de Libische revolutie. Die bestond zeker in het eerste jaar nadat dictator Moammar Kadhafi in september 2011 was verjaagd. Libië begon in zekere zin met een schone lei, Kadhafi had geen staat achtergelaten. Een generatie jonge, goed opgeleide Libiërs keerde terug uit ballingschap om mee het land op te bouwen. Her en der ontsproten niet-gouvernementele organisaties.

Vanuit Canada, waar ze woont sinds haar 6de, richtte ze met behulp van internet de Libya Youth Movement op. In november 2011 ging Mneina naar Libië. Na een jaar vertrok ze weer; het politieke klimaat verslechterde. Inmiddels hebben veel activisten het land verlaten, na een reeks moorden en ontvoeringen. De Libya Youth Movement is er nog: online. 'We hadden liever een andere rol gehad. Het plan me in Libië te vestigen heb ik op de lange baan geschoven. Te riskant.'

'Ik was heel optimistisch dat eerste jaar. Achteraf kun je vraagtekens zetten bij wat toen gebeurde, indertijd zagen we dat niet. We dachten oprecht dat alle neuzen één kant op stonden.

'Als ik iets over mag doen: organisatie. Die leemte had moeten worden opgevuld. Belangrijke kansen zijn niet gegrepen.

'Jonge mensen hadden moeten deelnemen aan de instituties, aan politieke partijen. Dat is onze grootste misser geweest.

Ayat Mneina.

'Met internationale bemiddeling is een eenheidsregering gevormd. De hoop is dat een gemeenschappelijke vijand als IS de partijen samenbrengt. Maar als de nieuwe president zich niet in Tripoli kan vestigen omdat zijn veiligheid niet is gegarandeerd, hebben die onderhandelingen geen zin. In het buitenland wordt een 'dialoog' gevoerd tussen 'vertegenwoordigers van het Libische volk', maar met wat er werkelijk in Libië gebeurt, heeft dat niet veel te maken.

'De politieke partijen hebben er geen diepe waarden of ideologie. De politici vermaken zich met het spel om de macht. Het land wordt verwaarloosd. In plaats van Libië beter te maken, heeft de olie de facties opgestookt. Er is heel veel corruptie.

'Al ben ik geen optimist, uiteindelijk mogen activisten niet de hoop verliezen. Er zijn nieuwe leiders nodig, jonge mensen met bestuurservaring. Degenen die vertrokken zijn, hebben Libië niet in de steek gelaten.

'Ik ben vijf jaar verder. Hoe lang kunnen we ons nog Youth Movement noemen? We hebben de fakkel aan niemand overgedragen.'

Ayat Mneina (28), medeoprichtster van de Libya Youth Movement, is medisch analist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.