Na de oorlog

Irak wordt na de oorlog een pleegkind van de Verenigde Staten. Geen erg aanlokkelijk vooruitzicht. Wat te doen met die door dictatuur, oorlogen en sancties getraumatiseerde samenleving?

Irak wordt, als de oorlog tenminste tot een goed einde wordt gebracht, een pleegkind van de Verenigde Staten. Geen erg aanlokkelijk vooruitzicht. Wat te doen met die door dictatuur, oorlogen en sancties getraumatiseerde samenleving? Hoe kan daar een nieuwe natie uit opbloeien? Een democratie nog wel, zoals de regering-Bush de Irakezen heeft beloofd. Voor de wederopbouw zullen de VS, al lijken ze daar op dit moment niets voor te voelen, ongetwijfeld weer steun zoeken bij de Verenigde Naties en bij de dwarsliggers van nu, zoals de Europese Unie, Duitsland en heel misschien ook Frankrijk.

Irak zal het eerste protectoraat worden, ontstaan na een 'preventieve oorlog'. Die oorlog lijkt nog verre van voorbij, maar de afgelopen dagen was de kwestie 'hoe verder na de val van Saddam Hussein' onderwerp van topoverleg tussen de twee geallieerde oorlogsleiders, de Amerikaanse president Bush en de Britse premier Blair. Blair maakt zich zorgen, omdat de VS de wederopbouw van Irak op eigen houtje ter hand willen nemen. De Britten willen daarentegen een centrale rol voor de VN en de inzet van zoveel mogelijk landen en zeker ook de Europese Unie. De wederopbouw van Irak zou Amerika en Europa weer nader tot elkaar kunnen brengen.

Vanaf de zijlijn eiste Kofi Annan, de secretaris-generaal van de VN, woensdag in de Veiligheidsraad een hoofdrol op in het toekomstige Irak. Hoe vreemd dat op dit moment ook klinkt, het wereldbeeld van Annan en Bush komt meer overeen dan men zou denken. Beiden geloven heilig dat met hulp van buitenaf democratische waarden kunnen worden geïntroduceerd in landen waar een dictatuur ten val is gebracht.

De VS zullen voor vergelijkbare problemen komen te staan als de VN bij de 'vredesmachten' in de jaren negentig. De discussie daarover stokte in de drama's uit de praktijk, maar nam na de terreuraanslagen op New York en Washington een nieuwe wending. Plotseling werd in de regering-Bush een ongebreideld activisme gewekt. Rotte plekken in de wereld waren een direct gevaar gebleken voor de westerse wereld, en moesten worden weggenomen.

De motivatie was nieuw, het activisme niet. Bij de VN groeide na het einde van de Koude Oorlog de optimistische visie dat nu het onrecht uit de wereld kon worden gebannen. Humanitaire tragedies door burgeroorlogen in statenloze maatschappijen zouden eensgezind door de 'internationale gemeenschap' kunnen worden opgelost. Door middel van humanitaire hulp, diplomatie en zo nodig militaire interventies. De sleutelwoorden werden mensenrechten en democratisering.

Tien jaar later leek dat optimisme doodgebloed. De met nobele bedoelingen ondernomen interventies waren moeizaam, soms bloedig verlopen. En soms zelfs op dramatische wijze mislukt. Namen om van te schrikken: Somalië, Rwanda, Srebrenica. Kosovo leek het eindpunt van de VN-interventies. De NAVO had de falende volkerenorganisatie opzij geschoven en het heft in handen genomen. Er kwam niet eens meer een resolutie van de Veiligheidsraad aan te pas.

Kofi Annan, de secretaris-generaal van de VN, klampt zich ondanks alles vast aan zijn ideaal, zijn hoop op een betere wereld. Niet het idee van de bemoeienis van de internationale gemeenschap met de 'probleemkinderen' onder de lidstaten is fout, zo betoogt hij onvermoeibaar, maar het schort nog aan de uitvoering. Daarom liet hij de vredesoperaties grondig en kritisch bestuderen. Wat ging er fout in Rwanda, in Srebrenica? Wat ging er goed in Mozambique?

Hij liet een rapport opstellen met richtlijnen voor een robuuster ingrijpen door gewapende vredesmachten. Dat rapport, opgesteld onder leiding van de Algerijnse oud-minister van Buitenlandse Zaken en onder-secretaris-generaal van de VN Lakdar Brahimi, werd alom geprezen. Maar eigenlijk kwam het als mosterd na de maaltijd: de animo onder de VN-lidstaten voor VN-vredesinterventies was ernstig bekoeld.

Er moest, theoretisch, nog één logische stap worden gezet in de doctrine van Annan: burgers moesten ook kunnen rekenen op bescherming door de VN tegen hun eigen heersers. De fundamentele discussie over de soevereiniteit lag op de loer. Annan had al eens gezegd dat 'er zich een internationale norm ontwikkelt ten gunste van interventie om burgers te beschermen tegen slachtpartijen'.

Die ene stap verder werd gezet buiten het VN-apparaat door een groep deskundigen gesubsidieerd door de Canadese regering. Een van de gangmakers was de VN-veteraan Mohamed Sahnoun. De groep stelt voor de term humanitaire interventie (en het recht of zelfs de plicht van de internationale gemeenschap daartoe) te vervangen door 'de verantwoordelijkheid tot bescherming'. In de term 'responsibility to protect' zit het idee van protectoraten al verborgen.

Het komt hier op neer: burgers hebben recht op bescherming, de soevereine staat heeft de verantwoordelijkheid die te verzorgen en als die staat daarin faalt, valt die verantwoordelijkheid toe aan de internationale gemeenschap, met name de VN.

Het rapport verscheen in december 2001. Het leek een achterhaald debat. Een jaar later stond er een samenvatting van het rapport in Foreign Affairs. Er was in de tussentijd iets veranderd: in Afghanistan waren de Taliban verdreven door de Amerikanen en hun bondgenoten, er was een overgangsregering in Kabul geïnstalleerd. In dit nieuwe, door de Amerikanen geschapen protectoraat hebben de VN een belangrijke rol gekregen. Een voorbeeld van de VN-bemoeienis is de internationale vredesmacht ISAF, waarvan op dit moment ook Nederland deel uitmaakt.

Brahimi is nu de 'VN-vertegenwoordiger' in Kabul. Niet toevallig, want in de jaren negentig was hij dat ook al geweest. Hij had toen tevergeefs met de Taliban en de rebellen onderhandeld en in een periode dat hij niets meer kon doen had hij zijn rapport over de vredesmachten geschreven. Brahimi wordt nu weer genoemd als kandidaat voor een eventueel VN-gouverneurschap in het Irak van na Saddam Hussein. Het is een teken dat de opvattingen van VN-chef Annan en president Bush minder ver uit elkaar liggen dan vaak lijkt.

Doordat het debat in de Veiligheidsraad over de oorlog tegen Irak zo hoog opliep, kwamen de weinigen die om humanitaire redenen voor militair ingrijpen pleitten niet boven het geruzie uit. Het gevaar dat Saddam massavernietigingwapens verborgen houdt en misschien aan terreurgroepen geeft, is ernstig, maar minstens zo belangrijk is dat het Iraakse volk niet langer onder zijn juk mag lijden, was hun redenering. Tien jaar van sancties waren al te erg, daar kunnen we niet mee doorgaan. De repressie (martelingen, politieke moorden) is na de eerste Golfoorlog alleen maar erger worden. Dat moet nu ophouden. De enige manier is Saddam uit het zadel wippen.

De roep om een soort humanitaire interventie (het liefst onder auspiciën van de VN) kwam bijvoorbeeld van de Britse publicist William Shawcross, een groot kenner van de VN-operaties en auteur van het kritische boek Deliver us from Evil. In The Observer hield hij een vurig pleidooi voor ingrijpen. Een andere prominent was Bernard Kouchner, een van de oprichters van Artsen zonder Grenzen, minister onder president Mitterrand, uitvinder van de term 'de plicht tot ingrijpen', en de eerste 'onderkoning' namens de internationale gemeenschap van Kosovo. En Max van der Stoel.

Als de oorlog in Irak voorbij is, zullen de geschillen snel verleden tijd worden: bij de wederopbouw wil iedereen wel worden betrokken. Al maakt de manier waarop in Bagdad een nieuw bewind wordt geïnstalleerd, deelname voor de landen uit het 'vredeskamp' problematisch. Zij hebben weinig zin 'de rommel op te ruimen', maar ze zullen zich waarschijnlijk over hun weerzin heenzetten. Dit hangt ook af van de vraag hoe groot de macht van de Amerikaanse militaire bezetter zal zijn. Ook veel particuliere hulporganisaties hebben moeite met de oorlog, maar er zijn er weinig die de conclusie trekken dat zij niet zullen werken in het 'bevrijde Irak'.

Het grote verschil met Bosnië, Kosovo of zelfs Afghanistan is dat de Amerikaanse bemoeienis veel groter zal zijn. Tot nu toe hielden de Amerikanen zich grotendeels afzijdig bij de wederopbouw na een conflict. Maar in Irak zullen zij op zoek moeten naar verborgen wapens en vrede en veiligheid moeten waarborgen om het uiteenspatten van Irak te voorkomen. En dan is er nog Bush' idealistische betoog dat Irak een democratisch voorbeeld voor het hele Midden-Oosten kan worden.

Kunnen de Amerikanen 'het opbouwen van een nieuwe natie' in Irak begeleiden? Nog maar enkele maanden geleden werd daartoe een speciaal bureau opgericht onder de paraplu van het Pentagon. Maar tot nu is dit aspect van het streven een stabielere wereld te scheppen waar terroristen geen schuilplaatsen kunnen vinden, veronachtzaamd, betoogt Rachel Bronson in Foreign Affairs (november/december 2002). Commando's spelen de hoofdrol bij Amerikaanse interventies, maar weldra na de militaire actie zijn politie-eenheden belangrijker. Washington levert wel veel oud-politiemensen aan VN-operaties, maar dat gaat buiten het Pentagon om. Net zo belangrijk voor het herstel van de rechtsstaat zijn rechters en advocaten.

In januari van dit jaar kwam het Center for Strategic and International Studies met een uitgebreid advies aan de regering-Bush over de wederopbouw van Irak, onder de titel A Wiser Peace. Om te beginnen schrijven de opstellers dat de (slechte) ervaringen ná de Amerikaanse interventies 'van Haïti tot Afghanistan' aantonen dat al voor het militaire ingrijpen de voorbereidingen voor de wederopbouw moeten beginnen. De vrede winnen is vaak moeilijker dan de oorlog, waarschuwen zij. Van die voorbereidingen is, mede door het diplomatieke geruzie, weinig of niets gekomen.

De belangrijkste aanbevelingen in het rapport zijn: het samenstellen van een tijdelijke politiemacht; vorming van een overgangsbestuur; het beginnen van een nationale dialoog onder Iraakse partijen; de samenstelling van een snel inzetbare ploeg van juridische deskundigen die de leemte na de val van Saddam kunnen vullen; het beginnen van onderhandelingen over Iraks enorme buitenlandse schuld en gesprekken met donoren over de wederopbouw.

Lees verder op pagina 14

Vervolg van pagina 13

Het rapport gaat ervan uit dat de VS en de VN zullen samenwerken. Ook de voorbereidingen van de VN vonden de deskundigen in januari al onvoldoende, eigenlijk alleen gericht op directe noodhulp. En dat terwijl er een staat grondig heringericht moet worden.

Irak is geen 'mislukte staat', schrijven de onderzoekers, integendeel. Maar het is geen optie alleen de regering te vervangen. Het hele systeem is doortrokken van de dictatuur van Saddams Ba'ath-partij. Er is een 'ont-Bha'athisering' nodig, een zuivering in het leger, de politie, het juridisch apparaat en in alle ministeries en lagere besturen. Dat gaat veel tijd vergen en veel expertise van buitenaf.

De taak het 'protectoraat' Irak te begeleiden tot zich een nieuwe natie heeft gevormd, lijkt enorm. Veel critici van het Amerikaanse interventionisme vinden zelfs dat het onmogelijk is. Bush gaat geheel voorbij aan Iraks geschiedenis en cultuur, menen zij. Amerikanen zijn volgens hen bovendien de slechtst denkbare uitvoerders, zeker in een moslimland, omdat zij ongewild het etiket imperialisten opgeplakt zullen krijgen. (In het CSIS-rapport, dat wel gelooft in de haalbaarheid, wordt om die reden aangeraden zo snel mogelijk andere landen dan de VS te betrekken bij de wederopbouw).

Annan kent dit soort kritiek maar al te goed. Een van zijn scherpste critici is David Rieff, van wie onlangs het boek A bed for the Night verscheen. Annan stelt zijn verwachtingen veel te hoog, meent Rieff. Dat is het recept voor dramatische en bloedige mislukkingen van 'humanitaire interventies'. Daarom noemde hij Annan 'de onfatsoenlijke fatsoenlijke man'. Hulporganisaties laten zich door de VN meeslepen in het najagen van een utopie. De werkelijkheid van de slachtoffers staat echter in schril contrast met Annans fantasieën over een rechtvaardige wereld, geregeerd door een moreel hoogstaande 'internationale gemeenschap', die volgens Rieff helemaal niet bestaat.

Het tegenargument is steeds: de bemoeienissen waren tot nu toe te halfslachtig, als we op grotere schaal hulp en advies geven, zal het wel lukken. Dat verwoordt bijvoorbeeld Shawcross in zijn boek. Daarom probeerde Annan steeds de Amerikanen, de machtigste en rijkste natie ter wereld, mee te krijgen, ook bij de wederopbouw. Daar voelden ze niet veel voor. Tot 11 september 2001.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden