'Na de oorlog moet je pardon verlenen'

De Poolse schrijver Adam Michnik nam al jong een dwarse houding aan jegens het communisme, en belandde in de gevangenis....

HET IS een prettige bende op de redactie van de Gazeta Wyborcza en ook in het kantoor van de hoofdredacteur, Adam Michnik, heerst de aanstekelijke chaos van iemand die geneigd is zichzelf te relativeren. Overal zwerven stapels oude kranten, knipsels, openbarstende mappen, brieven en rondom staan kasten vol boeken: het doet denken aan de kamer van een ouderejaars student van een kwarteeuw geleden.

'Mensen die menen dat je een krantenredactie eruit kunt laten zien als een aangeharkt kantoor zijn conservatief', stottert Michnik. 'Creativiteit gedijt niet in een ordelijke omgeving.'

Buiten, achter het gebouw van de krant, is de rommel nog groter. Daar wordt druk gewerkt aan de nieuwbouw, waar de redactie met ingang van volgend jaar in zal trekken. Het gaat namelijk goed met de Gazeta Wyborcza. Wat Adam Michnik in zijn eentje begon, bij gelegenheid van de eerste enigszins vrije verkiezingen (Gazeta Wyborcza betekent 'verkiezingskrant') nu twaalfeneenhalf jaar geleden, is inmiddels uitgegroeid tot een grote kwaliteitskrant.

'De grootste in Polen, de grootste ook in alle landen van Centraal- en Oost- Europa die vroeger achter het IJzeren Gordijn lagen, de grootste tussen de Elbe en Wladiwostok kortom', zegt Michnik met onverholen trots. 'Het eerste nummer telde acht pagina's, tegenwoordig maken we veelal kranten van negentig pagina's. In het weekeinde komen daar de supplementen bij, één speciaal voor vrouwen, enigszins feministisch van toonzetting, een ander voor intellectuelen, met stevige essays van Europese intellectuelen - Habermas, Jaspers, Kolokowski, Magris, weet je wel.'

De dagelijkse oplage van de krant ligt inmiddels boven de vijfhonderdduizend, de signatuur is, zegt Michnik, 'liberaal, in de klassieke betekenis van het woord - dus grondrechten, democratie, respect voor de multiculturaliteit en de nationale culturele minderheden, scheiding van kerk en staat, markteconomie, maar mét oog voor sociale voorzieningen en rechtvaardigheid en Europees in oriëntatie.' Een krant als Libération, La Repubblica en El País. 'Onze geschiedenis lijkt sterk op die van El País', zegt Michnik. 'Zij zijn van meet af aan onze vrienden geweest.'

De krant is een serieuze medespeler in de nog jonge Poolse democratie, onmisbaar voor de hele politieke klasse, haar hoofdredacteur een man van aanzien, in zijn eigen land en over de grens. Volgende week krijgt hij, samen met Claudio Magris, uit handen van Bernhard von Lippe-Biesterfeld, de Erasmusprijs 2001. 'Ooit waren mijn vrienden misdadigers, illegalen en gevangenen', zegt Michnik, 'maar tegenwoordig moet ik op bezoek bij vorsten, minister-presidenten en staatshoofden. Het lijkt wel zo'n domme Amerikaanse film, met een happy end te worden.'

Het heeft zijn leven comfortabeler gemaakt, maar wezenlijk veranderd heeft het hem zelf niet. Twaalf jaar geleden, toen Adam Michnik net lid van het Poolse parlement was geworden, schreef zijn vriend en lange tijd zijn lotgenoot Stanislaw Baranczak een liefdevol stuk over hem, waarin hij hem in alle toonaarden prees maar hem er tegelijkertijd op wees dat dat jasje, dat hij altijd al droeg, echt niet meer kon, al zou hij vermoedelijk wel altijd dasloos door het leven blijven gaan. Dat jasje is er zo te zien nog steeds, die das nog altijd niet. Hij is de man van het compromis, maar aan zijn verschijning is dat niet af te lezen.

'Na de clandestiniteit, na de dagen van Solidarnosc, trad er een belangrijke tweedeling op in de gelederen', zegt Michnik. 'Je kreeg de revanchisten, die wraak wilden nemen op iedereen die ''fout'' was geweest tijdens de dagen van het communisme. Maar zo kun je niet met het verleden omgaan. Ik heb altijd gekozen voor de verzoening. Dat zit in mijn geschiedenis: mijn vader was, voor de Tweede Wereldoorlog, een joodse communist, ik ben altijd een Poolse anti-communist geweest. Je moet het gedrag en de keuzes van mensen in het licht van de tijd blijven zien. Daarom heb ik altijd gepleit voor amnestie, maar tegen de amnesie'.

Dat is in Polen niet onproblematisch. 'Mijn hele leven heb ik de grens verkend tussen compromis en capitulatie', zegt Michnik. 'Als ik al die tijd vrij man was geweest, een gewone burger, dan had ik altijd voor het compromis gekozen. Maar onder de dictatuur, in de gevangenis, kon ik niet anders dan het extremisme tegenover de capitulatie stellen. Je moet dan tot het einde toe op je post blijven - maar daarna is dat niet meer nodig. Dat is een bron van veel verwarring geworden, zowel voor de dienaren van het ancien régime als voor mijn vrienden. Ik heb de reputatie een extremist te zijn, maar dat is het extremisme tegen de dictatuur. Je kunt een goed soldaat zijn tijdens de oorlog, maar na de oorlog moet je een goede partner zijn in de dialoog. Wij hebben geen vijanden meer, wij hebben tegenstanders.'

Ook als de voormalige communisten winnen bij de verkiezingen?

'Dat is de democratie, dat is geen staatsgreep van de communisten.'

Adam Michnik is daar ver in gegaan. In april 1992 is hij zelfs gaan praten met Jaruzelski, de man die er indertijd verantwoordelijk voor was dat hij in de gevangenis belandde. 'Als je verder wilt met Polen, als je de tegenstellingen wilt begrijpen, als je in goede gemeenschap wilt samen leven, dan moet je met elkaar in gesprek treden', zegt Michnik. 'Want je moet samen verder, misschien niet als broers, maar toch wel als buren, als goede buren zelfs. Dat is een observatie die niet alleen van belang is voor Polen, maar vandaag de dag ook voor de internationale betrekkingen op en met de Balkan. Serviërs en Albanezen, Kroaten en Bosniërs, zij moeten toch op een of andere manier met elkaar omgaan. Mij staat steeds het voorbeeld van Spanje na de dood van Franco voor ogen, een niet-bloedige overgang naar de democratie.'

BOVENDIEN, zegt hij, heeft hij ook veel aan Jaruzelski en de zijnen te danken. Hij is talloze malen gearresteerd geweest en verhoord, menige huiszoeking heeft zijn huis overhoop gehaald en tussen 1965 en 1986 heeft hij in totaal zes jaar in de gevangenis doorgebracht. 'Daar kan ik het toenmalige regime achteraf alleen maar dankbaar voor zijn', grapt Michnik. 'De gevangenis is werkelijk ideaal voor intellectuelen, want de drie grote afleidingen die het je gewoonlijk onmogelijk maken te werken zijn er niet: geen wodka, geen vrouwen, geen telefoon. Je kunt er lezen en een beetje rustig werken; het is de enige plek waar ik me kan concentreren. De gevangenisbibliotheek was goed, al hadden ze er vanzelfsprekend geen anti-communistische auteurs. Maar Thomas Mann kon ik er gewoon krijgen, Günter Grass en Mario Vargas Llosa, alsook alle belangrijke boeken over de Poolse geschiedenis.'

Dat heeft geresulteerd in zeven boeken, voornamelijk met essays, bijvoorbeeld over Thomas Mann en de moeite die het hem in de jaren dertig kostte openlijk een standpunt tegen het nazi-regime in Duitsland in te nemen en in een essay over Józef Pilsudski, de man die voor de oorlog Polen regeerde. Zijn essays zijn pogingen het heden te begrijpen door middel van een dialoog met het verleden, een dialoog met geestverwanten, lotgenoten, opposanten. Het is die voorkeur voor de dialoog die in veel van zijn essays expliciet tot uiting komt. Adam Michniks leven en denken beweegt zich tussen de polen van pragmatisme en moralisme, maar nooit zonder zich daarbij te laten leiden door de geschiedenis.

Als vijftienjarige richtte hij in 1961 de 'Club van Zoekers naar Tegenspraak' op, een club van middelbare scholieren die door Gomulka zelf veroordeeld werd. Toen hij in Warschau geschiedenis ging studeren werd hij samen met Jacek Kuron en Karol Modzelewski gearresteerd, omdat hun namen onder een 'Open Brief aan de Partij' stonden. Nadien moest hij zijn studie in Poznan voortzetten, omdat de overheden het te link vonden dat hij in Warschau zou blijven studeren. Stanislaw Baranczak claimt dat hij de enige is die Michnik met een das om gezien heeft: dat was toen hij begin jaren zeventig tentamen kwam doen in Poznan. Het is, met zo'n biografie, geen gemakkelijke vergevingsgezindheid, waarvoor Michnik pleitte. Maar hoe rechtvaardig is zij, als wij denken aan de slachtoffers en bijvoorbeeld de regels van de Poolse dichter Zbigniew Herbert in herinnering roepen, '(. . .) vergeef niet want voorwaar niet jij hebt de macht/ te vergeven in naam van hen die met de dageraad verraden werden'?

'Dat is een lastige kwestie, waar ik het ook vaak met Herbert over heb gehad', zegt Michnik. 'Hij was harder dan ik, zoals de emigrant altijd onbuigzamer kan zijn dan degenen die achterbleven. Het is een nobel standpunt, maar het geldt alleen tijdens de oorlog, de bloedige oorlog. Na die tijd moet je pardon verlenen en een einde maken aan de logica van de haat. Dat is immers geen goede weg voor de rechtvaardigheid, voor de continuïteit van de geschiedenis.' Naar het woord van Goethe is een beetje onrechtvaardigheid verkieslijker dan de chaos.

MICHNIK roept Erasmus als getuige aan en diens pleidooi voor verdraagzaamheid en vergevingsgezindheid. 'Voor Polen moet Nederland een voorbeeld zijn: ook een klein land, maar met een lange geschiedenis van dialoog en zelfbeheersing. Ik heb voor mijn krant een keer een interview gemaakt met jullie Ruud Lubbers. Die geldt bij jullie als een christen-democraat, als een goede katholiek. Maar zijn katholicisme zou in Polen als je reinste trotskisme worden ervaren. Daar kunnen wij veel van leren.'

Het is een overtuiging die voortkomt uit zijn vorming als historicus. 'Iedere revolutie wordt bedreigd door twee grote gevaren: de ongelimiteerde drang naar rechtvaardigheid, zoals je die zag bij de Jacobijnen en Bolsjewieken, de behoefte volledig schoon schip te maken, en de ongelimiteerde vergetelheid. Wij moeten de bewakers van de herinnering zijn, maar ook de bewakers van waarden.' Dat is ook wat zijn essayistische werk kenmerkt. 'De communisten waren de falsificateurs van de traditie', zegt Michnik. 'Dat betekende, dat je als schrijver de canon moest bewaken, de voorbeelden in herinnering moest roepen, zowel nationaal als internationaal. Daarom ben ik over George Orwell gaan schrijven en over Albert Camus, maar ook over Czeslaw Milosz en Adam Mickiewicz, ons grote negentiende-eeuwse voorbeeld.' Het leverde hem veel bijval op, clandestien en openlijk, binnen en buiten Polen. 'In de bibliografie van clandestiene uitgaven kun je zien hoe vaak die essays opnieuw in omloop zijn gebracht. Ze staan bovenaan. Onder de dictatuur moet je in het reine zijn met je emoties, je moet jezelf immuniseren tegen de krachten van buiten. Daar helpt de literatuur, het gesprek met je voorgangers, enorm bij.'

En nu - is Polen nu een normaal land?

'Bijna normaal', zegt Michnik. 'De democratie is er nog niet diep genoeg geworteld, niet zo gewoon als in Engeland of Nederland. Pas na een halve eeuw democratie kun je van normaliteit spreken. Daarom is het ook zo verschrikkelijk belangrijk dat wij in alle belangrijke internationale organisaties worden opgenomen. De NAVO is een levensverzekering voor onze democratie, de Europese Unie een noodzaak.

'Er zijn immers twee grote gevaren die ons nog altijd bedreigen. De helft van de bevolking gaat bij verkiezingen niet naar de stembus. Dat is een gevaarlijk fenomeen. Veel Polen willen de democratie niet benutten, maar de democratie kan niet functioneren zonder democraten, zonder burgers die eraan deelnemen. Dat kan bij jullie ook wel eens het geval zijn, maar dat is met zo'n lange traditie veel minder griezelig.

'De omslag in staatsvorm trekt bovendien, door de gewijzigde bezitsverhoudingen, veel criminelen aan. Er verandert veel en dat gaat lang niet altijd met behulp van de juiste mensen. Bovendien zijn de extremisten en de populisten ineens salonfähig geworden. Dat is elders in Europa ook wel het geval, maar het is minder gevaarlijk: als Oostenrijk voor Haider kiest, reageert de hele Europese gemeenschap meteen en doeltreffend. Je mag echter nooit vergeten wat een gemakzuchtige houding jegens dergelijke verschijnselen kan opleveren - je mag nooit Hitler vergeten. Daarom is het zo belangrijk dat wij heel snel lid worden van de Europese democratische familie. Wij hebben hier ook te maken met Eurosceptici en Euro-enthousiasten, net als overal in Europa. Voor ons staat er echter veel meer op het spel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden