Na de oorlog komt Irak onder curatele

Alleen een langdurige bezetting kan voorkomen dat Irak na Saddam Hussein ten onder gaat aan religieuze en etnische twisten....

Iedere keer als Colin Powell ouders van soldaten uit de Golfoorlog sprak, was hij blij dat hij geen opdracht had hoeven geven door te stoten naar Bagdad. Dat had veel extra levens gekost. En met welk doel?

'Natuurlijk zouden we graag hebben gezien dat Saddam was omvergeworpen door zijn eigen volk', schreef Powell in zijn autobiografie My American Journey uit 1995, maar de gedachte dat er dan vanzelf 'een soort woestijndemocratie' was gekomen, vond hij 'naïef'. 'Het is goed mogelijk dat we dan opgescheept waren met een Saddam met een andere naam.'

Hij geeft argumenten waarom Saddam niet werd verdreven. De Arabische bondgenoten wilden het niet. Irak moest sterk genoeg blijven om als tegenwicht te dienen voor Iran en Syrië. Irak mocht niet uiteenvallen in een shi'itisch, een soennitisch en een Koerdisch deel. De Amerikanen hadden daarom na de verdrijving van Saddam over moeten gaan tot bezetting van 'een afgelegen natie van twintig miljoen mensen'. 'Ik geloof niet dat het Amerikaanse volk daarvoor had getekend.'

Twaalf jaar later lijken de Amerikanen vastbesloten dit alsnog te doen. Powell speelt weer een hoofdrol, dit keer niet als militair commandant maar als minister van Buitenlandse Zaken. Zijn president is niet langer George Bush maar diens zoon George W. Bush. En er zijn inmiddels naar schatting meer dan 24 miljoen Irakezen. Maar de klemmende vraag is gelijk gebleven: hoe moet het verder na de oorlog?

Ongeveer net zo als in Afghanistan, zei de Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld, eerder dit jaar tegen de Volkskrant. Hij voorzag een overgangsbewind van Iraakse politici, zoals het Afghaanse bewind-Karzai, dat de macht in handen kreeg nadat Amerikaanse bommen en strijders van de Noordelijke Alliantie de Taliban hadden verdreven. Maar verder zullen er ook grote verschillen zijn.

Rumsfelds onderminister Douglas Feith openbaarde in februari delen van de geheime plannen die het Pentagon voor het tijdperk na Saddam Hussein maakt. Hij waarschuwde het Congres dat de Amerikaanse soldaten lange tijd in Irak zullen moeten blijven, al was het maar om alle chemische en biologische wapens op te sporen en op te ruimen.

Het Pentagon heeft enkele maanden geleden een 'Bureau voor Wederopbouw en Humanitaire Hulp' opgericht, maar Feith ontkende tegen de New York Times dat dit een overgangsbestuur voor Irak in wording is. Het bureau heeft als taak hulp te coördineren en valt onder Defensie omdat in de beginperiode het leger de dienst zal uitmaken, zei Feith.

Een blauwdruk is voorzover bekend nog niet klaar, maar uit wat bronnen bij de Amerikaanse regering her en der hebben laten vallen zijn wel de contouren van een scenario samen te stellen.

In de eerste fase zullen de Amerikaanse militairen Irak direct besturen. Dan worden de massavernietigingswapens opgespoord en de topfiguren van Saddams Ba'ath-partij gevangen genomen. Generaal Tommy Franks, die een invasie van Irak zal leiden, wordt het vaakst genoemd als tijdelijke sterke man. Deze fase zal naar verwachting zes tot achttien maanden duren.

Er zal echter worden geprobeerd zo snel mogelijk een burger aan het hoofd van het overgangsbestuur te krijgen voor de tweede fase. Die moet dan naast de militaire bestuurder werken. Dat kan een Amerikaan zijn.

Een andere mogelijkheid is een tijdelijke 'gouverneur' benoemd door de Verenigde Naties. Een 'VN-protectoraat' met een grote bijdrage uit Europa is wenselijk, omdat het de Amerikanen een weerwoord zou geven tegen kritiek van neokolonialisme, maar de kans is gedaald door de grote onenigheid in de Veiligheidsraad.

De derde mogelijkheid is die van Rumsfeld: de Iraakse oppositie levert een overgangskabinet. Maar volgens The New York Times en de Britse krant The Observer hebben de CIA en Buitenlandse Zaken veel minder vertrouwen in de oppositie in ballingschap, die zeer verdeeld is. Powell zou liever ook politici van binnen Irak bij het bestuur betrekken en zeker topambtenaren met ervaring die geen al te vuile handen hebben gemaakt.

De oppositiegroepen in ballingschap, bang om op het moment suprême aan de zijkant te blijven staan, sloten zich vorige maand in Koerdisch Noord-Irak aaneen en vormden 'commissies' als ministeries in wording. Ze werden beloond met voorzichtige Amerikaanse goedkeuring. Maar de kans is groot dat zij pas in een derde fase echt van de macht zullen proeven.

Veel hangt af van het verloop van een oorlog. Het gunstigste scenario, dat president Bush graag schetst, is dat van een korte, hevige aanval met weinig slachtoffers, waarna het door de Golfoorlog en jaren van sancties verzwakte regime-Saddam in elkaar stort en de Amerikanen door de Irakezen als bevrijders worden verwelkomd.

Maar de plannenmakers in het Pentagon hebben ook een doemscenario, waarover ze slechts af en toe en anoniem wat loslaten. Dat is een lange, bloedige strijd, waarbij Saddams elitetroepen zich tot het uiterste verzetten en zich keren tegen de burgerbevolking; waarbij de olievelden in de brand worden gezet (zoals in de eerste Golfoorlog in Koeweit) en waarbij de getraumatiseerde Irakezen helemaal niet zo blij zijn met de Amerikanen die zij verantwoordelijk houden voor de verwoesting van hun land.

De omvang van de schade, het lenigen van de humanitaire noodsituatie ontstaan door de oorlog, en de waarschijnlijk broze veiligheidssituatie na de oorlog (opstanden van bijvoorbeeld shi'itische of Koerdische gewapende groepen zijn niet ondenkbaar) zijn zulke onzekere factoren dat een goede planning van de tijd na de oorlog zeer moeilijk is.

Er is kritiek dat de voorbereidingen veel te laat zijn begonnen, zowel door de Amerikanen als de VN. De onenigheid over militair ingrijpen heeft dit in de hand gewerkt. De VN-organisaties maakten in het diepste geheim plannen, omdat het niet mocht lijken dat zij zich al bij een oorlog hadden neergelegd. Ook Feith voerde dit als excuus aan: zijn regering wilde niet de indruk wekken dat de weg van de VN-wapeninspecties niet serieus werd genomen.

Dit alles maakt dat de Amerikaanse aanwezigheid in een Irak na Saddam langdurig zal zijn en veel intensiever dan die in Afghanistan. De taal van Bush is ook heel anders. Bij Afghanistan was het doel duidelijk: Al Qa'ida had Amerika dodelijk aangevallen en moest worden verslagen, tezamen met het Taliban-regime dat Bin Laden onderdak bood. Voor Irak ziet Bush een toekomst als lichtend voorbeeld van democratie voor het gehele Midden-Oosten.

Afghanistan voldoet niet als model voor dit visioen. Krijgsheren maken de dienst uit in de provincies, een zwakke VN-vredesmacht alleen in de hoofdstad Kabul. De Taliban en Al Qa'ida zijn verjaagd, maar niet definitief verslagen. Ze voeren terreuracties uit. Een dergelijke chaotische situatie is precies wat Powel in 1991 vreesde als Bagdad toen wel was veroverd. Het enige alternatief is ook nu een langdurige bezetting met een grote legermacht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden