Na de nieuwe lente

Dinsdag zijn in Amerika de verkiezingen voor het Congres. Algemeen wordt een grote verschuiving in de politieke verhoudingen verwacht. Is het tijdperk van 'hope' en 'change' voorbij?

Bijna op de kop af een jaar na Barack Obama's verkiezing tot 44ste president van de Verenigde Staten, zat ik naast de Amerikaanse filosofe Susan Neiman tijdens een lunch. Neiman had actief deelgenomen aan Obama's verkiezingscampagne en was daar driehonderdzestig dagen later nog steeds vol van. Zijn persoonlijkheid! Zijn leiderschap! Zijn intelligentie en nuchterheid! Het voorgerecht werd juist geserveerd en alles wees op een plezierige maaltijd in een prettig restaurant op een mooie herfstdag. Misschien had ik niet moeten zeggen dat ik voorlopig nog niet zo onder de indruk was van de nieuwe Amerikaanse president die op 4 november 2008 was aangetreden.


Neimans reactie was een mengeling van verbijstering en schok. Bijna alsof het voor een weldenkend mens - bril, pak, schrijver, ongetwijfeld liberaal - een haast fysieke onmogelijkheid was om niet voor deze man te vallen.


Ook op mij had Barack Obama de indruk gemaakt van een intelligente, charismatische man die een evenwichtigheid uitstraalde die het geslacht Bush op de een of andere vreemde manier genetisch leek te ontberen. In tegenstelling tot zijn voorganger scheen hij iemand met wie je een gesprek kon hebben. Iemand die je een hand gaf zonder het onheilspellende vermoeden dat je daarmee de voorlopig laatste schakel was in een perverse keten van machinaties en manipulaties die alleen ten doel had een duistere oligarchie te dienen.


'Maar Guantanamo Bay is nog steeds open', zei ik. 'Daar zitten mensen zonder vorm van proces in eenzame opsluiting. Irak is een zootje, Afghanistan is niet veel beter. Ik heb nog geen zinnig woord gehoord over het Midden-Oosten. Ik verwacht na een jaar geen resultaten, maar wel uitspraken en standpunten en wat ik hoor is het oude excuus dat de werkelijkheid taai is. En dat was wat Bush ook zei.'


Toen we na de koffie buiten stonden te roken, wees Neiman op het enorme belang van de hoop die de nieuwe president vertegenwoordigde. De jaren onder de Bush-dynastie waren uitzichtloos geweest en al had Obama dan nog weinig bereikt en was de tegenstand uitzonderlijk hevig, er was ten minste weer hoop.


Ik dacht terug aan dat gesprek, toen mijn dochter een paar dagen geleden vroeg of ik de Indiaanse mythe kende van de twee doosjes. In het ene zat het goede, in het andere het slechte. Natuurlijk kon niemand de verleiding weerstaan om na het goede doosje ook het slechte te openen en toen alle ellende er eenmaal uit was, restte niets dan hoop dat het zo'n vaart niet zou lopen. Zij, veertien, vond dat een tantaliserende gedachte.


De mythe komt in bijna elke cultuur voor en zegt niet alleen dat de mens nu eenmaal nieuwsgierig is. Of het nu Eva is die een vrucht plukt van de boom van de kennis van goed en kwaad, Pandora die het vat opent waarin het ongeluk zit opgesloten, met het goede lijkt onafwend-baar het kwade te komen en wat rest is hoop.


Hoop is wat ons doet doorgaan als er niet zo verschrikkelijk veel redenen zijn om aan te nemen dat het nog goed komt. Er zijn reddingsbrigades die in de allermoeilijkste situaties niet naar de motorsloep rennen, maar een roeiboot te water laten. Een motorboot produceert meer pk's dan zes mannen ooit bij elkaar kunnen roeien, maar hoe krachtig een Volvo Penta of een Evinrude ook is, hoop heeft de motor niet. Zes mannen met de moed der wanhoop kunnen echter doorgaan waar mechanische paardekrachten stoppen.


Hoop is, veel meer dan rationele afwegingen, de basis waarop we onze politieke standpunten bepalen. Ik heb eens een tijdje een experiment uitgevoerd waarin ik mensen vroeg hoe zij tot een bepaalde keuze kwamen. Wanneer besloot je dat je socialist/liberaal/conservatief was? Had je toen alle partijprogramma's gelezen? Das Kapital? Burke? Berlin? Er waren geen uitzonderingen: iedereen had de grote beslissing over zijn of haar politieke standpunt genomen 'omdat het zo voelde'. Voor mij is het niet anders. Ik héb Marx, Burke en Berlin gelezen, maar pas lang nadat ik had besloten - nee: zeker wist - dat ik zus en zo was. Of men radicaal is of pragmaticus, de keuze is meestal de weerslag van een heilsverwachting en dat is niets anders dan hoop.


Valse verwachting

Neem die opgetogen Rotterdamse, bijvoorbeeld, daags na het overweldigende succes van Pim Fortuyn bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2002. Ik stond voor een stoplicht te wachten en hoorde haar op de autoradio verzuchten dat het fantastisch was dat er nu eindelijk 'naar ons' werd geluisterd. De interviewer vroeg of ze ook wist dat Fortuyn de huursubsidie wilde afschaffen. Er viel een stilte waarin ontzetting hoorbaar was. De huursubsidie afschaffen? Maar dat kon helemaal niet! Zij had die huursubsidie nodig.


Het is makkelijk om daar lacherig over te doen, maar het zijn niet alleen mensen met een huursubsidie die stemmen, omdat zij verwachtingen hebben die niet stroken met partijprogramma's. Ik ken bijna niemand die niet tot zijn of haar verbijstering volgens de stemwijzer de ideale ChristenUnie-stemmer blijkt in plaats van het GroenLinks-lid dat men is. Mijn ouders, voor wie Job Cohen is wat Obama was voor Susan Neiman, bleken zelfs VVD te moeten stemmen.


Het gaat om hoop. Hoop op verandering (het haast profetische sleutelwoord waarmee Obama zijn zege behaalde), op nieuwe helderheid, op schone politiek. Een nieuwe lente en een nieuw geluid, en alles wat daarbij hoort.


Onze verwachtingen worden bepaald door onze hoop. Welke verandering bij die verwachting hoort maakt het verschil. Er is de positieve verwachting, die van vooruit-naar-een-nieuwe-tijd, naar de helderheid van pragmatisme, een intellectuelere politiek, problemen oplossen door ze te onderkennen. En er is de negatieve: die van terug-naar-toen-het-nog-goed-was, problemen niet oplossen maar ze verwijderen, de duidelijkheid van maatregelen die totaal en meeslepend zijn.


Ontkenningsfase

Het zijn goede tijden voor de hoop, want er valt veel te wanhopen. De economie is gestruikeld en lijkt weliswaar overeind te krabbelen, maar iedereen weet dat het systeem niet werkt. Er zijn miljarden gemeenschapsgeld verdwenen in banken die gokten met de inleg van hun klanten en weliswaar heel royaal waren voor hun 'masters of the universe', maar nooit voor ons. Wij zijn opgeschrikt uit de ontkenningsfase die ons niet deed inzien dat wat wij migratie en arbeidsmobiliteit noemden in feite een volksverhuizing was. We merken dat een geïndividualiseerde cultuur als de onze - het product van een zeer doorontwikkelde democratie - weerloos lijkt tegenover duidelijkheden en dogma's die wij een halve eeuw geleden met een zucht van verlichting achter ons lieten.


De belangrijkste kernwaarde van de samenlevingen in Noordwest Europa - het solidariteitsbeginsel, die praktische uitwerking van de beginselen van de Franse revolutie - brokkelt af onder de sloophamers van de managers. Hun belofte, dat marktwerking heil brengt waar bureaucratie en hoge kosten tot stagnatie leiden, is niets dan een belofte gebleken. De ziektekosten zijn niet gedaald, de privatisering van nutsbedrijven heeft geleid tot rekeningen die hoger en veel gecompliceerder zijn geworden, de cul-turele sector (de linkse hobby die door zoveel rechtse mensen wordt gedeeld) dreigt uit angst en armoede de toeleverancier te worden van mainstream-vermaak.


En ten slotte wordt overal in de westerse wereld - en sinds de opkomst van de Tea Party zelfs in het land waar het begrip melting pot haast een geloofsartikel is - het idee opgegeven dat een samenle-ving pluriform, pluralistisch en tolerant kan zijn en dat dat goed is.


Er waart een spook door de westerse wereld. Het is het spook van de wanhoop en het heeft een tweeling gebaard die positieve hoop en negatieve hoop heet. De ene wijst vooruit en acht verandering mogelijk, de andere kijkt over de schouder en vindt het tegengestelde. De ene accepteert dat de wereld verandert en altijd aan verandering onderhevig is geweest, de andere acht verandering onwenselijk en wil die ongedaan maken. Er is hier geen links of rechts. Er is alleen nog progressief en conservatief en de conservatieven houden er enkele sociaal-democratische ideeën op na, de progressieven hanteren soms ronduit neo-liberale retoriek.


Ander soort terrorisme

Zijn er redenen voor de wanhoop en angst? Op macroniveau wel, hoewel het internationale terrorisme niet meer slachtoffers maakt dan twintig, dertig jaar geleden. Het is een ander soort terrorisme, schijnbaar religieus geïnspireerd in plaats van politiek, maar waarschijnlijk zou Marx nog altijd zeggen dat Verelendung ten grondslag ligt aan de terreur.


Op het niveau van stad en dorp lijken de redenen absent. Hoewel... Een goede vriend, wiens zeer bejaarde ouders niet zo ver over de grens in Duitsland wonen, zette onlangs op hun verzoek de oude watermolen te koop waarin zij met zijn tweeën eenzaam zitten te zijn. Of er nog bijzondere wensen waren, wilde hij weten. Nou, ze hadden liever niet dat hun kolossale pand werd verkocht aan moslims die er een moskee in vestigden. Toen hij dat verhaal vertelde lachten we. Een dorpje van - wat is het - tien huizen in een door heuvels en dalen doorsneden middle of nowhere in Duitsland. En daar ben je dan bang voor een moskee? Realiteit is niet het eerste woord dat opkomt. En toch is men bang, in de dorpen en de steden, op plekken waar de veranderingen nauwelijks zichtbaar zijn en de islam alleen een woord is van horen zeggen. Wilders is sterk in de buitengebieden en de machtsbasis van de Tea Party bevindt zich niet in de steden, maar op het Amerikaanse platteland.


Geert Wilders' kiezers lijken de hoop te hebben dat hij alles weer zo zal maken als het was, maar uit onderzoek blijkt dat het merendeel vindt dat het wel wat minder kan met dat gehamer op de islam. Obama heeft inmiddels een einde gemaakt aan de bezetting (pardon: bevrijding) van Irak, en er een Health Care wet door gekregen die een zegen moet zijn voor de gewone Amerikaan, maar die gewone Amerikaan wordt deson-danks onweerstaanbaar aangetrokken door de reactionaire populisten van de Tea Party. In Duitsland, waar je bijna nooit een allochtoon op straat ziet lopen, schiet het establishment in de kramp, omdat een man een boek heeft geschreven dat vol staat met Wilders-achtige flinkheden.


Waarden en natuurwetten

Zoals hoop zich onttrekt aan de realiteit hebben ook de verwachtingen die bij die hoop horen, weinig te maken met de werkelijkheid. Maar we leven met en uit hoop. We luisteren naar mensen die suggereren dat ze onze verwachtingen waar kunnen maken, hoewel we tegelijkertijd weten hoe onwaarschijnlijk dat is.


De Britse filosoof Isaiah Berlin is de bedenker van de term 'waarden-pluralisme'. Dat begrip gaat ervan uit dat waarden niet een soort natuurwetten zijn die objectief vastgesteld kunnen worden, maar producten zijn van de cultuur. Als ze botsten, zegt Berlin, dan hoeft het niet zo te zijn dat de een meer meer waar is dan de andere. Ze kunnen even waar zijn, maar onverenigbaar. Dat soort conflicten is er nu eenmaal, ze zijn niet te voorkomen en ze vormen de tragische kern van de condition humaine. De kunst is om verschillende waarden naast elkaar te laten bestaan, met inachtneming van de algemeen menselijke waarden als vrijheid, het recht op bescherming en beschutting, vrijwaring van honger en dorst en het recht op vrije meningsuiting.


Dat klinkt ingewikkelder dan het is. De president van de Hoge Raad, Geert Corstens, pleitte vorige week in het tv-programma Buitenhof voor de oude deugd van temperance, matigheid. Dat is een houding die niet erg spannend is en in tijden van hoop en wanhoop weinig aantrekkelijk lijkt. Maar het is een wijze manier om naar problemen te kijken, de ingewikkeldheid ervan te doorgronden en de moeilijkheid ervan te onderkennen. Hoe tantaliserend de grote woorden, de moeder aller oplossingen en de duidelijkheid van meeslepend leiderschap ook zijn, ze zijn niets meer dan dat: de uitdrukking van passies die horen bij de verwachtingen die hoop ons ingeeft.


Zoals het cliché zegt: wees voorzichtig met wat je hoopt, je kon het nog wel eens krijgen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden