Na de maanreis is het leven op aarde een trage anticlimax

Wat doe je nog met je leven als je op de maan hebt gestaan? Buzz Aldrin, de astronaut die vandaag veertig jaar geleden als tweede mens het maanoppervlak betrad, jatte al in zijn drie weken quarantaine na terugkeer de whiskeyvoorraad van de arts.

Hij raakte aan de drank en werd depressief. ‘De overgang van ‘astronaut die zich opmaakt voor de volgende grote daad’ naar ‘astronaut die vertelt over zijn laatste grote daad’ was niet makkelijk voor mij’, schrijft hij in zijn nieuwe boek.

Charlie Duke, die in 1972 de tiende van de slechts twaalf mensen op de maan werd, had ook een drankprobleem. Het ene moment, beschreef hij, had hij de aarde gezien als ‘een juweel, zo kleurrijk en stralend dat het voelde of je hem op kon pakken’. Kort daarop was hij er terug, en had het gevoel dat zijn leven ‘slechts een lange, trage anticlimax’ zou worden. Hij vond troost bij Christus, zoals wel meer ex-astronauten.

De kater na de maan van sommige van deze mannen, nu tegen de 80, zou als symbool gezien kunnen worden. Want veertig jaar na de maanlanding, ademloos gevolgd door honderden miljoenen, wordt in Amerika vooral handenwringend over het vervolg gesproken: de heldhaftige verkenning van de nieuwe frontier heeft achteraf bezien tot weinig geleid.

Met Aldrin is het goed gekomen. Anders dan zijn Apollo 11-crewgenoten buit hij zijn roem uit in optredens en reclamespotjes. Onlangs nam hij een hiphop-nummer op met Snoop Dogg en Soulja boy. ‘I am the space man’, rapt Aldrin. ‘All you need is the rocket experience.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden