Na de bubble

De architectuur is zwaar getroffen door de economische crisis. Initiatieven als onderzoekslabs voor jonge, werkloze architecten moeten daar iets tegen doen....

Alsof het een bijeenkomst van de Anonieme Alcoholisten was, zo voelde het de eerste keer voor Robbert Bron. In een kring, en je dan voorstellen. ‘Hallo, ik ben Robbert, architect, en ik ben vier maanden werkloos.’ Daarna zijn buurman: ‘Ik ben Conrad, stedenbouwkundige, en ik ben sinds een half jaar werkloos.’ ‘Ik ben Saskia, architect, sinds juni werkloos.’ En zo nog twaalf keer. ‘Het schiep meteen een gevoel van saamhorigheid’, zegt Robbert (30).

Die band is voelbaar in het tot voor kort leegstaande kantoorpand boven de Vomar in het centrum van Almere Haven. Samen met hun mentor Paul van Bussel (architect, 45) ontwerpen 15 jonge werkloze architecten – tussen de 26 en 38 jaar – er, met behoud van uitkering, plannen voor dit oudste deel van Almere. Anderhalve maand geleden kenden ze elkaar nog niet, nu worden er tijdens de lunch over en weer plagerige grappen gemaakt, en wordt daarna weer uiterst serieus samengewerkt.

De architectuur is zwaar getroffen door de economische crisis, en jonge architecten zijn daarvan als eerste de dupe. Tijdelijke contracten worden niet verlengd, pas afgestudeerden vinden geen werk. ‘Als de postzegel op de envelop met je sollicitatiebrief niet recht zit, wordt ie niet eens meer geopend’, zegt Rouke Mulder (28). ‘Ik kreeg vorig jaar nog drie aanbiedingen, en nu zit ik hier’, zegt Robbert.

De deelnemers aan het Onderzoekslab Almere zijn zonder uitzondering hoog opgeleid, en hebben soms al jaren gewerkt. De meesten hebben een diploma van de TU Delft, van sommigen zijn of worden eigen ontwerpen gebouwd. Zoals van Jillis Kinkel. ‘Ik had een grote opdracht voor een bedrijfsverzamelgebouw in Amsterdam. Over anderhalve maand begint de bouw ervan. Ik ben op reis gegaan, en toen ik terugkwam was er geen werk meer.’

Er dreigt in de architectuur een verloren generatie te ontstaan, waarschuwde Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol ruim een half jaar geleden. Wie werkloos raakt, ontwerpt niet meer en raakt achterop. Dat wil Van der Pol voorkomen.

Tegelijkertijd wil ze dat wordt nagedacht over ontwerpopgaven die tijdens de hoogconjunctuur, toen volgens haar het mantra ‘gisteren af’ gold, onderbehandeld zijn: onder andere binnenstedelijke verdichting, nieuw wonen in de wijk, herbestemming, krimp, nieuwe werkmilieus, de verwevenheid van stad en landschap.

Sinds 7 oktober zijn in Onderzoekslabs in Utrecht, Nagele, Amsterdam, Rotterdam, Heerhugowaard en Almere bij elkaar tachtig jonge ontwerpers twee dagen per week aan het werk. Meer mag niet van het UWV, omdat ze beschikbaar moeten blijven voor de arbeidsmarkt.

De teams hebben mentoren, en bureauruimte is er in de steden zelf, maar ook bij bureaus elders. De deelnemers aan het lab Almere werken een dag daar, en de andere dag in Den Haag, waar meer faciliteiten zijn, zoals vaste computers en printers.

Maar dat het werken in Almere iets Spartaanser is, deert de meesten niet. ‘Het is juist leuk om analoog te werken, met vellen papier waar we onze ideeën opzetten’, zegt Jillis. ‘En het is juist prettig om zelf te tekenen.’

De muren in het kantoor hangen vol met tekeningen, foto’s, schema’s en analyses. De opgave waar ze voor staan, leek in het begin bepaald niet mis: hoe kan Almere Haven het ‘Nice aan het Gooimeer’ worden? Wie er een middagje rondloopt tussen de Blokker, de Hema, het Kruidvat en de Etos, heeft er wel erg veel verbeeldingskracht voor nodig.

Maar de leden van het lab zijn in de korte tijd dat ze er werken al van Almere Haven gaan houden. ‘Je kunt het lelijk vinden, maar het is wel ons lelijk geworden’, zegt Petra (32). Jillis: ‘Ik vind het nog steeds niet mooi, maar de mensen hier vinden het juist super.’ Dat de ‘Havenaars’ zo trots zijn op hun eigen stad – en Almere Centrum als een andere stad zien – heeft hen wel de ogen geopend, zegt de Française Agnes Mandeville (36). ‘Sleeping Beauty’, die omschrijving durft ze wel aan. ‘Nice aan het Gooimeer’ hoeft het echt niet te worden van hen, wel ‘de omweg waard’.

Ook het engagement van de architecten die het stadsdeel dertig jaar geleden ontwierpen, vinden ze stimulerend. ‘We zijn hier bezig met de geschiedenis van een idylle, een utopie’, zegt Evert-Jan Stoop (27). ‘Voor een jarenzeventigwijk is het heel zorgvuldig neergezet. Een op de zes Nederlanders woont in zo’n wijk. Wat ermee moet gebeuren, zijn we hier aan het ontdekken.’

Nee, losers voelen ze zich niet, ook al werken ze eigenlijk ‘gratis’. ‘Ik ben er niet zo rouwig om’, zegt Nicolien Pot (30). ‘Ik zag al aankomen dat mijn contract beëindigd zou worden. Dit is een mogelijkheid om verder te komen.’ Dat zeggen ook de anderen: wat ze hier doen, gaat veel dieper dan op een architectenbureau. ‘Daar word je vaak binnen gehaald omdat je een ding goed kan, zoals werken met Autocad’, zegt Rouke. ‘Terwijl je hier heel goed nadenkt over de hele opgave, en alle aspecten ervan.’ Agnes: ‘Een architect kan veel meer doen, we moeten veel breder zijn.’

De onderzoekslabs hebben ook weerstand opgeroepen in de architectuurwereld. Ze zouden valse concurrentie betekenen voor bureaus die met moeite het hoofd boven water weten te houden, en elke opdracht, hoe klein ook, goed zouden kunnen gebruiken. Maar Guido Wallagh, de coördinator van Nederland wordt anders, waarvan de labs onderdeel vormen, verwerpt die kritiek. ‘Onze onderwerpen behandelen als het ware de vragen die gesteld moeten worden voor er een echte opdracht kan worden uitgezet. De woningbouwcorporatie Alliantie Flevoland in Almere worstelt met de vraag wat te doen met verouderd bezit. Zij wil geholpen worden met het formuleren van vragen, om vervolgens een opdracht te kunnen uitzetten bij reguliere bureaus.’

De Rotterdamse architect Nanne de Ru (33) heeft zijn eigen bureau, Powerhouse Company, tot nu toe door de crisis weten te loodsen. ‘We krompen eerder dit jaar van zeven naar vier man, nu zitten we weer op negen. Maar het was gewoonweg eng, de eerste helft van het jaar. Gewoonlijk krijg je per maand wel een nieuwe opdracht, maar nu bleef het stil tot mei. Griezelig.’

Ook De Ru heeft zich gebogen over de vraag hoe de architectuur zich moet verhouden tot de crisis. Hij is met zijn bureau Powerhouse de samensteller van de tentoonstelling Rien ne va plus in NAiM/Bureau Europa in Maastricht, die een uiterst kritisch beeld geeft van de ‘bubble’-architectuur van de laatste jaren. De Ru verwijt de babyboomgeneratie, die lang aan de macht is geweest, dat zij de morele waarden waaraan ook een architect moet denken, uit het oog verloren is. ‘Nu cashen, morgen met pensioen. Met die mentaliteit hebben architecten meegewerkt aan het creëren van de bubble.’

Centraal in de Maastrichtse tentoonstellingruimte staat een grote zwarte tafel met beeldschermen erop, met daaromheen zwartleren fauteuils zoals je ze vindt in de boardrooms van grote bedrijven. Maar het geheel doet ook denken aan de crisisroom die wordt gebruikt tijdens een hoogoplopend conflict. Op in de tafel ingebouwde beeldschermen zijn filmpjes te zien met daarop de hoofdrolspelers van de crisis, en hun critici.

‘Klopt’, zegt De Ru, ‘we geven letterlijk en figuurlijk een zwart beeld van de periode die achter ons ligt. De architectuur werd gedreven door ijdelheid, kortzichtigheid en prestigeoverwegingen. Veel gebouwen die werden neergezet, waren geen gebouwen meer, maar iconen als ankerpunt voor nieuwe vastgoedinvesteringen.’

Voorbeelden genoeg, vindt De Ru. ‘Een woningcorporatie in Rotterdam wil een oud cruiseschip verbouwen, maar dat blijkt geen 2, maar 200 miljoen euro te kosten. Een megalomaan project. Grote, internationaal bekende architecten, zoals Nouvel, Koolhaas en Herzog de Meuron, bouwen in landen met autoritaire regimes. Ze rekken hun oordeel op over met wie je wel en wie je niet zaken mag doen. Heel postmodern, het uitstellen van het oordeel. Het Louvre, een museum dat nota bene is voortgekomen uit de Franse revolutie, bouwt in Abu Dhabi, niet het meest democratische land ter wereld.’

Het heeft geleid, wil De Ru in Maastricht laten zien, tot architectuur die net zo imaginair is als de financiële producten die tot de economische crisis hebben geleid.

De Ru vindt dat jonge architecten afstand moeten nemen van de postmoderne ‘starchitect’-houding. ‘Architecten wordt nauwelijks meer geleerd dienstbaar aan de opgave te zijn. Kijk naar de opgaves die je krijgt op de technische universiteiten: bouw een bibliotheek, bouw een stadhuis. Mooi hoor, daar kun je iconen van maken, maar eigenlijk zou de opgave moeten zijn om mooie, goedkope woningbouw te scheppen, of een loods langs de snelweg. Het gaat om gebouwen die nu vaak niet onder architectuur worden gebouwd. De basishouding moet weer worden dat architectuur een vak is waarin technische kunde en creativiteit worden gecombineerd.’

De Ru twijfelt over het nut van de onderzoekslabs. ‘Je kunt ook kleine opdrachten uitzetten voor bureaus, waardoor je ze in leven houdt. Het heeft ook wel wat cynisch, twee dagen per week met behoud van uitkering aan opdrachten werken die je misschien liever bij een bureau had gedaan. De vraag is of je jezelf zo niet te grabbel gooit. Het is jammer dat in de labs niet wordt nagedacht over de vraag hoe het zover heeft kunnen komen.’

Jeroen van Schooten, de voorzitter van de Bond van Nederlandse Architecten, spreekt van een ‘ontzettend probleem’ voor jonge, net afgestudeerde architecten. ‘Zij moeten hun werkervaring opdoen op bureaus, maar daar komt niets binnen. En aan een lopende opdracht zet je geen nieuwkomer. Als dit nog een paar jaar doorgaat, staat er alweer een nieuwe generatie te trappelen.’ Van Schooten wil niet zeggen dat er te veel architecten worden opgeleid, maar legt wel een rekensommetje voor. ‘In de toptijd werkten er 15 duizend mensen op de bureaus, nu nog 10 duizend. Dan is zevenhonderd per jaar erbij, zoveel komen er van de universiteiten, wel erg veel. We gaan bij onze volgende enquête in de branche vragen hoe groot de behoefte is aan nieuw opgeleiden.’

Van Schooten vindt dat er gevaarlijke kanten zitten aan de onderzoekslabs, maar ook dat er inderdaad iets gedaan moet worden voor de vele werklozen in de branche. ‘We hebben sympathie voor het idee dat er iets geregeld moet worden, maar we houden het gevaar van valse concurrentie scherp in de gaten. Tot nu toe hebben wij nog geen klachten gekregen.’

Dat de architectuur de hand in eigen boezem steekt, juicht Van Schooten toe. ‘Al is dat voor jonge bureaus makkelijker. Die kunnen nog onbesmet uitleggen hoe hun ideale maatschappij eruit ziet. Voor ons is het wat moeilijker om te zeggen dat de afgelopen twintig jaar een vergissing waren. Kijk naar het hoofdkantoor van ING dat wij hebben ontworpen naast de Ring A10. Op dit moment zou zo’n gebouw er niet meer komen. Maar was het een gevolg van een bubble? We moeten niet vergeten dat de architect de vraag volgt, niet stelt. Je hebt invloed op de antwoorden. De Ru probeert met zijn generatie nieuwe mores af te spreken.’

De architecten van het Onderzoekslab Almere Haven praten samen ook regelmatig over de vraag wat de rol van de architect zou moeten zijn. Elitair en in zichzelf gekeerd, noemt Conrad de houding van de architectuur. ‘Een architect zal niet meer moeten wachten op opdrachten, we moeten zelf juist veel meer initiatief nemen’, zegt Maartje Olsthoorn (33).

‘Is het ook niet onze eigen schuld’, vraagt Robbert zich af. ‘Laten we ons niet te veel sturen door de opdrachtgever? We laten ons behoorlijk knel zetten binnen de bureaus. Maar ja, het werk kwam altijd wel aanwaaien, de opdrachten kwamen toch wel binnen.’ Waar is de diepgang, vroeg Petra zich de laatste jaren af. ‘Deadline na deadline halen, daar ging het om. Er was weinig tijd voor reflectie of voor ontwikkeling.’

Dat er niet voor het onderzoek wordt betaald, geeft hen juist grote vrijheid, vindt de club. Robbert: ‘Het vrijblijvende maakt het juist zo leuk.’ Rouke: ‘Ik ben uitgekozen vanwege mijn ideeën, niet vanwege een bepaalde vaardigheid. Daarom voelt het niet alsof ik hier voor spek en bonen zit.’ De plannen om Almere Haven ‘de omweg waard’ te maken, presenteren ze half januari. Daarna gaan er weer nieuwe onderzoekslabs van start. ‘Dit is puur energie’, vindt Rouke.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden