Na de begeerte slaat de allesverwoestende twijfel toe

De Cocu Magnifique van Fernand Crommelynck door Het Toneelhuis. In Brakke Grond, Amsterdam. 21 oktober. Daar nog t/m 24 oktober....

MARIAN BUIJS

THEATER

Wellustig rekt ze haar lijf als ze haar geliefde Bruno in de gaten krijgt. Kinderlijk ongeduldig schudt ze haar natte haren en strijkt ze langs haar dijen. Meisje en minnares tegelijk.

Hij op zijn beurt prijst te pas en te onpas haar mollige schoonheden: hebben we wel gezien hoe prachtig haar lichaam zich welft? 'Deze liefde stroomt mij over de ziel en vult heeltegans mijn binnenkant'

Stapelgek zijn ze op elkaar, Stella en Bruno. En wij gaan graag in die uitbundigheid mee. Ook Bruno's vriend Petrus moet zien hoe prachtig Stella is. Waarom laat ze zijn vriend niet wat meer zien? 'Eén kleen borsteke maar'. Stella bloost, schudt haar hoofd, maar de verliefde Bruno trekt haar jurk al opzij en daar staat ze, met die ene ontblote borst. Het wordt ineens akelig stil.

Zodra Bruno in de ogen van zijn vriend een glimp van begeerte denkt te zien, slaat zijn stemming volledig om. Is Stella hem wel trouw?

Vanaf dat moment wordt die gedachte voor Bruno een obsessie, net als in Othello. In alles denkt hij een bewijs van haar ontrouw te zien. De enige manier om een eind aan die twijfel te maken is de zekerheid van haar ontrouw die hij vervolgens zelf in scène zet.

Met De Cocu Magnifique oftewel 'De wonderbaarlijke hoorndrager' werd de Franstalige Belg Crommelynck in 1920 op slag beroemd. Het stuk had succes in heel Europa, behalve in Vlaanderen zelf.

Dat liet het Vlaamse gezelschap Het Toneelhuis (een fusie tussen de KNS en de Blauwe Maandag Compagnie) niet op zich zitten. Met een imposant decor, een sappige Vlaamse vertaling en een stel sublieme acteurs hebben ze het stuk nieuw leven in geblazen.

Wat begint als een volkse klucht, eindigt als een schrille nachtmerrie met een onheilspellend soort humor. Sommige figuren lijken zo weggestapt van een schilderij van Ensor. De karikaturale burgemeester die met zijn revers vol lintjes puur uit is op eigenbelang. Of de zwijgende secretaris die toelaat dat Bruno hem allerlei uitspraken in de mond legt. Niemand grijpt in, ze kijken liever een andere kant op.

En Stella zelf? Die doet alles wat Bruno wil. Ze is er tenslotte beroerd aan toe. Haar blozende huid, haar krullende tenen en kusgrage lippen zijn tegen het einde groezelig en grauw. Lies Pauwels speelt deze Stella met hart en ziel: verzaligd wentelt ze zich aanvankelijk in het badschuim. Aan het slot snikt ze haar hart uit haar lijf en je hebt werkelijk met haar te doen.

Minstens even schitterend is Lucas van den Eynde, hij maakt van Bruno een monument. Aanstekelijk in zijn adoratie, en angstaanjagend in zijn ziekmakende wantrouwen. Stap voor stap praat hij zichzelf de gekte in. Op de uitgestrekte houten toneelvloer waarin het meubilair zich listig verbergt, creëert hij zijn eigen wereld en sleept ons daar onweerstaanbaar in mee.

Dat het stuk vooral tegen het eind zwakkere passages vertoont, nemen we op de koop toe. Het is alsof de schrijver de spelers daarmee op de proef stelt en zij die test glansrijk doorstaan. Zo groeit deze farce uit tot een voorstelling waar je niet omheen kan. Want uiteindelijk gaat het over de allesverwoestende twijfel die ieder van ons kan bespringen. Als die zich eenmaal nestelt in je hart is het gedaan met de rust.

Marian Buijs

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden