Na 72 jaar weer goud op estafette

Nederlands zwemkwartet verovert eerste titel na Berlijn...

PEKING Geen supporter in de Waterkubus schreeuwde harder ‘Holland’ dan Erica Terpstra. Geen vrouw had daar nattere ogen dan Inge de Bruijn. De twee diva’s uit een groot nationaal zwemverleden wisten als geen ander wat de Nederlandse estafetteploeg op de tweede olympische wedstrijddag zou kunnen uitrichten.

Hun voorgevoel bij de 4x100 meter vrije slag was juist. Nederlandse vrouwen kunnen in nadrukkelijke samenwerking zo veel meer, dat bewees de geschiedenis al vaker. De grootmachten Australië (3.34,76) en de Verenigde Staten (3.35,51) gingen naar de Spelen met de betere antecedenten en de betere tijden (de opgetelde persoonlijke records).

De Nederlandse ploeg, een secuur samengesteld collectief van snelheid (Veldhuis), enthousiasme (Heemskerk), jeugd (Kromowidjojo) en bedachtzaamheid (Dekker), bezat echter het wereldrecord (3.33,62) op het voornaamste aflossingsnummer. Het team had bovendien de instelling aan te sluiten bij de grote hoofdstukken uit de zwemsport.

Toen het karwei in het Chinese chloorwater was geklaard – Erica schor, Inge alleen nog maar traantjes pinkend – kwamen daarom nog oudere namen naar voren. Het ging over Berlijn 1936, de Nazi-Spelen, de tijd dat vrouwen in gebreide zwempakken te water gingen.

Pas 72 jaar na het mythische kwartet Rie Mastenbroek, Jopie Selbach, Tini Wagner en Willy den Ouden had de nationale ploeg de olympische titel op de 4x100 meter heroverd. In alle tussenliggende jaren had Nederland meegeteld, medaille na medaille veroverd, maar nooit kon de aanwezige kwaliteit zo samengebald worden dat de grote naties, VS, Australië en de voormalige DDR, verslagen konden worden.

Nederland, nu goed voor elf olympische medailles op ‘het meest prestigieuze estafettenummer dat er is’ (Verhaeren), moest nederlagen slikken die het nadien het liefst in de rechtszaal had gecorrigeerd. In 1988 verloren Marianne Muis, Mildred Muis, Conny van Bentum en Karin Brienesse in Seoul van Oost-Duitsland. Dat team was het product van een dopingsysteem. De uitslag werd nooit herzien.

Inge Dekker, Ranomi Kromowidjojo, Femke Heemskerk en Marleen Veldhuis zetten zondag ook de nederlaag uit 1984 recht. Nederland, een ploeg onder aanvoering van Annemarie Verstappen, verloor toen in Los Angeles een nek-aan-nekrace van de VS. Net zo’n nederlaag, met zilver als troost, leed het team van 2000, onder aanvoering van Inge de Bruijn.

Zondag was alles anders. Nederland bleek over de beste samenballing van talent te beschikken. Erica Terpstra, zelf in 1964 goed voor brons op de 4x100, kon de voorspelbare sportploeg van het jaar 2008 alvast ‘kanjers’ noemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden