Column

Na 46 jaar ben ik fan van Bowie

Donderdag was ik in Groningen bij de opening van de expositie 'David Bowie is'. Wende Snijders zong een hartverscheurend mooie versie van Heroes, het Noord Nederlands Orkest speelde Philip Glass' vierde symfonie Heroes, sopraan Angelina Ruzzafante zong Richard Strauss' Vier letzte Lieder en het NNO sloot af met een fijne Bowie-medley. Daarna kon je naar het Groninger Museum voor het antwoord op de centrale vraag: 'David Bowie is...' Ja, wat is-ie eigenlijk?

De tentoonstelling 'David Bowie is' in het Groninger Museum Beeld ANP

Ik ben nooit een echte Bowie-fan geweest. Ik was altijd meer van de ongecompliceerde Amerikaanse rock 'n roll van Springsteen en Petty. Geen flauwekul, lekker liedjes zingen. Bowie hoorde bij de Engelse popmuzikanten die nogal bezig waren met hun haar, een merkwaardig androgyn imago nastreefden en broeken droegen - áls ze al broeken droegen - die ik alleen aanhad in mijn allerergste nachtmerries.

Of eigenlijk hoorde Bowie niet zozeer bij de popartiesten die zichzelf gedroegen als kunstenaar-dandy's met een gitaar, hij had die pose uitgevonden. Had iemand mij vooraf verzocht de zin 'David Bowie is...' af te maken, dan was het antwoord geweest: 'David Bowie is een aansteller.'

Zo gaat dat nou eenmaal, je vormt een mening waar je de rest van je leven mee vooruit kunt en knappe vent die je er nog van af krijgt. Het bestaan is al ingewikkeld genoeg en een páár onwrikbare zekerheden zijn wel zo handig. David Bowie: paar leuke liedjes en een hoop pretentieuze onzin.

Ik ging naar Groningen om mijn gelijk bevestigd te zien, maar vooral omdat ik graag naar Groningen ga en elke aanleiding om af te reizen prima vind - ik heb er gestudeerd en sindsdien koester ik nog een smeedijzeren mening, namelijk dat Groningen de leukste stad van Nederland is.

In het museum zette ik een koptelefoon op. Bowie begon me meteen als een sirene naar zich toe te zingen zodra ik de eerste tentoonstellingszaal binnenstapte. Er voltrok zich iets merkwaardigs. Per zaal, per nieuw geluidsfragment op mijn koptelefoon, per Bowie-kledingstuk, per portret, per papiertje met een songtekst of muzieknotatie, per nieuwe coupe, per schoenenpaar of lp-hoes ('David Bowie is' is een rijke tentoonstelling) nam mijn Bowie-weerzin af.

Een geniale poseur en muzikale dief met een loepzuivere antenne voor de tijdgeest. De curatoren van de tentoonstelling noemen hem in het begeleidende boek aantoonbaar 'de invloedrijkste musicus van zijn generatie' en de verbindende schakel tussen 'Andy Warhol, Bertolt Brecht, William Blake, Charlie Chaplin, Antonin Artaud, Salvador Dalí, Marlene Dietrich, Philip Glass, Friedrich Nietzsche, Hollywood-glamour, grafische vormgeving, plateauschoenen, film, muziek, Kurt Weill, Berlijn, New York, Londen, Alexander McQueen, de Spelen van 2012, Jim Henson, de maanlandingen, Kansai Yamamoto, Kate Moss en Marshall McLuhan'.

Wie dat allemaal kan verbinden, is een grote jongen - en dan waren ze Oscar Wilde, Lord Byron, Richard Strauss, Iggy Pop, Lou Reed, Boeddha en honderd anderen nog vergeten.

Aan het eind van de tentoonstelling was ik opgenomen in het universum van Aladdin Sane, Ziggy Stardust, de Thin White Duke, Elephant Man en al die andere gedaanten van David Bowie, zélf de ultieme rol van David Jones, levenslang veranderaar tegen zijn eigen verveling en die van zijn fans.

Goed, het heeft even geduurd (46 jaar) maar nu ben ik een trouwe fan van wie of wat David Bowie dan ook moge zijn. Bijna had ik zelfs een Aladdin Sane flashlight genomen.

Groningen is David Bowie. Gaat dat zien en horen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden