Reportage Yeunten Ling in geldnood

Na 35 jaar moet deze populaire boeddha-tempel in de Ardennen bedelen om zijn voortbestaan

Het landgoed waarin Yeunten Ling gevestigd is.

Dankzij seminars levenskunst was de grootste Tibetaanse tempel van de Benelux, in een kasteel in de Ardennen, verzekerd van inkomsten. Sinds een uitzending van Zembla een einde maakte aan de vergoeding door zorgverzekeraars, vecht Yeunten Ling voor zijn voortbestaan. 

Natuurlijk was het een sprong in het diepe. Maar het landgoed was prachtig, en de Tibetaanse lama zei dat hij zich geen betere plek kon wensen. En dus besloten Lea Vanrompay en Frans Goetghebeur in 1983 het kasteel maar gewoon te kopen om er een boeddhistisch centrum in te vestigen. ‘We hadden geen businessplan, niets’, zegt Vanrompay met glanzende ogen. ‘Om de eerste aflossingen aan de bank te kunnen betalen, hebben we het interieur er door een antiquair uit laten halen. En de lama kwam op het idee om bomen uit het bos te kappen, zodat we het hout konden verkopen.’

Yeunten Ling is een Tibetaans boeddhistisch instituut in Hoei in de provincie Luik in België. Het is een van de grootste boeddhistische Dharma-centra van Europa. Beeld Pauline Niks

De beginjaren van Yeunten Ling (Tibetaans voor ‘tuin van de kwaliteiten’) waren doordrenkt van romantiek. Elk weekeinde reden Lea en haar man ‘met een auto vol broden’ naar het kasteel in Hoei, in de Belgische Ardennen, om het kamer voor kamer op te knappen. Tegelijkertijd werden er aan kleine groepen geïnteresseerden cursussen en retraites aangeboden. Paniek heeft Lea nooit gevoeld – het zou allemaal wel goed komen. En paniek voelt ze ook nu niet, nu het centrum in zijn voortbestaan wordt bedreigd. Als voor het einde van het jaar geen 120 duizend euro is opgehaald, zal het instituut de deuren moeten sluiten.

Yeunten Ling, dat permanent bewoond wordt door twee Tibetaanse lama’s, is uitgegroeid tot een van de grootste boeddhistische centra van de Benelux. Maar vorig jaar raakte het acuut in de wereldlijke problemen, toen er een einde kwam aan de tienjarige samenwerking met de Nederlandse revalidatie-instelling Ciran, die Yeunten Ling aan een stabiel inkomen van 6 ton per jaar hielp.

Het centrum is gericht op intensieve retraites en stages en is gevestigd op het domein van het kasteel van Fond l’Evêque, een historische locatie waar volgens de overlevering de Maastrichtse bisschop Joannes Agnus zou hebben gewoond. Beeld Pauline Niks

Revalidatietraject aan de kaak gesteld

Ciran behandelde patiënten vanuit een spirituele visie, met daarin ook ‘oog voor de ziel’. In het revalidatiepakket, dat volledig door het basispakket van zorgverzekeraars werd gedekt, zat onder meer een tweedaagse seminar ‘levenskunst’ in Yeunten Ling. Jaarlijks kwamen er veertig groepen van elk 65 deelnemers naar het landgoed om ingewijd te worden in de meditatie. Nadat het onderzoeksjournalistieke tv-programma Zembla het revalidatietraject aan de kaak stelde, claimden zorgverzekeraars miljoenen euro’s terug. Ciran ging in januari 2018 failliet.

Nog grote delen van het 17de en 18de-eeuwse gebouw zijn bewaard gebleven, evenals de toegangspoort uit 1793. Het domein ligt aan de rand van het bos van Tihange. Beeld Pauline Niks

En dat doet pijn in de Ardennen. De helft van het personeel is ontslagen, maar de vaste lasten lopen gewoon door, met het onderhoud van het kasteel en de boeddhistische tempel als grootste kostenpost. Begin oktober kregen de veertienduizend bezoekers die ooit een e-mailadres bij het centrum hadden achtergelaten een bericht met het verzoek om het instituut financieel te steunen.

De oproep had veel succes. ‘We gaan het halen!’, roept vrijwilligster Maryse opgelucht. Ze staat in de keuken op te ruimen en heeft zojuist gehoord dat de donaties die dag de 100 duizend euro hebben overschreden. Het geeft haar moed. ‘Voor veel mensen is dit een belangrijke plek.’

Achter het kasteel bevindt zich een grote tempel in Tibetaanse stijl. Er zijn ook eenvoudige gastenkamers voor de deelnemers aan de trainingen. Beeld Pauline Niks

Vijf jaar geleden kwam Maryse hier binnen voor een yogacursus. Maar er was ‘iets’ wat haar raakte, en ze bleef terugkomen om zich in het boeddhisme te verdiepen. Nu ze met pensioen is, komt ze regelmatig een paar dagen naar Hoei om als vrijwilliger te helpen met de administratie. Het instituut draait op mensen als zij, zeker sinds het personeel gehalveerd is.

Vanrompay vertelt de grote lijnen van de geschiedenis van Yeunten Ling tijdens het avondeten, vlak voordat er een ceremonie in de tempel wordt gehouden. De maaltijd is sober: er staat een grote pan preisoep op een tafel in de eetzaal, met daarnaast een mand vol stug monnikenbrood in papieren zakken. Er is boter, jam, honing en kaas. De bezoekers van het centrum nemen plaats aan een van de tafels in de eetzaal, maar vanuit de keuken wordt gewenkt. Achter de keuken bevindt zich een statige salon met hoge plafonds en houten lambriseringen, die op het park van het landgoed uitkijkt. Hier eten de lama’s en de leden van het bestuur van Yeunten Ling.

Het was begin jaren zeventig, vertelt Vanrompay. Haar partner Frans (een ‘zoeker’) was in de greep geraakt van het Tibetaans boeddhisme, dat in die jaren mondjesmaat zijn weg naar Europa vond. ‘Het leek mij aanvankelijk allemaal wat exotisch’, zegt ze. Maar na het bijwonen van een driedaags onderricht in Frankrijk was ze om, vooral ook door de indruk die de boeddhistische ‘prosternaties’ op haar maakten – het ritueel waarbij boeddhisten zich ten gronde werpen ter ere van Boeddha.

In het centrum Yeunten Ling wordt elke eerste of tweede zondag van september het Feest van het Boeddhisme gehouden, een gezamenlijk initiatief van de verenigingen die aangesloten zijn bij de Belgische Unie van het Boeddhisme. Dit feest trekt jaarlijks veel bezoekers. Beeld Pauline Niks

Lama uit India

Het koppel haalde een lama uit een klooster in India – waar veel Tibetanen in ballingschap wonen – naar België, en maakte van hun herenhuis in Antwerpen een bloeiend boeddhistisch centrum. Op die wijze hielden ze het jarenlang vol, maar lama Ogyen droomde van iets groters. Na een rondleiding door het kasteel in Hoei, dat voor ongeveer 250 duizend euro te koop stond, wist de lama het zeker: ‘Laten we dit kopen.’

Toen Ogyen in 1990 overleed, vestigde de 23-jarige lama Karta zich in Hoei, een charismatische leraar die veel mensen aan zich wist te binden. De 59-jarige Ching, bijvoorbeeld. Ze weet nog goed hoe ze voor het eerst Yeunten Ling betrad, in 1991. Het grote kasteel imponeerde haar niet: ze komt oorspronkelijk uit Maleisië, waar grote tempels aan de orde van de dag zijn. ‘Maar toen ik lama Karta’s handen vasthield, was dat zo bijzonder’, zegt ze. ‘Die zachte handen, die aardigheid. Die man accepteerde mij, dat kon ik meteen voelen.’

Yeunten Ling maakt deel uit van het Tibetaans Instituut. De naam van het centrum betekent Tuin van de Kwaliteiten en werd aan het centrum gegeven door Kalu Rinpoche die meerdere centra in Europa stichtte. Beeld Pauline Niks

Maar lama Karta was ook ambitieus. ‘Hij wilde een grote tempel bouwen die alle pracht en praal van Tibet zou representeren’, zegt Vanrompay. Dan, na een korte stilte: ‘Ja, dat lag in zijn aard’. En dus volgde er weer een gang naar de bank: voor de tempel en de nieuwe gastenverblijven was een nieuwe lening van 3 miljoen euro nodig.

En zo werd de grootste Tibetaanse tempel van de Benelux gebouwd (andere boeddhistische tempels van soortgelijke grootte behoren tot andere stromingen, zoals de Chinese He Hua-tempel aan de Amsterdamse Zeedijk). Geheel volgens Tibetaanse barokke traditie schittert alles in felle kleuren. Het plafond is knalblauw, de pilaren vlammend rood, de schilderingen roze, groen en geel. Er zijn draken, lotusbloemen en olifanten, en aan de voorkant pronkt een enorme gouden prins: de boeddha.

Offers woren na de poedja gegeten tijdens het Vollemaanfeest in de tempel in Hoei. Beeld Pauline Niks

Pracht en praal

Hoewel pracht en praal wellicht niet de eerste associatie is die westerlingen met de boeddhistische filosofie van onthechting en soberheid leggen, is die traditioneel een belangrijk element van het boeddhisme in Azië. ‘Boeddhistische tempels zijn absoluut niet sober’, legt Paul Van der Velde uit, hoogleraar Aziatische religies aan de Universiteit van Nijmegen. ‘Stap maar eens een Thaise tempel binnen: het goud schittert je tegemoet’.

Een kostbare tempel genereert veel positief karma voor de omgeving, zo luidt de gedachte. Maar er zit ook een wereldlijke kant aan. ‘Grote tempels representeren macht,’ aldus Van der Velde. ‘Zeker Tibet, met zijn streng hiërarchische cultuur, kent daar een heel sterke traditie in.’

Tibet is niet het Shangri-La dat velen denken dat het is, benadrukt Van der Velde. Tot 1959, toen China een Tibetaanse opstand neersloeg en de dalai lama naar India vluchtte, leefde een groot deel van de bevolking als horigen die hoge belastingen aan de kloosters betaalden. ‘Niet voor niets worden monniken in Tibet nog steeds ‘de gele adel’ genoemd. Zij worden van oudsher als goden op aarde behandeld.’

Van der Velde bezocht Tibet eerder dit jaar, en verwonderde zich over de vele kostbaarheden in de tempels. Hij zag daar veel zogenaamde dzi-stenen, kostbare amuletten die een helende spirituele werking wordt toegedicht. ‘Mensen in Tibet doneren alles om kloosters op deze manier te verrijken. Het ritueel van dana (het offer) staat centraal in het Aziatische boeddhisme. Dat het boeddhisme vooral zou gaan om mediteren, is veelal een westerse opvatting.’

In de keuken na het Vollemaanfeest. Beeld Pauline Niks

‘We moeten veranderen’

Na de bouw van de grote tempel stond Yeunten Ling in 2008 financieel aan de rand van de afgrond: de inkomsten waren lang niet genoeg om de lening van 3 miljoen euro af te kunnen betalen en de lopende kosten te dekken. De komst van Ciran en de levenskunstcursussen was toen hun redding – en het faillissement van de organisatie werpt hen dus terug op de oude situatie.

Het is nu aan lama Zeupa om het instituut te redden. Hij is de huidige geestelijk leider, sinds lama Karta in 2013 na een ziekbed is overleden. Zeupa had altijd een dubbel gevoel bij Ciran, legt hij in het Engels uit. ‘Het was goed om de patiënten van Ciran spiritueel gezien te kunnen helpen door ze te laten inzien dat ze zelf een nieuwe visie op hun lijden konden ontwikkelen. Maar ik heb de organisatie ook vaak gewaarschuwd: jullie groeien te hard, dat is niet goed.’

Yeunten Ling is een Tibetaans boeddhistisch instituut in Hoei in de provincie Luik in België. Het is een van de grootste boeddhistische Dharma-centra van Europa. Beeld Pauline Niks

Lama Zeupa is geen liefhebber van de grote tempel die door zijn voorganger is neergezet. Hij houdt van soberheid. ‘Waar ontwikkeling is, zijn problemen’, zegt hij. ‘Dat is altijd zo, overal. Kijk hoe blij mensen kunnen zijn die niets hebben. We moeten veranderen.’

Maar hoe, dat weet hij ook niet zo goed. Dit jaar krijgt Yeunten Ling de benodigde donaties wel binnen – de teller ging afgelopen weekeinde door de 125 duizend – maar de kosten blijven de komende jaren gewoon doorlopen. ‘Ik ben niet van de marketing of de boekhouding’, zegt lama Zeupa. ‘Ik ben hier om mensen op het pad van het boeddhisme te begeleiden.’ Vanrompay zit naast hem. Ze werpt een blik uit het raam, over de grote tuin van het landgoed. ‘In zekere zin is het ook goed dat dit gebeurt’, zegt ze met een glimlach. ‘We worden nu weer teruggeworpen op onze creativiteit. Naar hoe het ooit begonnen is.’

Lea Vanrompay, die samen met Frans Goetghebeur een kasteel in Hoei omtoverde tot het boeddhistische centrum Yeunten Ling. Beeld Pauline Niks
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.