Na 26 jaar is Ouagadougou nòg geen etalage om trots op te zijn

Het Afrikaanse filmfestival van Ouagadougou heeft een waardige winnaar gevonden in de Malinese film Guimba, maar dat kan niet verhullen dat het festijn in een diepe crisis verkeert....

Van onze verslaggever

Wim Bossema

OUAGADOUGOU

Ousmane Sembène, de Senegalese schrijver en cineast die in 1966 de eerste Afrikaanse speelfim (La noire de. . .) op zijn naam schreef, maakte als voorzitter van de jury de balans op van de veertiende editie van het festival, Fespaco. De kwaliteit was hem niet meegevallen, zei hij, maar de positieve elementen wonnen het nog net van de negatieve. Fespaco is 26 jaar na de eerste bijeenkomst nog steeds geen etalage van de trotse Afrikaanse film. Rijp en groen werd door elkaar vertoond, en het groen overheerste.

De festivalorganisatie zoekt het succes in de omvang. Hoe meer films en cineasten naar de Burkinese hoofdstad komen, hoe beter. Hoe meer buitenlandse gasten en journalisten in de annalen kunnen worden bijgeschreven, hoe mooier. Dat veel van de vertoonde films bij een eerste selectie al zouden zijn afgevallen en dat er onder de gasten weinig voor de film belangrijke figuren waren, lijkt de organisatie niet te deren.

Wat te denken van een film als Back Home Again van de Ghanees Kwame Johnson? Een moralistisch verhaal over een jonge Ghanees die het grote geld zoekt in Londen, aan lager wal raakt en tenslotte bij zijn broer aanklopt die ondertussen thuis in Ghana het fortuin heeft gevonden. De beelden zijn meestal statisch, terwijl er een niet bijster interessante dialoog wordt gevoerd. De kijker wordt Londen binnengeleid aan de hand van een lange reeks toeristische plaatjes. Pogingen tot humor - de hoofdpersoon weet niet hoe hij toiletten moet schoonmaken - blijven halverwege steken. Back Home Again is veel te lang, een typische beginnersfilm, die niet op een volwassen festival thuishoort

Van de Ivoriaanse film Wariko, le gros lot van Fadika Kramo-Lanciné kun je nog zeggen dat het Afrikaanse publiek ervan smult. In een van de openluchtheaters van Ouagadougou joelen de kijkers bij elk grapje. Maar ook in deze fim wordt een mager verhaal - arme politeagent wint de lotto, raakt zijn lot kwijt en als hij die terugvindt heeft hij zijn fortuin bij voorbaat al verdeeld onder familie, vrienden en afpersers - tot vervelens toe uitgerekt. Het is een raadsel waarom deze film mee zou dingen naar de hoofdprijs van Fespaco.

Het was opvallend dat alle prijzen gingen naar Franstalige films, voor het merendeel uit West-Afrika. Films uit Engelstalig Afrika kwamen er niet aan te pas, een traditie op Fespaco. De Noordafrikaanse films, die momenteel een bloeitijd doormaken, werden niet bekroond, maar kregen wel alle onderscheidingen voor het beste scenario, de beste acteur en de beste actrice.

Filmmakers uit de voormalig Britse koloniën in Afrika klagen al jaren dat de francofonen Fespaco naar hun hand zetten. Ze zien daarin een vorm van discriminatie. Maar het moet gezegd dat de Engelstalige films niet kunnen tippen aan de beste films uit landen als Mali, Burkina Faso en Senegal. Fespaco-directeur Filippe Sawadogo wijt dat aan de koloniale geschiedenis: de Fransen stimuleerden 'hun' Afrikanen tot de filmerij, de Britten zagen meer in televisie.

Toch is ook de toplaag van de films uit francofoon Afrika, die Europese bioscopen bereiken, dun. Senegal teert nog steeds op het succes van Sembènes films uit de jaren zeventig (zoals Ceddo) - zijn latere films vielen tegen. Mali pronkt met Souleymane Cissé (Yeelen). Burkina Faso heeft Idrissa Ouédraogo (Samba Traoré). De jongere generatie volgt in hun voetsporen en mijdt het experiment.

Guimba van de Malinees Sheick Oumar Sissoko, de grote winnaar van Ouagadougou, is ook schatplichtig aan Cissé, de meester van de meeslepende landschappen. De Malinees-Burkinees-Franse filmploeg heeft eveneens grote zorg besteed aan de beelden. De decors en de kleding zijn op zichzelf al prachtig. Net als bij Cissé ademt Guimba de lome sfeer van de Sahel.

De film speelt in de voorkoloniale tijd. In een oude Sahelstad - de film is grotendeels opgenomen in de schilderachtige stad Djenné - heerst een hardvochtige vorst en zijn sexbeluste zoon, een dwerg. Een edelman, die volgens de traditie verplicht is zijn dochter aan de koningszoon uit te huwelijken, komt in verzet. Hij zoekt steun van een jager buiten de stad. De koning en de jager vechten het conflict met toverkracht uit.

De intrige ontging veel festivalgangers in Ouagadougou. De dialogen zijn in het Bambara en de Franse ondertiteling verhelderde vaak weinig omdat de personages bijna uitsluitend archaïsche beeldpraak bezigen. De verhouding tussen mannen en vrouwen, edelen en het gewone volk, stedelingen en de omwonende volkeren van nomaden, vissers of jagers, is ingewikkeld. De magische gaven van de hoofdfiguren maken de gebeurtenissen nog moeilijker te doorgronden.

Toch is het verhaal fascinerend, ook al begrijp je maar de helft. Het is zonneklaar dat zich een machtsspel afspeelt, een koningsdrama, een Afrikaanse pendant van Shakespeare. De koning heeft de meeste macht, maar alle andere figuren, de vrouwen niet in het minst, hebben die op bepaalde punten ook. Daar schermen ze mee.

Intriges, komplotten, verraad en manipulatie zijn van alle tijden en de historische film Guimba kan gemakkelijk worden gezien als een metafoor voor het Afrika van nu. Ook daarin stijgt Guimba uit boven de andere films in Ouagadougou, waarvan de verhalen doorgaans zonder dubbele bodems zijn.

Sissoko hamert voor alle duidelijkheid zelf op dit aspect. Guimba is volgens hem een commentaar op de stokkende democratisering in vele Afrikaanse landen. De vroegere alleenheersers draaien en draaien totdat ze een vorm van democratie hebben gevonden waarin zij aan de macht kunnen blijven. De held van de film is de oude edelman, die de moed opbrengt om tegen de ijzeren traditie in te gaan.

Guimba maakt een goede kans om in Europa door te breken, ondanks het moeilijke verhaal. Er wordt goed in geacteerd (het vinden van goede acteurs is een groot probleem voor Afrikaanse regisseurs), met een glansrol voor de dwerg. De toverkunsten zijn verrassend in beeld gebracht en Sissoko is erin geslaagd humoristische momenten in te bouwen.

De jury van Fespaco kon uit het magere aanbod voor de meeste categorieën net een volwaardige winnaar aanwijzen. De prijs voor het beste debuut ging naar de Burkinese cineast Dani Kouyaté, wiens Keïta, l'heritage du griot volle zalen trekt in Burkina Faso. Op de lijst van beste films eindige Keïta als tweede.

In de film vertelt een oude griot (lofzanger en hoeder van de mondelinge overlevering) een jongen met de familienaam Keïta over zijn roemruchte voorouder Sundjata, de kreupele zoon van de buffelvrouw die na zijn wonderbaarlijke genezing het rijk van de Mandinka stichtte. Kouyaté brengt het mythische verhaal in beeld, zonder het af te maken. Hij heeft geen historische film willen maken, zei hij tijdens een debat, maar de problematische verhouding van de moderne Afrikaan met zijn verleden in beeld willen brengen.

Een oude rot in de Afrikaanse cinema, Djibril Mambéty Diop, won de prijs voor de beste korte film met Le Franc. Bij hem geen moeilijke intriges, maar een vermakelijk en aandoenlijk verhaal over een simpele man die de loterij wint. Het lot heeft hij op de deur van zijn hut geplakt. Met deur en al trekt hij naar de grote stad (Dakar). De zee helpt hem bij het losweken van het lot.

De Zaïrees-Belgische film over het leven van de vader van de Zaïrese rumba-muziek, Wendo, (Tango ya ba Wendo) won de categorie documentaires. Ook die film is opvallend goed. De stokoude Wendo vertelt aan een interviewster die hem knap op zijn praatstoel krijgt in de schaduw van een boom over zijn leven.

Historische beelden uit de jaren vijftig illustreren Wendo's levensverhaal over zijn succes en uitbuiting door de Belgische platenmaatschappij. Zo zien we de Belgische gouverneur arriveren in een verende Amerikaanse slee. Volgens Wendo imiteerde hij die avond de vering en komt de rumba zo aan zijn cadans en hij aan zijn bijnaam Wendo. Op een boot op de rivier de Zaïre (Kongo) mijmert hij over zijn dagen als muzikant op de rivierboten. Hij speelt een stukje mee met de thans populaire Pepe Kallé. Wendo ya ba Wendo is een verademing na al die voorlichtingsfilms.

Op de speciale vermelding door de jury van de Kameroenese film Le Grand Blanc de Lambarene, valt evenmin weinig af te dingen. Het thema is hoogst ongebruikelijk voor een Afrikaanse film. De hoofdpersoon is een Europeaan: Albert Schweitzer.

Regisseur Basek Ba Kobhio prikt het liefdadige imago van Schweitzer - lange tijd het Europese archetype van de weldoener - door. Schweitzer heerst in Lambarene als een agressieve dictator met grootheidswaan. In de film krijgt Schweitzer diepte door de bijfiguren, de Afrikaanse nationalisten die zich tegen hem verzetten, de jonge blanke arts die met hem breekt.

Toch schept Basek Ba Kobhio geen nieuw cliché. De Afrikaanse tegenspelers van Schweitzer beseffen in de loop van het verhaal dat de blanke arts een ingewikkelde man is die naast het zoeken van zijn eeuwig zieleheil ook andere, verborgen drijfveren heeft. De regisseur belicht de problematische verhouding van de Afrikanen met de westerse hulpverleners, toen en nu.

De grote vraag is hoeveel baat deze films hebben bij hun prijzen in Ouagadougou. Fespaco is nu voor de veertiende keer gehouden, maar erkenning in de internationale filmwereld is er nog steeds niet. Als het festival op deze voet verder gaat, lijkt daarin weinig verandering te zullen komen.

De techniek is nog steeds erbarmelijk. De openingsfilm - de ontroerende Jemima and Johnny (1963) van de Zuidafrikaan Lionel Ngakane - brak tien minuten voor het einde onherstelbaar af. De premier van Burkina Faso en zijn gevolg verlieten de zaal, terwijl Ngakane de afloop vertelde.

De projectie in de openluchttheaters wordt ontsierd door binnenvallend licht van buiten. Het beeld kan plotseling verschuiven. De aardige, eerste Afrikaanse, poppenfilm L'Enfant terrible werd vertoond ter grootte van een postzegel in het immense Maison du Peuple. Soms lijkt het of de cineasten alleen hun slechtste kopieën aan de Burkinese projectoren wagen.

Voor een volwaardig festival zou het bovendien goed zijn om ook eens films uit de rest van de wereld te tonen. Nu komen die alleen uit de 'diaspora' (de Verenigde Staten en het Caribisch gebied) en werd Pulp Fiction als misplaatste vervanger van niet aangekomen films gebruikt.

Maar het belangrijkste is de invoering van een overwogen voorselectie, zodat films die de moeite waard zijn, zoals bovenal Guimba, niet worden meegezogen door het imago van middelmatigheid dat het filmfestival van Ouagadougou aankleeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.