Bellen metPeter de Waard

Na 12 jaar stopt Peter de Waard met zijn rubriek het Eeuwige Leven: ‘Af en toe voelde ik me net een detective’

Na ruim twaalf jaar stopt Volkskrant-verslagger Peter de Waard met zijn rubriek het Eeuwige Leven. Daarin beschreef hij het leven van overleden Nederlanders die iets bijzonders presteerden of betekenden. Waarom vindt hij deze rubriek zo belangrijk en hoe ging hij te werk? ‘Af en toe voelde ik me net een detective.’

Peter de Waard Beeld Els Zweerink
Peter de WaardBeeld Els Zweerink

Je hebt de rubriek het Eeuwige Leven ruim twaalf jaar gedaan. Waarom ben je er ooit mee begonnen?

‘Ik ben correspondent geweest in Engeland en raakte geïnspireerd door wat ik daar in de kranten zag: pagina’s vol obituaries, levensbeschrijvingen, van mensen die iets bijzonders hadden gedaan, maar niet bekend genoeg waren voor een ‘gewoon’ postuum. Dan ging het bijvoorbeeld om piloten uit de Tweede Wereldoorlog die waren omgekomen, of politici en artiesten.

‘Dat zijn ontzettend interessante geschiedenislessen, over mensen die boven het maaiveld hebben uitgestoken. Mensen als Laura Maaskant, een jonge vrouw die kanker kreeg en een boek heeft geschreven over hoe ze die laatste jaren probeerde iets van het leven te maken. Ze overleed toen ze 25 was. Of Maarten en Mieke Veth, een echtpaar dat samen uit het leven is gestapt. Hij had papierfabriek Van Gelder Papier & Zonen gered, zij was gerenommeerd architect. Dat zijn heel bijzondere verhalen.

‘Je ziet ook goed hoe de generaties elkaar opvolgen. Toen ik begon, schreef ik nog over mensen die de Eerste Wereldoorlog hadden meegemaakt. Je ziet nu de laatste mensen uit de Tweede Wereldoorlog, zoals verzetsstrijders, overlijden. En de afgelopen tijd tikte ik steeds vaker over de eerste generatie voetballers die op tv kwam, in de jaren zestig, zeventig.’

Mieke Veth-Gomperts (1935-2021) en Maarten Veth (1933-2021) stapten samen uit het leven. Beeld
Mieke Veth-Gomperts (1935-2021) en Maarten Veth (1933-2021) stapten samen uit het leven.

Hoe bepaalde je wie aan bod kwam?

‘Ik kreeg veel tips, ook van collega’s op de redactie. En ik zocht in de overlijdensadvertentie van vele kranten, ook regionale, naar interessante figuren. Er was altijd een groot aanbod. Ik hield een lijst bij, daar stonden altijd twintig of dertig namen op. Ik probeerde mensen uit het hele land en verschillende sectoren te bespreken, van sporters tot politici, van een strandjutter tot een pruikenmaker.

‘Een goed criterium om te bepalen of iemands leven geschikt is voor de rubriek, is of diegene in het verleden in de Volkskrant heeft gestaan. Ik behandelde geen mensen die alleen lokaal beroemd zijn, ze moeten iets van een landelijke uitstraling hebben, al is het maar in kleine kring. De man die jarenlang de postzegelvereniging van Nederland heeft bestuurd, zoiets.’

Hoe verzamelde je informatie voor het stuk?

‘Eerst dook ik ons eigen archief in en zocht ik via Google naar informatie. Ik vind het heel belangrijk dat er ook een journalistiek aspect aan zit, dat je iets nieuws aan het licht brengt. Daarom zocht ik ook altijd contact met ten minste één persoon die op wat meer afstand stond, zoals een oud-collega, en tenminste één familielid.

‘Zo kon ik deze week over de atleet Haico Scharn opschrijven dat hij op een priesteropleiding heeft gezeten. Hij bleek tijdens het seminarie heel hard te kunnen lopen en heeft toen besloten atleet te worden. Dat heb ik nog nooit ergens gelezen, ik hoorde het van zijn dochter.

‘Verder wil ik bijvoorbeeld weten of iemand uit een katholiek gezin of een klein, protestants gezin komt, of juist opgroeide bij een alleenstaande moeder. Waren ze selfmade of zijn ze met een gouden lepel in de mond geboren? Ik vraag ook altijd naar de speeches van de uitvaart, vaak staan daar mooie, persoonlijke dingen in.

‘Daar probeer ik dan een handzaam stukje van vijfhonderd woorden te maken. Aan het einde leg ik het nog even voor om te voorkomen dat er fouten in zitten, maar ik geef de nabestaanden geen vetorecht. Het is in al die jaren iets van twee keer gebeurd dat een familielid het stuk niet in de krant wilde. Dan gaat het er toch in.’

Haico Scharn. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Haico Scharn.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Hoe gaat dat in zijn werk, contact zoeken met nabestaanden?

‘Af en toe voelde ik me net een detective. Dan belde ik alle mensen met een bepaalde achternaam in het telefoonboek. Soms viste ik via het kadaster uit in welk huis mensen woonden. Als hun nummer dan niet te vinden was, belde ik de buren met de vraag of ze alsjeblieft een briefje in de brievenbus wilden doen.

‘Ik benaderde familieleden altijd pas na de uitvaart. Sommigen barstten meteen in huilen uit als ik belde, anderen konden er wat zakelijker over praten. Ik vroeg uiteraard of het uitkwam en dat ik eventueel ook later terug kon bellen. Het hing ook nogal van de situatie af: sommige mensen hadden er vrede mee dat een dierbare was overleden, bijvoorbeeld na een lange lijdensweg. Als het onverwacht komt, is het een ander verhaal.

‘Ik kan me niet herinneren dat familieleden weigerden mee te werken. Wel verwezen ze me soms door. Over het algemeen waarderen mensen het dat de krant een stukje maakt over hun dierbare. Ik hoor nog altijd dat dit het meest uitgeknipte stukje van de krant is. Dat gaat nog generaties mee, zo van: dit is ooit over jouw grootvader of overgrootvader geschreven.’

Zijn er verhalen die je zijn bijgebleven?

‘Dat zijn er een heleboel. Eentje is het verhaal van Tina Strobos, een verzetsstrijder. Dat was een vrouw die tijdens de Tweede Wereldoorlog bijna honderd mensen in Amsterdam aan onderduikadressen hielp en die het verzet meehielp, bijvoorbeeld met het vervoeren van wapens.

‘Een uitgever vond dat zo’n bijzonder verhaal, dat hij me vroeg er een boek over te schrijven. Dat is Schoonheid achter de schermen: een oorlogsgeschiedenis geworden, waarvoor ik haar zoon in Amerika opzocht en een stuk of twintig, dertig mensen heb geïnterviewd.’

Welke tip zou je je opvolgers mee willen geven?

‘Dat het een journalistiek project blijft, waarbij ze contact blijven houden met familieleden, en niet een kwestie van de boel bij elkaar googelen. Dat is ook goed voor de zorgvuldigheid. Ik heb herhaaldelijk gemerkt dat er fouten stonden in oude stukken.

‘Verder wil ik niet over mijn graf heen regeren. Misschien willen mijn opvolgers het heel anders gaan doen, en juist wel over heel lokale bekendheden schrijven, of over dieren. Het is na twaalf, dertien jaar goed dat er eens een nieuwe blik komt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden