Mythisch dichter, vertrouwd als een familielid

James Merrill (1926 - 1995), die dinsdag op 68-jarige leeftijd aan een hartaanval stierf, is een van de belangrijkste Amerikaanse dichters uit de tweede helft van deze eeuw....

HIJ WAS een dichter wiens werk met de jaren steeds vertrouwelijker is geworden, steeds meer naar binnen ging. Het lijkt, als je nu probeert zijn hele oeuvre te overzien, wel alsof hij steeds meer durfde, alsof hij met de jaren allengs minder formeel werd in de keuze van zijn onderwerpen, en steeds minder stileerde in de manier waarop hij daar poëzie over schreef. Hij moet iemand geweest zijn die zich aanvankelijk gereserveerd en afstandelijk opstelt en zich pas geeft als hij zich op zijn gemak voelt.

The Inner Room heet de bundel die James Merrill in 1988 uitbracht, zijn elfde of zijn dertiende, afhankelijk van wat je allemaal als zelfstandige bundels meetelt. Dat het allemaal zoveel weidser en hemelbestormender begonnen was, is al aan de titels van zijn boeken af te lezen: in 1959 heette een nieuwe dichtbundel nog The Country of a Thousand Years of Peace. Van dat land en dat duizendjarig vrederijk naar de binnenkamer van dertig jaar later is het een lange weg, en in zijn geval werd die gemarkeerd door negen bundels. Ze maken hem - veel sterker dan de twee romans, de twee toneelstukken, de essaybundel en de herinneringen die hij schreef - tot een van de belangrijkste Amerikaanse dichters uit de tweede helft van de twintigste eeuw, zoniet de belangrijkste.

Die titel uit 1959 noemen is meteen een intrigerend aspect van zijn werk voor de Nederlandse lezer aan de orde stellen. Want Merrill droeg het titelgedicht, 'The Country of a Thousand Years of Peace' op aan Hans Lodeizen. Hij had hem gekend in de tijd dat Lodeizen zijn medestudent was aan Amherst College aan de Amerikaanse oostkust, eind jaren '40. Het zou tot 1993 duren, het jaar waarin Merrill A Different Person, zijn herinneringen, publiceerde, voordat we iets meer te weten zouden komen over hun verstandhouding.

In het hoofdstuk 'Last hours with Hans' vertelt Merrill over het bezoek dat hij aan Lodeizen bracht, toen die in Zwitserland lag te sterven aan de leukemie. Het verhaal van hun afscheid is er een van trouw en mededogen; de moraal die Merrill er, in zijn commentaar van jaren later aan verbindt, is die van de waarnemer, de dichter die niet alleen een individu ziet heengaan, maar daarin tevens een poëtisch moment herkent.

Van hun band wisten de Nederlandse lezers ook al uit Lodeizens werk: Merrill is daarin aanwezig, in citaten uit zijn vroegste werk en verhalen over hun omgang. Sedert A Different Person beschikbaar is heeft Lodeizens 'Avond bij de Merrill's' uit Het Innerlijk Behang nog aan anekdotische kracht gewonnen; de fragmentarische schets uit het gedicht is er als het ware in uitgewerkt tot een tableau vivant. 'Zij liggen op matrassen', staat er bij Lodeizen, 'verlangend naar een stoel/ als vijf uur nadert en de/ cocktails gereedstaan.' Het is het milieu van de rijke, artistieke chique van New York, het milieu van Merrills jeugd, dat hij in A Different Person met een mengeling van tevredenheid en afkeuring beschreven heeft.

Merrill groeide op in een bankiersfamilie - zijn achternaam leeft nog altijd voort in die van de bank 'Merrill, Lynch, Pierce, Fenner and Smith'. In die wereld hoorden Lodeizens regeltjes als '. . .de opera/ was absolutely divine' en 'hij logeerde een weekje bij Gide/ en zij maakte een bootreis met Cocteau' thuis. Merrill voelde er van jongsaf niets voor in de voetsporen van zijn vader te treden. Hij hing daarentegen een diep estheticisme aan, dat hij zich echter alleen kon veroorloven vanwege het vermogen dat zijn vader hem naliet.

Dat levensgevoel èn dat kapitaal waren doorslaggevend voor zijn ontwikkeling als dichter: de grand tour door Europa, die hij vanaf 1950 maakte, bevestigde hem in zijn verlangen naar schoonheid. Parijs, Rome, Salzburg - de beeldende kunst, de architectuur en de opera: het zouden blijvende bronnen voor zijn werk en zijn levensvervulling worden. Het hoogtepunt daarin werd Griekenland, waar hij sedert begin jaren vijftig bleef terugkeren en lange tijd een gedeelte van het jaar woonde. Zijn verblijf daar wisselde hij af met zijn bestaan in Stonington, Connecticut, dat evenzeer als het Griekse landschap haast mythische proporties heeft gekregen in zijn oeuvre.

Mythisch en episch: dat zijn de eerste twee karakteriseringen die van toepassing zijn op zijn oeuvre. Ze uiten zich in Merrills grote projecten, zijn lange, evocatieve gedichten. 'The Book of Ephraïm' is er een van, dat opgenomen werd in Divine Comedies (1976), en Mirabell: Book of Numbers (1978). Later zou hij ze, samen met enkele andere lange gedichten, samenvoegen in het bijna alomvattende The Changing Light at Sandover.

Zo veelomvattend konden zijn projecten echter niet zijn, of zijn poëzie behield een hoge mate van intimiteit. 'Merrill is als een vertrouwd familielid: we accepteren zijn vreemde trekjes even gemakkelijk als zijn goede', schreef The New York Review of Books eens bij het verschijnen van een nieuwe bundel van hem. Het visionaire en het intieme: in zijn poëzie doen ze denken aan het werk van Elizabeth Bishop en W. H. Auden, dichters die hem stellig mede gevormd hebben. Het was niet voor niets dat hij zijn gedicht over Amsterdam ('There is a city whose fair houses wizen/ In a strict web of streets, of waterways/ In which the clocktower gurgles and sways,/ And there desire is freed from the body's prison.') als motto meegaf 'aan het land dat op je lijkt' - weids en gezellig tegelijk.

Michaël Zeeman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden