Mysterieuze partij-apparatsjik

Tien jaar lang heeft Hu Jintao zich voorbereid op het leiderschap van China. Hoe? Door te zwijgen. De Chinese bevolking heeft dan ook geen idee wie hij werkelijk is....

Van onze correspondent Jan van der Putten

De man die vandaag de hoogste leider wordt van de Chinese communistische partij, en daarmee van 1,3 miljard mensen, is gekozen door een dode. Als hij tien jaar geleden door wijlen partijpatriarch Deng Xiaoping niet was uitgeroepen tot de leidende figuur van de 'vierde generatie', na die van Mao, Deng zelf en Jiang Zemin, dan zou Hu Jintao het nooit zo ver hebben gebracht.

Tien jaar lang heeft Hu Jintao, met zijn 59 jaar een jongeling in de oudemannenwereld die China's politieke elite altijd is geweest, zich voorbereid op zijn taak als secretaris-generaal. Hij heeft dat niet gedaan door zich te profileren, maar door de dogma's van de partij te prediken en vooral door te zwijgen. Daardoor heeft hij zich het lot bespaard van twee kroonprinsen van Mao en twee van Deng, die voortijdig door hun eigen mentor werden geëlimineerd.

In andere landen brengt iemand het tot hoogste leider dankzij zijn programma, zijn bekendheid, zijn charisma. Bij Hu niets daarvan. Sinds 1998 is hij vice-president, maar niemand in China kent hem. Als partij-apparatsjik heeft hij altijd geopereerd in de schaduw van de macht. Een eigen mening, indien aanwezig, heeft hij goed verborgen.

Maar zijn grijsheid was tegelijk zijn kracht. De tijd dat één gigant de partij en het land zijn wil oplegde, was voorbij na Mao en Deng. Jiang moest steeds rekening houden met stromingen en belangengroepen. Daarom heeft yes-man Hu zich altijd gedeisd gehouden. Kleurloosheid kan consensus kweken, een deugd die in een collectief leiderschap zeer van pas komt. Wie eigen ideeën heeft over de leer, kan later van ketterij worden beschuldigd. En wie zijn nek uitsteekt, maakt vijanden.

De profielschetsen van deze man zonder profiel melden altijd hetzelfde: fotografisch geheugen, danst en pingpongt graag, twee dochters, en verder is er niets zeker behalve zijn donkere pakken en uitdrukkingsloze glimlachjes. Een persconferentie of interview heeft hij nooit gegeven. Er is zelfs nog geen officiële biografie verschenen, zodat niemand nog weet dat hij voor het leiderschap in de wieg was gelegd.

Hu's vader was handelsman in de provincie Anhui. Toen Hu 5 jaar was, stierf zijn moeder. Het was een tijd waarin China praktisch geïsoleerd was van de buitenwereld. Hu was te jong om, zoals de generatie vóór hem, te hebben gestudeerd in Moskou, en te oud om, zoals de generatie na hem, te studeren in het Westen. Van het buitenland weet hij nog altijd weinig. Vreemde talen spreekt hij niet.

Aan de Qinhua-universiteit in Peking, het Harvard van China, studeerde Hu waterbouwkunde. In 1968, twee jaar na het uitbreken van Mao's Culturele Revolutie, werd de jonge ingenieur naar de schrale provincie Gansu gestuurd om niet zijn hoofd maar zijn handen te gebruiken. Hij kwam er algauw onderuit dankzij zijn uitverkiezing voor een koor dat revolutionaire arbeidersopera's zong.

In Gansu trok Hu de aandacht van de oud-linkse partijbaas Song Ping, later in Peking van de hervormingsgezinde partijleider Hu Yaobang. In de partijbureaucratie maakte Hu snel carrière: eerst partijleider in de arme provincie Guizhou, daarna in het nog armere Tibet.

Daar werd hij belast met de onderdrukking van de opstand van 1989. Hij schijnt zich zo consciëntieus van die taak te hebben gekweten, dat Deng hem op de piepjonge leeftijd van 49 lid maakte van het vaste comité van het politbureau en hem uitriep tot de opvolger van Jiang Zemin, die op dat moment zelf nog onder de plak zat van Deng.

Hu Jintao is nooit Jiangs eigen keus geweest. Maar onder de keus van Deng Xiaoping kon ook Jiang niet uit. Om de macht van zijn opvolger zo veel mogelijk in te perken heeft Jiang intens gemanoeuvreerd. Het resultaat daarvan zal vandaag blijken als bekend wordt hoeveel leden van het nieuwe vaste comité van het politbureau van de communistische partij volgelingen van Jiang zijn.

Hu heeft zelf nog geen eigen machtsbasis in de partij, maar die had Jiang Zemin bij zijn aantreden in 1989 ook niet. Zoals Jiang zijn vrienden uit Shanghai naar Peking haalde, zo kan Hu een beroep doen op zijn vrienden van de centrale partijschool waarvan hij directeur is.

Hu's verleden vormt geen sleutel voor China's toekomst. Sommigen zien in hem een havik en wijzen op zijn optreden in Tibet en zijn harde taal voor de televisie na het NAVO-bombardement in 1999 op de Chinese ambassade in Belgrado.

Anderen bespeuren hervormingsgezinde trekjes. Het meest waarschijnlijk is dat de eerste communistische partijleider die niet aan de revolutie heeft deelgenomen, voorlopig de man blijft die hij altijd al geweest is: een grote onbekende.

Jan van der Putten

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden