Column

'Mysterieus, onverklaarbaar en spooky, die weggesleepte auto van mij'

Het wegslepen van een auto kan voor een serie onverklaarbare gebeurtenissen zorgen, merkte columnist Lidy Nicolasen.

Beeld thinkstock

Het was half elf. Freek Groenevelt heeft zich op zijn armbandhorloge daar net van vergewist, toen er een steekkar in zijn gezichtsveld verscheen met vier mannen in werkkledij. Jong en flink, te knap voor een baantje als figurant in een Amerikaanse film. Ze hielden halt aan de overkant van de straat, plantten twee rode vlaggetjes in het midden van de keienweg en maakten aanstalten de straat op te breken.

Freek verdiept zich in zijn boek, kijkt af en toe op en vermaakt zich om een drukdoende agent, toeterende auto's en nieuwsgierige kinderen. Als de stenen eruit zijn, eten de werklui een boterham en blijft op straat iedereen ruziën. Natuurlijk verwacht Freek dat de werklui, als ze hun brood op hebben, gaan graven. Maar dat gebeurt niet. Integendeel. Onverstoorbaar leggen ze de keien weer netjes terug op hun plaats. Opgewekt zwaaien ze vervolgens ten afscheid naar de ruziemakers in de straat. Karwei geklaard.

Magisch realisme
Het voorval markeert het begin van een serie onverklaarbare gebeurtenissen in De komst van Joachim Stiller, een klassieker uit de jaren zestig van de Vlaamse schrijver Hubert Lampo. De hele straat had op z'n kop gestaan, dat wist Freek zeker. Maar toen hij er een stukje in de krant over had geschreven, bleek uit de reacties dat hij de enige getuige was geweest. Magisch realisme, een bijna vergeten term in de literatuur, dat is de verklaring. De hedendaagse werkelijkheid verbinden met het bovennatuurlijke.

Ik waande me een beetje Freek Groenevelt toen onlangs mijn auto voor mijn huis was weggesleept vanwege een parkeerovertreding en door de gemeente achter slot en grendel gezet. Toen ik de auto parkeerde, zat ik er niet alleen in. We kwamen terug van een strandwandeling, nog zomertijd, dus volop licht. We hadden niet gedronken en ook voor het overige niks gedaan dat de geest zou kunnen vertroebelen. Er stonden verbodsborden omdat er, bleek later, een oplaadpunt voor elektrische auto's zou worden geplaatst. Maar die stonden niet naast de plek waar wij de auto parkeerden.

Beeld thinkstock

Onomstotelijke bewijs
De man achter het loket met kogelvrij glas bij opslagplaats van weggesleepte auto's, is het toonbeeld van empathie. Hij zou de laatste zijn die je het gesleep van je auto zou aanrekenen, ook al krijg je van hem pas de sleutel pas als je hebt betaald. Ongelooflijk ja en gruwelijk veel geld, knikt hij. Komt door de burgemeester, die heeft eigenhandig de boete verhoogd. Er zijn mensen die hun sleutel en kentekenbewijs bij hem inleveren. Hou maar, zeggen ze dan, geen geld voor de boete. Soms is het de auto gewoon niet meer waard.

In een moeite door overhandigt hij ons het formulier om de foto's op te vragen die zijn gemaakt en die het onomstotelijke bewijs moeten leveren van onze overtreding. Dat doen ze ook. Drie foto's, die ook drie keer op de deurmat vallen: auto in parkeervak, auto hangend in de takels met meer blauwe lucht dan auto en inzoom op kenteken. Hatelijk wijst de verbodspijl met het dreigement van de wegsleepregeling naar mijn auto: hier mag je niet staan.

Onweerlegbaar, dit bewijs. Maar toch heb ik er geen vrede mee. De conclusie kan niet anders zijn dan dat je stekeblind moet zijn om je auto neer te zetten op de plaats waar die volgens de foto's stond, dus precies op de plek waar de pijl naartoe wijst. Dat zijn we niet en dat waren we niet dus ik maak officieel bezwaar en word ik uitgenodigd voor een hoorzitting.

Sneren over de baas
Het begint goed. Ik sta niet op de lijst van mensen die gehoord moeten worden, zegt de receptie. Ik besta dus even niet. Ik kijk haar aarzelend aan, maar de dame is niet voor een gat te vangen en geeft me gewoon een toegangspasje. Vier mensen zitten in een vergaderruimte waar het daglicht niet doordringt. Twee van hen stellen de vragen en brengen advies uit, de derde zit er namens de gemeentelijke wegslepers en de vierde maakt schriftelijk verslag van het gesprek.

Ja, zeg ik tegen die gezichten als ze vragend naar me opkijken, u hebt gelijk, ik heb geen poot om op te staan. De voorzitter - ik denk dat hij de voorzitter is - grapt opgelucht, we kunnen gaan, zegt hij. Toch denken ze allemaal mee en zijn ze bereid het een eigenaardige kwestie te vinden. Zondag geparkeerd, donderdag pas weggesleept, dinsdag is er een rapport van de situatie op straat opgemaakt en toen stonden er twee grijze auto's. Niet de knalrode van mij. Kan het zijn dat er ergens iets is mis gegaan? Zou ik de auto vier, nee vijf dagen laten staan? Ik weet hoeveel de burgemeester voor dat wegslepen vraagt toch? Dat van die burgemeester zeg ik niet hardop. Sneren over de baas helpt niet om het pleit te winnen.

Geloofwaardig
U komt geloofwaardig over, zegt de voorzitter en ik knik, ik ben het met hem eens. Tja, lastig, mysterieus, onverklaarbaar, spooky, dat vinden we allemaal, maar wat nu? De twee besluiten nog eens navraag te doen alvorens advies uit te brengen aan de directeur. Alleen hij is gemachtigd een besluit te nemen. Over acht weken krijg ik een brief.

Het is goed gekomen, zeg ik tegen de receptie. Gelukkig, zegt ze, en ik begrijp dat ze denkt dat ik in het gelijk bent gesteld om het even in wat. Ik krijg een brief, zeg ik dan maar, en ga naar buiten. Het heeft vijftien minuten geduurd. Om met Freek Groenevelt te spreken: welke bovennatuurlijke kracht zou hier de hand in hebben gehad?

Lidy Nicolasen is verslaggeefster van de Volkskrant. Ze schrijft wekelijks een column voor Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden