Muzikant met plaatjes

Diskjockey Ferry Maat draaide muziek die je nergens anders hoorde. Op de radio brak hij met zijn Soulshow, waarvan de top-100 vandaag op cd verschijnt, een lans voor dansbare popmuziek....

Lekker prutsen met techniek en een beetje radio nadoen, dat was wat Ferry Maat zo aantrok in zijn baantje als dj bij jachthaven Van Dijk in Loosdrecht. Zelf slipmatten knippen uit vilt, en zo de platen heel voorzichtig tegenhouden, ‘ondertussen maar lullen tegen de mensen en dan de plaat loslaten. Wat we zeiden? Je imiteerde wat je op de radio hoorde, met veel Engelse kreten.’

In zijn vrijstaande woning in Huizen, waar Ferry Maat net is teruggekeerd van zijn dagelijkse middaguitzending Maat in de Middag voor Radio Veronica, vertelt hij vol enthousiasme over hoe het ooit allemaal begon en waar zijn grote liefde voor soulmuziek vandaan kwam. ‘Ik ben er eigenlijk gewoon in gerold. Mijn passie voor muziek is in die disco ontstaan, weet ik nog. Het enige radioprogramma waar ik naar luisterde, was dat van Rob Out op Veronica. Die draaide veel nieuwe Amerikaanse plaatjes die hij met jingles introduceerde.’ Maat zet een ronkende stem op: ‘Direct from the States... American Chart Breakout. Heerlijk vond ik dat.’

Die plaatjes van Out wilde Maat ook voor zijn discotheek, en hij kwam erachter dat Out die gewoon verkocht in zijn winkel aan de Amsterdamse Kinkerstraat. ‘Hij had een abonnement op het Amerikaanse Billboard, zodat hij alle nieuwe platen uit de Hot 100-hitlijst automatisch opgestuurd kreeg. Maar zijn Veronica-collega’s hadden ook zo’n abonnement. De platen die ze niet wilden, kwamen in de winkel van Out. Die moesten we hebben, we waren altijd op jacht naar nieuwe muziek, meestal van de labels Stax en Motown – daar kregen we de mensen mee aan het dansen.’

Dat jagen op primeurs, de platen hebben die een ander niet heeft, liefst eerder: het is altijd een belangrijke drijfveer gebleven. Ook toen hij in 1971 gevraagd werd als dj voor Radio Noordzee, de piraat die Veronica moest beconcurreren. ‘Dat ging er hard aan toe. Mijn vrouw, die al sinds 1964 bij Veronica werkte, werd op staande voet ontslagen. Maar ik kon bij Noordzee mijn ei kwijt.’ Toen Vader Abraham in 1972 Noordzee inruilde voor Veronica en er een gat viel, kwam Maat met het idee soulplaatjes te gaan draaien.

Zo werd de Soulshow geboren, dat in oktober vorig jaar zijn 35-jarig jubileum vierde. Bij welk station Maat zijn loopbaan bij de radio ook zou voortzetten nadat Noordzee in 1974 uit de lucht werd gehaald, van TROS en Radio 10 tot 538 en Radio Veronica – de Soulshow nam hij mee. ‘Het is echt mijn kindje. Vooral de jaren 1974-1988, op donderdagavond bij de TROS, waren legendarisch. Mensen zeiden me dat ze op koopavond, wandelend door de Kalverstraat, uit alle boetiekjes de Soulshow hoorden, en zo het hele programma konden volgen.’

De invloed van het programma werkte door tot in het uitgaansleven. Discotheken begonnen steeds meer ‘Soulshow-muziek’ te draaien en overal in het land openden platenzaken gespecialiseerd in soul- en disco-importen hun deuren. ‘Ik begreep langzamerhand dat het voor de schoolgaande jeugd echt een cultprogramma was geworden. Winkeltjes stuurden mij platen, waarvoor ik ze bedankte door even hun naam te noemen. Was zo’n man ook weer blij, kreeg ik weer een plaat.’

Maat draaide muziek die je nergens anders hoorde. ‘Disco werd ineens heel populair, maar ik ben altijd zo kwalitatief mogelijk blijven draaien. Ik hield vooral van toeters. Grote orkesten met mooie arrangementen. Earth, Wind & Fire, George Duke en Herbie Hancock. Aanvankelijk zocht ik het ook vooral aan de rand van de jazz. Het zal met mijn conservatorium-achtergrond te maken hebben, maar ik let erg op de muzikaliteit. Mechanische disco-niemendalletjes komen er bij mij nog steeds niet in.’

Maat is afgestudeerd aan het conservatorium als klassiek pianist. Al toen hij 5 was, bleek op pianoles dat hij gezegend is met een absoluut gehoor. ‘Ik hoefde maar iets te horen en kon het foutloos naspelen. Als ik een plaat hoor, weet ik meteen: hé, die staat in F. Voor mij heel handig, want zo kan ik de platen ook goed selecteren. Het is voor anderen weer een nadeel, want toen we indertijd mensen opriepen zelf mixen te gaan maken, kon ik heel streng zijn.’

De mixcultuur in Nederland werd medio jaren tachtig vooral door de Soulshow gecultiveerd. De mixwedstrijd Bond van Doorstarters werd een begrip en tal van grote producers en dj’s, tot aan Ferry Corsten en Tiësto toe, ontwikkelden dankzij Maat hun passie.

Evengoed is het er volgens Ferry Maat de afgelopen jaren in muzikaal opzicht niet beter op geworden. Hij maakt, samen met Guyon da Silva Solis, nog wekelijks twee uur Soulshow, maar hoort zelden nieuwe muziek die er echt in past. ‘De techniek wordt dankzij computers steeds eenvoudiger, maar de muziek wordt er niet mooier op. Eigenlijk ligt voor mij het hoogtepunt tussen de jaren 1978 en 1983, toen bands nog met grote orkesten speelden en je synthesizers en drumcomputers nog nauwelijks hoorde.’

Iemand als Prince, die Maat als eerste Nederlandse dj prominent aandacht gaf, vond hij vooral zo goed omdat hij alles zelf inspeelde en produceerde. ‘Voor artiesten als Prince en Todd Rundgren heb ik een zwak. Dat alles zelf kunnen doen, daar was ik echt jaloers op. Gelukkig heb ik in de jaren negentig zelf jingles gemaakt – was ik voor even zelf artiest.’

Maat had in de jaren negentig een bloeiend bedrijf dat voor de Nederlandse en Duitse markt talloze radio-jingles produceerde. Alle instrumenten speelde Maat zelf, en hij arrangeerde ook de orkestpartijen. ‘Alleen de koortjes namen we in een studio op. Ik was echt muzikant, en ja, echte muzikanten, daar houd ik het meest van.’

Hoewel veel van hen langskwamen in de Soulshow, heeft Maat er geen echte vriendschappen aan overgehouden. ‘Mensen sturen geregeld oude shows van me op. Die hebben ze ooit opgenomen, maar dan hielden ze de pauzeknop ingedrukt bij de afkondiging van een liedje. Willen ze alsnog weten wat ik toen draaide. Gelukkig weet Guyon het in vijf seconden. Maar ik schrik bij het terugluisteren van al die grote namen die zijn langsgekomen.’ Maat is eens met soulzanger Marvin Gaye gaan stappen, maar dat was een uitzondering. ‘Artiesten waren in Nederland vanwege opnames voor Toppop, die pikten de Soulshow even mee. Ik vond het best, ook om de platenmaatschappij te vriend te houden vanwege primeurs. Maar zo’n Womack & Womack, die er apestoned als een stel weirdo’s bijzaten, daar zat ik dus niet op te wachten.’

Nee, dan Marvin Gaye. ‘Een heel aardige, stille man. Ik was bij Motown in 1981 gaan informeren hoe het met zijn nieuwe single zat. Die kwam eraan, alleen Gaye zelf was al maandenlang zoek, werd me verteld. Kreeg ik een keer een telefoontje: de vriendin van Marvin. Hij wilde met haar langskomen in Hilversum. Ja, zal wel. Maar inderdaad, bij de NOS ging even later de slagboom open, en daar kwam Gaye uit een taxi.’

De zanger was uit de Belgische kustplaats Oostende gekomen, waar hij op dat moment ondergedoken zat. Maat mocht de luisteraars er niets over vertellen; later die avond deden ze nog een rondje Amsterdam. ‘Ik had een paar jaar eerder Gaye’s laatste concert opgenomen in Carré. Om toestemming te krijgen, was ik een paar dagen daarvoor naar Londen gevlogen. Organisator Jeffrey Kruger wilde 1.500 gulden, geloof ik. Die had ik in een laars verstopt en gaf ik hem.’

Om van Earth, Wind & Fire toestemming te krijgen, wachtte hij de band ooit urenlang op in een hotel in Frankfurt. ‘Zat ik die avond alle nummers precies uit te schrijven. Ik moest een dag later in Ahoy weten wanneer er een solo kwam – die kon je later niet nog eens wat harder zetten.’

Ook van dat opnemen genoot de diskjockey. Hij kon er veel van zijn muzikale scholing in kwijt. Het gebrek aan echt muzikaal vakmanschap in veel muziek van nu ervaart hij als een gruwel. Maar af en toe slaat hij nog wel eens achterover van verbazing. Een plaat van soulzanger Frank McComb vond hij een paar jaar geleden ‘helemaal het einde’, en hij ziet uit naar het nieuwe album van pianist Brian Culbertson. ‘Kom, ik laat je een trailer op internet van hem zien, met Maurice White van Earth, Wind & Fire.’

Maar verder? ‘House, daar kan ik niet tegen. Veel te monotoon; muziek die op de radio niet om aan te horen is. Hiphop is me veel te veel ontaard. Ik heb daar zelf ook aan meegewerkt en in het begin ook alle motherfuckers gedraaid, maar op een gegeven moment is dat toch afgelopen en ben je uitgepuberd.’

Daarom is hij ook zo blij met de jubileumbox van 35 jaar Soulshow. ‘Honderd liedjes die tijdloos zijn: ik kan me echt geen betere partybox voorstellen. Jammer dat Stevie Wonder geen toestemming gaf, maar Prince wilde er met 1999 wel op. Voor het eerst gaf hij zijn toestemming.

‘De nummer 1 van die Top 100: Fantasy van Earth, Wind And Fire. Toen we onze luisteraars lieten stemmen, schrok ik me een hoedje. Vijf liedjes van Earth, Wind & Fire bij de eerste tien, dat gelooft geen mens. Het is nog rechtgetrokken, maar het blijft de naam die al die jaren het meest met de Soulshow is geassocieerd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.