Muziektheater Kaija Saariaho

Muziekdrama dat uitpakt als een breed uitgesponnen staat van gekweldheid.

HAARLEM, TONEELSCHUUR, 4/2. TE ZIEN OP 24/2, THEATER HEERLEN, 24/3 DEN HAAG (KORZO), NOORDERZON GRONINGEN, NOVEMBER MUSIC DEN BOSCH. - Roswitha Bergmann, Tomoko Mukaiyama, Esther Apituley, Eduard van Regteren Altena.


Ik ben het scheepje dat wegdrijft


Mijn lief is aan de overkant


En de zee, die is immens


De eerste voorstelling van Stichting WOLF, 'bedenker en maker van eigenzinnige muziektheater- en operavoorstellingen', gaat over verlangen, verscheurdheid, een onmogelijke liefde. In Je sens un deuxième coeur worden die heftige emoties vooral gesuggereerd. Ze krijgen gestalte tegen een zwart toneelbeeld met een uitgelichte winterse boom.


Pierre Audi heeft in zijn enscenering de teksten van de Libanese dichter Amin Maalouf omgewerkt tot wat in het programma een muziekdrama wordt genoemd, maar wat in de praktijk uitpakt als een breed uitgesponnen staat van gekweldheid. Een uur lang duurt die voort, zonder ontwikkeling, zonder lijn.


De plaatjes zijn mooi en suggestief: een afgebroken tak, een paar rechtopstaande tl-buizen, een vleugel, twee strijkers en een geheimzinnige, met een laken afgedekte vorm waarvan het silhouet een enkelhoog broertje van de vleugel suggereert.


De zangeres en actrice Roswitha Bergmann loopt naar de boom, omarmt de boom, zingt, valt op haar knieën voor de raadselachtige vorm, verfrommelt het laken en onthult zo het deksel van een kleine vleugel, neergezet op ijsblokken. Gedurende de voorstelling beginnen die te smelten, zodat er kleine plasjes water ontstaan. De muziek van de Finse, in Parijs woonachtige Kaija Saariaho moet het hebben van kleine rimpelingen in een statisch landschap, maar in Je sens un deuxième coeur zijn zelfs die muzikale zuchtjes tot een minimum teruggebracht.


Tomoko Mukaiyama recyclet vooral hetzelfde trillertje en hetzelfde dalende watervalletje. Roswitha Bergmann loopt naar de vleugel, Mukaiyama naar de ijspiano en zo omgekeerd. Ook altvioliste Esther Apituley en cellist Eduard van Regteren Altena doen mee aan het heen en weer lopen en poses aannemen, als levenloze sjablonen die theater moeten suggereren.


Als er ineens toch nog een stampend ritme wordt ingezet, hoop je dat er een ontwikkeling komt, theatraal, in de muziek, in de poëzie. Wanneer ook die uitblijft, weet je: dit is een pretentieus bedenksel dat je maar snel weer moet vergeten.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden