Muziekindustrie heeft te veel eigendomsaanspraken

Illegaal kopiëren van muziek is te billijken door het monopolistische gedrag van de industrie, meent Joost Smiers...

Toen Napster populair werd kneep de muziekindustrie ' m als een ouwe dief, maar Herbert Blankesteijn (Forum, 7 augustus) meldt dat de platenmaatschappijen het internet beginnen te begrijpen. De muziek stelende medemens wordt digitaal opgespoord; mogelijke liefhebbers van een bepaald muziekgenre worden digitaal met marketing bestookt; en door middel van digital rights management kunnen muziekbestanden voor beperkte tijd gebruikt worden, uiteraard tegen betaling. Blankesteijn verklaart: stelen mag niet. Tevreden stelt hij vast dat de platenmaatschappijen aan de winnende hand zijn. Het gratis uitwisselen van muziek op het internet zal snel tot het verleden behoren. De vraag is alleen, wie steelt er?

Stelen heeft te maken met eigendom. Maar eigendom is niet absoluut en er zijn verplichtingen en verantwoordelijkheden aan verbonden. Sinds enkele tientallen jaren wordt eigendom steeds meer gezien als een absolute categorie. Daarom lijkt het zo moeilijk om een passend weerwoord te geven op de muziekindustrie die beweert dat, door het gratis uitwisselen van muziek, haar eigendomsrechten worden aangetast, en dus claimt bestolen te worden. Wat is er mis met deze claim?

Ongeveer 80 procent van de muziek die in de wereld wordt verkocht is in handen van de vijf grote muziekgiganten en hun labels. Ze bedienen verschillende markten; dus brengen ze allerlei muziek uit, maar zij beslissen wat wordt uitgebracht en zij creëren de ambiance van het luisteren. Productie en distributie hebben ze verticaal aan elkaar gesmeed; dus wat ze maken heeft een grote kans ook gedraaid te worden.

Wat is daar mis mee? Het probleem ligt niet zo zeer bij het soort muziek dat ze uitbrengen en dus controleren. Dat is een kwestie van smaak. Het probleem is veeleer de ongebreidelde controle die de supergrote platenmaatschappijen hebben over wat wij als muziek beschouwen. Gelukkig zijn er nog steeds veel musici die hun ding doen, in alle vrijheid. Maar zij bevruchten steeds minder het gehele muzikale klimaat. De grote verscheidenheid die in feite bestaat, wordt enorm gereduceerd als het op de verspreiding aankomt. Dan lijkt het alsof muziek alleen maar een onderdeel is van grote merchandising-processen. Dan blijken live-optredens meestal alleen maar onderdeel te vormen van de promotietoer voor een nieuw plaatje. Dan is muziek wel erg voorgebakken.

Waaraan hebben we die verwording te wijten? Precies, aan het feit dat we toestaan dat muziekondernemers te veel greep hebben op de terreinen van de productie, van de distributie en van de sfeerbepaling van het muziek genieten. Muzikale communicatie vraagt om een groot publiek terrein waar niemand en geen enkele onderneming de wetten van het luisteren bepaalt. Het tegendeel is het geval.

Natuurlijk moet een kunstenaar een inkomen kunnen verwerven met zijn of haar muziek. Maar daar gaan copyrights allang niet meer over. De grote culturele industrieën bezitten miljoenen melodieën voor een periode van meer dan honderd jaar. Het eigendom waar de grote muziekconglomeraten hun macht aan ontlenen heeft perverse vormen aangenomen en moet, ter bescherming van de vrije en vitale muzikale communicatie, worden ingeperkt. Het uitwisselen van muziek op het internet is kruimeldiefstal vergeleken bij de roof op grote schaal die grote muziekbedrijven plegen op het publieke domein.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden