‘MUZIEK IS GEEN FRANJE'

De Nederlandse muziekscholen hebben het moeilijk. Er zijn er steeds minder van, en kinderen willen liever in Idols zingen dan viool spelen....

Het is donderdagmiddag vier uur. De scholen zijn net uit – spitsuur voor de Muziekschool Amsterdam, vestiging Bachstraat in het deftige Oud-Zuid. In een bovenzaal studeert zangdocent en koordirigent Jim Gilloffo de musical The Wizard of Oz in met een groep kinderen. ‘Zullen we nog eens oefenen hoe we moeten beginnen?’, zegt Gilloffo. Hij strekt de rug, heft de kin, wendt de blik naar voren; de kinderen volgen zijn voorbeeld. ‘Juist!’, roept hij. ‘Als we gaan zingen, moeten we elkaar goed kunnen zien en goed op elkaar letten!’ In een ander leslokaal laat Machteld Caryevschi, lerares dwarsfluit, een van haar meer gevorderde pupillen een etude voorspelen. ‘Heb je in de gaten wat je fout deed?’, vraagt Caryevschi na de laatste noot. ‘De dynamiek, hè. Helemaal vergeten!’ Een verdieping lager begint Martin Kosters met de eerste muziekles voor een groep peuters. ‘Hoe heet jij?’, vraagt hij een van hen. ‘Floris-Jan’, luidt het aarzelende antwoord. ‘Jij-heet-Flooo-risJán!’, zegt Kosters, ritmisch klappend in zijn handen. De kinderen klappen braaf met hem mee.

In het gebouw aan de Bachstraat heerst een levendige drukte. Leerlingen en docenten maken een toegewijde indruk. Het lesprogramma ziet er modern uit – de tijd dat popmuziek taboe was op de muziekschool, is allang voorbij. Kinderen zijn extreem modebewust, ook in hun musiceren. Momenteel willen de meesten liedjes leren zingen, met een microfoon in de hand – Idols doet zijn werk. Enkele jaren geleden was elektrische gitaar je van het, nog wat jaren eerder keyboard. Net als alle Nederlandse muziekscholen speelt ‘Amsterdam’ daarop in met een waaier aan keuzes naast de traditionele viool- en pianolessen.

Muziek op schoot biedt peuters vanaf vijf maanden met hun moeders een eerste contact met muziek. Voor kleinere kinderen tot 12 jaar is er Zing Sala Ding – ‘Gymmen met je stem en stoeien met leuke liedjes’ – , Tijd voor Trommelen – ‘De ritmes dreunen door de muren!’ – en de sample-cursus Digital & Magix – ‘Je gaat knippen en plakken. Muziek wel te verstaan.’ De 12-plussers kunnen kiezen uit cursussen op exotische instrumenten als saz, darbuka en djembe (Turks Afrikaans Fruit), de Keyboardbende, ‘bands met ballen’ en de salsaschool La Escuela. De prijzen variëren in Amsterdam van 76 euro voor een peutercursus tot vierhonderd euro voor een heel jaar instrumentles van een half uur per week. Gemeentesubsidies drukken de lesgelden; particuliere muziekscholen moeten het zonder die steun doen en zijn vaak meer dan twee keer zo duur.

Aan de Bachstraat lijken het belang en het plezier van een instrument leren bespelen, van samen met anderen muziek maken, nog vanzelf te spreken. Het zou ook vreemd zijn als het anders was. In Oud-Zuid staat het Concertgebouw, er wonen veel beroepsmusici en de meeste ouders in deze rijke wijk kunnen zich de dure muzieklessen voor hun kinderen gemakkelijk veroorloven. Toch is dat maar het halve verhaal. De Nederlandse muziekscholen staan al jaren onder druk – zelfs in gebieden met vergelijkbaar riante omgevingsfactoren als Amsterdam Oud-Zuid. De Muziekschool Gooi- en Vechtstreek werd al in 1996 opgeheven (zie kader), nadat de betrokken gemeenten de subsidie staakten. Raalte, Bunnik, Houten, Leiderdorp en Zeewolde hebben ook geen muziekschool meer, Veenendaal en Almere, om er maar twee te noemen, legden hun scholen zware bezuinigingen op. De hoge afhankelijkheid van gemeentesubsidies, doorgaans goed voor 60 tot 70 procent van het budget, maakt de muziekscholen kwetsbaar voor zulke maatregelen.

Noodgedwongen verhogen zij hun lesgelden, en veranderden zij de lesvorm van één op één in groepjes van twee of drie – dat is al jaren de norm. Maar ook dan blijft muziekles veruit de kostbaarste vorm van kunsteducatie. Dansen of schilderen leent zich goed voor groepslessen; muziek vergt een veel intensiever contact tussen docent en leerling. Steeds minder ouders, zelfs de welgestelde onder hen, zijn bereid daarvoor te betalen.

Wat zijn de gevolgen? Harde cijfers zijn schaars – er bestaat geen organisatie die het muziekonderwijs als branche volgt. Maar de gegevens die er zijn, geven wel indicaties. Ap de Vries is directeur van Kunstconnectie, de landelijke organisatie van instellingen voor kunsteducatie. Tien jaar geleden, weet hij, waren er nog 187 muziekscholen in Nederland. ‘Nu zijn er 174 muziekscholen en muziekafdelingen van centra voor kunsteducatie.’ Met hun muzieklessen bereikten die in 2003 – het laatst gemeten jaar, door het Centraal Bureau voor de Statistiek – slechts zo’n 2 procent van alle Nederlandse kinderen. Peter Grooten is directeur van de Muzerie in Zwolle, een centrum voor kunsteducatie met een muziekafdeling: ‘Ik ben al zo’n 25 jaar werkzaam in deze sector, en ik vind dat het momenteel niet zo goed gaat met de muziekscholen.’

De oorzaken van de gestage erosie liggen deels buiten de invloedssfeer van de muziekscholen. In de meeste ons omringende landen is muziek cultureel en historisch diep geworteld in de opvoeding. In Engeland, met zijn beroemde kerkkoren. In Duitsland, met zijn rijke muzikale traditie. In Oost-Europa, waar kinderen de lokale volksmuziek met de paplepel ingegoten krijgen. En in Finland, waar de lange, koude winters borg staan voor een cultuur van thuismuziek; iedere Finse kleuter leert de kantele bespelen, een citer-achtig snaarinstrument. Maar de Nederlandse basisscholen doen bijna niets meer aan muziek, en trekken daarmee ook het tapijt weg onder het vervolgonderwijs aan de muziekscholen.

Hoewel muziekonderricht behoort tot de ‘kerndoelen’ van het onderwijs, controleert de Inspectie van het Onderwijs niet of de scholen daaraan voldoende invulling geven. Leerlingen aan de PABO’s, de toekomstige onderwijzers van Nederland, krijgen gemiddeld nog maar acht uur muziekonderricht per jaar. ‘Onze calvinistische cultuur is geneigd muziek als franje te beschouwen’, constateert Henk Luif, directeur van de KNTV, de vakbond van beroepsmusici en muziekdocenten, en een wandelende encyclopedie van het Nederlandse muziekonderwijs.

In zo’n klimaat legt een intensieve bezigheid als viool of piano leren spelen het al snel af tegen alle andere activiteiten die een beroep doen op de schaarse vrije tijd van de scholier: skaten, sporten, tv kijken of gewoon lekker chillen. En van de Nederlandse kinderen die nog wel naar de muziekschool gaan, haken er velen af rond hun twaalfde, wanneer huiswerk en hormonen beginnen te gieren. Is dat erg? Ja – want muziek ís geen franje, toonde de Duitse muziekpedagoog Hans Gunther Bastian aan. Bastian volgde tussen 1992 en 1998 kinderen van 6 tot 12 jaar oud op zeven Berlijnse basisscholen met intensief en minder intensief muziekonderwijs. Hij onderzocht hen op IQ, sociaal gedrag en concentratievermogen. Al die factoren waren na afloop van het onderzoek beter ontwikkeld bij de kinderen die de meeste muziek kregen aangeboden. Bovendien waren de IQ-verschillen tussen de kinderen kleiner in de ‘intensieve’ groep. Met andere woorden: muziek doet matige leerlingen harder vooruitgaan. Een samenvatting van Bastians onderzoek is in Nederland verkrijgbaar onder de titel Muziek maakt slim.

Die maakt hier nu school onder pedagogen en beleidsmakers. Met het programma Cultuur en school probeert het ministerie van OCW de kunsteducatie in het algemeen onderwijs nieuw leven in te blazen. OCW én gemeenten verwachten daarbij veel van de muziekscholen: zij moeten programma’s ontwikkelen voor muziek- en ander kunstonderricht op de basisscholen en in het voortgezet onderwijs. De muziekscholen en centra voor kunsteducatie duiken massaal op deze nieuwe ‘markt’. De Zwolse Muzerie van Peter Grooten telt 3500 ‘buitenschoolse’ muziekleerlingen, maar bereikt inmiddels het tienvoudige daarvan met kunsteducatieprogramma’s voor algemene scholen. ‘De klassieke muziekles zoals wij die nog steeds geven, vind ik heel waardevol’, zegt Grooten, ‘maar de gemeente is steeds minder bereid die te subsidiëren’. Die ziet graag dat de Muzerie ‘vermaatschappelijkt’, en muziekonderwijs geeft aan kinderen die van huis uit nul muziek meekrijgen – laat staan lessen aan een muziekschool. Mede daarom gelooft Grooten niet meer in de alleenstaande muziekschool. ‘Centra voor kunsteducatie zoals de Muzerie combineren meer artistieke disciplines. Dat leidt tot lagere overheadkosten en inhoudelijke kruisbestuiving.’ Zowel de vioolleraar als diens leerling moeten volgens Grooten bij hun entree in de Muzerie ‘als het ware struikelen over de dansers en schilders’.

Maar dat vergt een handigheid met nieuwe lesvormen en nieuwe doelgroepen die dun is gezaaid. Alle saz, salsa en ‘bands met ballen’ kunnen niet verhullen dat muziekschooldocenten bijna altijd zijn opgeleid aan het conservatorium, een instelling die de nadruk legt op het traditionele, intensieve onderwijs op één of meer instrumenten. Hans van de Veerdonk runt de Muzieklijn, een lesprogramma voor basisscholen van de Amsterdamse muziekschool. Met de componist Merlijn Twaalfhoven, bekend van zijn muziekprojecten in de open lucht, had hij onlangs een project willen doen waarvoor hij tientallen muziekdocenten nodig had die met tientallen groepen basisschoolleerlingen zouden gaan werken, BimBamsterdamDong genaamd. De groepjes kinderen, met aan het hoofd van iedere groep een muziekdocent, zouden zich van hun school begeven naar verschillende locaties in de stad om daar een soort mega-samenzang te houden: ‘Hallo!’ ‘Wat?’ ‘Waar ben je?’ ‘Hier!’ Maar ‘in de praktijk bleek dat de muziekdocenten niet waren toegerust om dit project uit te voeren’, zegt Van de Veerdonk. BimBamsterdamDong is nu uitgesteld tot juni volgend jaar, en zal dan worden aangevuld met conservatoriumstudenten als begeleiders van de groepen leerlingen.

‘Gunstige uitzonderingen onder de docenten daargelaten’, zegt Van de Veerdonk, ‘sluit de muziekschool niet meer aan bij de leefwereld van de kinderen van nu. Het Amsterdamse stadsbestuur zou van de muziekschool moeten eisen dat een groter deel van de subsidie wordt besteed aan kinderen op basisscholen. Waarom krijgen jouw en mijn kinderen zoveel subsidie om hun hobby uit te oefenen? Docenten moeten de wijken en de scholen in, en muziekonderwijs geven aan de kinderen die het echt nodig hebben. Nu doen ze dat niet, en de conservatoria leveren ook geen afgestudeerden af die muziekonderwijs kunnen geven aan kinderen in ‘prachtwijken’.’

De meeste muziekschooldocenten zijn volgens Van de Veerdonk nog altijd ingesteld op het soort onderwijs dat zij zelf aan het conservatorium kregen: ‘Dagelijks urenlang achter je cello of piano zitten.’ Achterstandskinderen – 70 procent van de Amsterdamse basisschoolleerlingen is allochtoon – hebben daar geen boodschap aan. De Muzieklijn werkt met twee vaste krachten en een veertigtal freelancers, en krijgt 425 duizend euro subsidie per jaar – ongeveer eentiende van de 4,1 miljoen die de Muziekschool Amsterdam jaarlijks krijgt. Van de Veerdonk: ‘Daarmee bereiken wij de helft van de Amsterdamse basisschoolleerlingen.’ Maar de meesten komen hooguit één keer per jaar met de Muzieklijn in aanraking, terwijl de subsidie is bedoeld voor lang lopende leerlijnen. Cultuur en school van OCW stelt zegge en schrijve 10,90 euro per basisschoolleerling per jaar beschikbaar – voor alle kunsteducatie, niet alleen muziek, en daar moeten ook de strippenkaarten voor bijvoorbeeld museumbezoek nog vanaf. De gemeente Amsterdam legt daar nog twee tientjes bij. Dan nog ‘is er geen geld voor verdieping’, zegt Van de Veerdonk. ‘Misschien één op de tien scholen kiest voor een langere leerlijn, maar is dan afhankelijk van aanvullende subsidies.’

De leerkrachten aan de basisscholen worden ook niet doordrongen van het belang daarvan. Het toch al karige muziekonderwijs aan de PABO’s draait nog altijd om de blokfluit, het traditionele beginnersinstrument voor muziekonderwijs. ‘Verbrand alle blokfluiten’, luidt Van de Veerdonks urgente advies. ‘Hang in alle Amsterdamse basisschoollokalen een gitaar aan de muur’, waarop onderwijzers en leerlingen op ieder gewenst moment kunnen spelen. ‘Een gitaar is een harmonie-instrument, en je kunt erbij zingen terwijl je het bespeelt. Dat kan niet met een blokfluit.’ Van de Veerdonk heeft goede, betaalbare gitaren in de aanbieding: made in China, honderd euro per stuk inclusief stemapparaat, ofwel vijftig euro minder dan de instrumentenwinkel vraagt voor een goede gitaar. ‘Een stuk of tien Amsterdamse basisscholen, waaronder de Burchtschool aan de Herengracht, hebben al voor dit programma gekozen. Daar krijgen alle leerkrachten zang- en gitaarles van ons. Wat denk je dat dat doet voor de teamgeest?’ Vóór zijn 60ste levensjaar, zegt Van de Veerdonk (50), wil hij in alle Amsterdamse klaslokalen een gitaar aan de muur zien hangen.

Moet de klassieke muziekschool dan maar worden afgeschreven? Nee. De lokale worteling, in een gemeente en zijn inwoners, is de zwakte én de kracht van de muziekscholen. Jantien Westerveld is sinds kort directeur van de Muziek- en Dansschool Amstelveen, volgens Luif en andere deskundigen een van de beste van Nederland. Haar school bereikt 13,5 procent van de Amstelveense kinderen, ver boven het landelijk gemiddelde. Ook haar muziekschool kreeg de afgelopen jaren drastische bezuinigingen opgelegd. Tegelijkertijd investeerde de gemeente echter in een prachtig nieuw gebouw, in de ‘kunststrip’ langs het nieuwe stadshart, naast de schouwburg en de popzaal P60 – hun nabijheid maakt een nauwe samenwerking mogelijk, die Westerveld de komende jaren verder gestalte wil geven. Haar leerlingen musiceren in ruime, geluiddichte lokalen met grote ramen, die een fraai uitzicht bieden op het Stadsplein.

‘Wat ik hier zie, is een enorme betrokkenheid’, zegt de nieuwe directeur. ‘Mijn docenten verzorgen zes tot zeven voorspeelavonden per jaar voor hun leerlingen. Zij willen hen echt iets bijbrengen.’ De leerlingen van ‘Amstelveen’ doen bovengemiddeld mee aan landelijke muziekconcoursen, de leraren zijn bovengemiddeld landelijk ‘zichtbaar’ met activiteiten, voordrachten en publicaties. Het geheim van dit succes is eigenlijk te simpel voor woorden: inzet en toewijding. Westerveld: ‘Mijn voorganger Dirk-Jan Schild was 27 jaar directeur hier’, bij menige instelling een recept voor aderverkalking. Zo niet onder Schild: ‘Hij heeft al die jaren de juiste docenten aangesteld, die niet alleen goed waren op hun instrument, maar ook onderwijskundige capaciteiten hadden. En hij heeft een heldere missie nagejaagd: onze leerlingen moeten zo jong mogelijk beginnen, ook op een instrument, veel samenspelen en veel optreden voor publiek.’

En zo gaat het nog steeds. Na het gesprek, wanneer Westerveld een rondleiding geeft door het gebouw van de Muziekschool Amstelveen, haast zich een man door de gangen: het is oud-directeur Schild. Westerveld: ‘Hij repeteert hier nog iedere week met een orkest.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden