MUZIEK Dirigent Jaap van Zweden moet bouwen 'Ik héb gebouwd'

Met de nieuw geformeerde orkesten van het Muziekcentrum van de Omroep maakt dirigent Jaap van Zweden zich op voor een seizoen waarin geen programma voorkomt, of er zit wel 'iets bijzonders' in voor de man op de bok....

was as klagende Lied. Gustav Mahler was D 20 toen hij aan deze reuzencantate begon. Anderhalf jaar hij bezig de lugubere inhoud van passende klanken te voorzien: over een jongeman die vermoord wordt door zijn broer. Een speelman vindt zijn gebeente en snijdt uit een van de botten een fluit. Bespeeld op de koninklijke bruiloft van de moordenaar, begint het bot te zingen met de stem van de overledene. Het paleis stort in en verandert in een massagraf.

Toen Bernard Haitink in 1980 het stuk repeteerde met het Concertgebouworkest, zat Jaap van Zweden voor het eerst van z'n leven achter een orkestlessenaar. Het enige dat hij zo ongeveer van Mahler afwist, was dat de componist nooit een vioolconcert schreef. 'Dames en heren, dit is Jaap van Zweden, hij is op proef.' Zo stelde Haitink de 19-jarige violist voor aan de collega's bij zijn eerste repetitie als concertmeester.

'Daar zat ik plotseling. Zomaar in het diepe. Symfonie 99 van Haydn en Das klagende Lied. Ik moet eerlijk zijn: ik kende niet één symfonie. Elke symfonie was nieuw voor mij.'

Nu, 25 jaar later, markeert het zingende bot opnieuw een keerpunt in Van Zwedens carrière. Met Das klagende Lied, ditmaal uit te voeren

in de oorspronkelijke versie # mét het door Mahler verworpen eerste deel Wa l d m ä r ch e n # maakt Van Zweden (44) volgende week in de Amsterdamse Zaterdagmatinee zijn opwachting als chef van de Hilversumse omroeporkesten; ditmaal gebiologeerd door de autobiografische trekjes van Mahlers eerste grote worp.

'Mahler had ingewikkelde relaties met zijn broers. De ene was hem dierbaar. Een andere haatte hij, die wilde hij best om zeep helpen. Toen die broer later zelfmoord pleegde, voelde Mahler zich schuldig. Ik ben erover aan het lezen. Heel macaber allemaal.'

Daarmee is het nog niet afgelopen met de dood bij Van Zwedens inauguratie # het eerste chefsdebuut dat hij viert in het Amsterdamse Concertgebouw. De uitvoering met het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor gaat gepaard met vijf andere hommages aan de vergankelijkheid.

Het zijn de vijf delen van Stanze, het laatste werk van Luciano Berio, op teksten van Celan, Sanguinetti en andere dichters. Berio componeerde het in 2003. 'Jammer dat hij zelf nu ook dood is. Ik heb hem leren kennen door Chailly. Het leukste voor een dirigent is wanneer je met een levende componist kunt communiceren.'

Van Zweden, chefdirigent van het Radio Filharmonisch en van de nieuwe Radio Kamerfilharmonie. Erfgenaam van Jean Fournet en Edo de Waart. Roerganger van de Matinee. En van een nieuwe 'Vrijdag in Vredenburg'-concertreeks van de omroepen in Utrecht, waar hij vocaal-orkestraal werk gaat dirigeren van Mendelssohn (Paulus) en Mozart (R equiem).

Dat had ook niet iedereen gedacht die de violist veertien jaar geleden zijn eerste dirigeerpogingen zag wagen.

Bezig vooral met de eerste violen, en naar het scheen nog niet zo ontvankelijk voor de rest, loodste hij destijds het Concertgebouw Kamerorkest door Vivaldi's Jaargetijden en Tsjaikovski's Souvenir de Florence. Mozart was zijn uitstapje in Amadeus-programma's met de fluitiste Berdien Stenberg, specialiste van de romantische toverzuurstok en lieveling van de impresario en (toenmalige) Telegraaf-journalist Henk van der Meyden.

'De scepsis die ik tegenkwam in het begin # ik heb het nooit als hinderlijk ervaren', zegt Van Zweden. 'Scepsis heb ik altijd als een uitdaging gevoeld. Ik dacht, jullie zien het nog niet allemaal aan me, maar dat komt wel.'

Inmiddels is Van Zweden voormalig chef van het Orkest van het Oosten, voormalig chef van het Residentie Orkest, jaarlijks gast van het City of Birmingham Symphony Ochestra en regelmatig gastdirigent van het orkest van Toulouse en grote orkesten in Sint Petersburg, München, Parijs en Tokio. Met de nieuw geformeerde keurkorpsen van het Muziekcentrum van de Omroep maakt hij zich op voor Matinee-en Vredenburgseizoenen waarin geen programma voorkomt, of er zit wel 'iets bijzonders' in voor de man op de bok.

Recent werk van Kurtág. Tristan Keuris' Symfonie in D. Première van een pianoconcert van Theo Verbey. In zijn agenda doemen 31 partituren op die hij nog niet eerder dirigeerde.

Nederlandse premières van Berio en Turnage. Opera Don Quichotte van Massenet. Bekendere paradepaarden zijn Strauss' Ein Heldenleben en Stravinsky's S acre; tussendoortjes in dit verband. In het voetspoor van Valeri Gergjev en Edo de Waart, die met het Radio Filharmonisch de complete symfonische oeuvres van Sjostakovitsj en Mahler voor hun rekening namen, bijt Van Zweden komend seizoen met Bruckners Vierde en Negende Symfonie ook het spits af van een meerjarige Brucknercyclus. 'Die komt straks ook op de plaat. Ik denk dat ik een enorme connectie heb met Bruckner.'

En dan dat andere Lied van Mahler. Das Lied von der Erde, met het magische slotdeel Der Abschied. Van Zweden dirigeert deze cyclus op Chinese gedichten in maart, kort voor het afscheid van de programmeur van de Matinee, Jan Zekveld. Schemerend tussen de werelden van zijn en niet-zijn, zweeft in Der Abschied de stem van een mezzosopraan boven een orkestpartij vol ritmische raadsels.

Van Zweden zocht er ooit speciaal advies voor. 'Ik ging naar Haitink in Londen en vroeg: ”Kun jij mij nou eens vertellen. . . dat slot kun je in tweeën slaan, in drieën en in vieren. Hoe doe je dat?” Haitink zegt: ”Ik pak het er eens bij.” Ik zag dat hij een 2 had doorgestreept. De 3 die hij erbij had geschreven had hij ook doorgestreept. In vieren: ook een kruis erdoor. Hij klapt het boek dicht en zegt: ”Ik weet het niet. Zie maar.” Toen heb ik Edo gebeld. Die zegt: ”Ik weet het ook niet. Ga daar maar gewoon staan, dat is het enige wat erop zit.”

Toen Hilversum Van Zweden binnenhaalde, was het nog de bedoeling dat hij 'gewoon' chef van het Radio Filharmonisch Orkest zou worden. Dat het Muziekcentrum van de Omroep een compleet Radio Kamerorkest of Radio Symfonie Orkest naar huis moest sturen wist Van Zweden ook wel. Maar het rumoer waarmee ook het Radio Filharmonisch Orkest betrokken zou worden in de reorganisatie van de omroeporkesten heeft hem 'overvallen'. Goed dat het andere symfonieorkest, het Radio Symfonie Orkest, hem na het overlijden van Hans Vonk óók bovenaan de lijst had staan. 'Anders was ik er nooit in gestapt. Als musici niet achter je staan is er geen beginnen aan.'

'Ik denk dat je je vergist', zegt Van Zweden, geconfronteerd met de vraag of hij eigenlijk wel ervaring heeft met schaaf-en slijpwerk, met het opbouwen van een orkest. Uit het (noodgedwongen) door elkaar geharkte MCO moet Van Zweden niet alleen een nieuwe Kamerfilharmonie boetseren, maar ook een Radio Filharmonisch herformeren dat bijna een kwart van zijn musici zag vertrekken # vooral eerste violen. Musici moeten pendelen tussen het ene orkest en het andere. Dat lijkt niet de beste methode voor een homogene speelcultuur.

Geprikkeld: 'Toen ik bij het Orkest van het Oosten begon, was dat echt een mager orkest, als ik zo vrij mag zijn. Ze hebben me alle mogelijkheden gegeven er iets van te maken, ook omdat ze in een verdomhoekje zaten van ”Blijven we wel bestaan?”. Ik heb daar wel dégelijk gebouwd.'

Een beproefd middel van Edo de Waart # het s l e ch t n i e u w s g e s p r e k # blijkt niet aan Van Zweden besteed. 'Mensen eruit bonjouren, daar houd ik niet van. Als een orkest ja tegen je zegt, dan zeggen ook spelers die niet tot de top horen ja. Wel kun je een bepaalde druk op spelers leggen. Door te blijven vragen om een betere articulatie en dat soort dingen. Als ze dan inzien dat het niet meer past in het geheel, komen ze zelf met het probleem en zijn alle partijen beter af. Orkesten hebben een zelfreinigend vermogen.' Een andere Edo-methode, de groepsrepetitie, heeft evenmin Van Zwedens voorliefde. 'Ik ben niet iemand die begint met alleen strijkers of alleen blazers. Een eerste repetitie speel ik door van a tot z. Alleen dan kun je aan een strijker uitleggen waarom het daar en daar zacht moet, als er bijvoorbeeld een fluitsolo overheen gaat. Je laat ook zien dat je het zelf kunt dirigeren, wat ook niet onbelangrijk is.'

Ja, gesprekken met musici heeft hij wel gehad. Meer dan honderd. 'Ik heb er een week Tokio voor afgezegd. Wat mij opviel, was dat niemand in het kleinere orkest wilde zitten, de Kamerfilharmonie. ”Als er straks wéér een bezuiniging komt, is dat natuurlijk weer als eerste aan de beurt.” Dat hoorde ik iets te vaak. Daarom hebben we de contracten veranderd. Niemand is meer lid van één orkest. Iedereen is in dienst van de klassieke unit.'

Leonard Bernstein flikte ' t het Concertgebouworkest toonladders te laten oefenen bij zijn repetitie voor Mahler IV. Van Zweden proest. 'Niet omdat wij geen toonladders konden spelen, hij wilde gewoon dat we met z'n allen aan die stok hingen. Fantastisch.

'Bernstein is eigenlijk de man die mij aan het denken heeft gezet over dirigeren. We waren op tournee en repeteerden Mahler I in het nieuwe Konzerthaus in Oost-Berlijn. Toen zegt-ie: ”Jaap, doe jij het begin even, dan kan ik achterin horen hoe dat hier klinkt.” Ik kón dat helemaal niet. Ik dacht, dit gebeurt me nooit meer.'

Na zijn eerste Mozart-en Vivaldi-excercities glipte Van Zweden 'naar Beethoven II en heel stiekempjes naar Brahms'. In Buenos Aires en Kiev zaten orkesten waar hij dat kon proberen. 'Buiten de schijnwerpers. Een prachtige leerschool. Het één voedt zich met het ander. Als je jezelf maar ongelooflijk veel input geeft, dan komt er vanzelf verdieping.

'Maar die verdieping heeft ook te maken met mijn gezinssituatie. Met mijn zoon Benjamin, die bijzonder was, en ís. Die autisme had en die mij leerde: ”Als je mij wil ontmoeten, dan moet je niet meer naar buiten kijken, maar in jezelf kijken. Naar binnen kijken.”

Onder Van Zwedens linkerkaak zit nog altijd het litteken dat een violist meedraagt als heilig stigma van de kinhouder. 'Dat gaat nooit meer weg', weet hij. Maar de viool raakt hij nauwelijks meer aan. De 'rugzak' van het vioolverleden heeft hij 'aan de kant gezet'. Grote opnamen van Brahms' vioolconcert onder Haitink en Rihm-en Sjostakovitsj-concerten onder Chailly incluis. 'Pas toen ik de viool van me af had gezet, kreeg ik het gevoel dat ik volwassen werd .'

wint ijn jeugd ziet hij als een periode van ontwrichte puberteit. 'Je bent 15, 16. Je het Oskar Back-concours. Je gaat Z naar New York en je komt bij Dorothy Delay in een klas met de beste Amerikaanse violisten en Russen en noem maar op. Daar was ik onvoorstelbaar eenzaam. Er was maar één manier om te overleven, dat was tien uur per dag studeren op een kamertje. Nul sociaal leven, drie jaar achter elkaar.'

Na zijn terugkeer belandde Van Zweden in een wereld met Haitink en Henk van der Meyden als tegenpolen. 'Ik was een jongetje. Wist eigenlijk niks. Vond alles prachtig. Eén groot uitgesteld puberteitsfeest. Je verdient geld, je gaat de hort op, het moest allemaal in ”de pers” en ik dacht dat dat er allemaal bij hoorde. Zoals die concerten met Berdien. Tegelijkertijd denkt iedereen dat je nul serieus bent en nul diepgang hebt. Daar heb ik me uit moeten vechten. Ik heb het allemaal buiten de deur gezet.'

Het gadeslaan van Haitink op één meter afstand - het leerde hem 'vertrouwen hebben in orkestmusici, en daar zelf het jouwe aan toevoegen. Dat kan ook makkelijk als je alleen toporkesten hebt, vergis je daar niet in.' Het observeren van Harnoncourt # het leerde hem het tegendeel: 'Alles van a tot z vast willen houden. Meesterlijk .'

Het verschil tussen Solti en Carlo Maria Giulini: 'Met Georg Solti zat ik na een concert te eten in l'Europe. Daar hing een kroonluchter en Solti praatte de hele avond alleen maar over die kroonluchter. Hij moest en zou dat ding hebben. Vroeg of die kroonluchter te koop was en waarom-ie niet van het plafond kon worden gehaald, het hield niet op. Met Giulini zat ik twee weken later in dezelfde kamer te eten. Giulini heeft die avond alleen maar met mij over op-en afstreken zitten praten. Over de opening van de Vierde Brahms. Een groot man.

'Maar ik zal nooit tegen een orkest zeggen: ”Het moet zus of zo, want dirigent X zei dit of dat.” Ik vind wel: ga maar in een orkest zitten als je wilt dirigeren. Dat is de leerschool. Ik hoor dat de violist Maxim Vengerov ook wil gaan dirigeren. Hij moet gewoon vijf jaar in een orkest gaan zitten. Als solist heb je geen idee wat er in een orkest gebeurt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden