Muurbloem krijgt eindelijk aandacht

Het beeldmerk is een gracieuze schoonspringer, ergens tussen hemel en aarde, die Francine Houben ooit op een stempeltje vond. Hij is symbool van de vliegende start van een van de succesvolste architectenbureaus van de laatste jaren, Mecanoo....

Zelden is de studietijd zo naadloos overgegaan in een beginnende bouwpraktijk, concludeert Kees Somer in de monografie over Mecanoo. Al studerende ontwikkelden ze een visie op volkshuisvesting, al doende konden ze die realiseren en een oeuvre opbouwen. Mecanoo is synoniem geworden met verzorgde, gestileerde woningbouw.

Het drietal Francine Houben, Henk Döll en Roelf Steenhuis werd al snel uitgebreid met Chris de Weijer en Erick van Egeraat en trok met dertig man personeel in een monumentaal kantoorpand in Delft. Mecanoo groeide en kromp tegelijk: want sinds vorig jaar bestaat de kern uit Houben, Döll en De Weijer. Steenhuis en Van Egeraat zijn eigen bureaus begonnen.

Waarvoor staat Mecanoo eigenlijk? Enkele jaren geleden was het in architectuurkringen bon ton smalend te doen over het succes; Mecanoo zou de woningbouwvereningen paaien met een gelikt modernisme, zou een eigen stijl ontberen. Wat die critici over het hoofd zagen, was dat Mecanoo hetzelfde deed als hun generatiegenoten. Ze vonden geen nieuwe architectuur uit, ze herinterpreteerden een oude. Mecanoo houdt niet van dogma's en doet het probleem 'stijl' af als een non-thema.

Daarbij zijn ze pragmatisch. Francine Houben: 'Wij hebben geen pasklare theorieën, wij zijn primair in het ontwerp geïnteresseerd.' Als er iets ontworpen moet worden, bestaat er geen andere werkelijkheid dan die van de tekenkamer en de bouwplaats, zo vat Somer in zijn inleiding de houding van de maatschap samen.

Ondertussen streven ze wel naar de hoogste kwaliteit en dat was vooral voor de sociale woningbouw, vaak muurbloempjes in de stadvernieuwing, een verademing. Mecanoo wordt daarom gekoesterd in de verpauperde wijken, zoals Spangen, de Afrikaanderbuurt en het Oude Westen in Rotterdam of in de Schilderswijk van Den Haag.

Het bureau doet de scheidslijn tussen architectuur en stedebouw vervagen. De opgave wordt geanalyseerd, uiteenlopende facetten worden in het ontwerproces gebracht (van de inrichting van de openbare ruimte tot flexibele interieurs) en ten slotte wordt er met zorg afgewerkt. Kleur, materiaal, gevelbehandeling, niets lijkt aan de aandacht te ontsnappen.

Mecanoo weet daarnaast zoiets ongrijpbaars als de tijdgeest in zijn ontwerpen te verwerken, zoals de combinatie van individualisme en collectiviteit. Dat komt vooral tot uiting in de woonblokken in de oude wijken, waar de aandacht wordt verdeeld tussen gemeenschappelijke voorzieningen en het privé-domein. Om aan de standaardisering te ontsnappen is onlangs een 'chaotische' gevel geïntroduceerd waar het strooigoed van vensters geen aanwijzing geeft over de woningmaat. Ook dit is geen uitvinding van Mecanoo: opnieuw heeft het bureau kans gezien een 'oude methode' in een nieuw jasje te steken. En dat was natuurlijk de andere betekenis van de schoonspringer: hij sprong niet alleen in het diepe, hij was ook uit op esthetiek. Want goede volkshuisvesting kan de Nederlandse architect bouwen, maar mooie? Daar was het wachten op.

Jaap Huisman

Kees Somer, Dareia Scagliola

& Stijn Brakkee: Mecanoo, architecten.

Uitgeverij 010, Rotterdam; ¿ 65,-.

ISBN 90 6450 216 1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden