Mussa Elezi (76) werd gek onder de grond

Met de regelmaat van de klok rijdt er een trein door Ramalia in Macedonië. De bewoners zijn eraan gewend, maar Mussa Elezi veert elke keer op van het denderend kabaal....

De 76-jarige Mussa is dinsdagavond door het Rode Kruis uit Lipkovo geëvacueerd, met zo'n driehonderd andere, vooral bejaarde Albanezen. Veertig dagen heeft hij in een kelder gezeten, luisterend naar het geronk van helikopters en het gedonder van de granaten die boven zijn hoofd de huizen aan flarden schoten. 'Het begint weer!', roept hij als ergens in huis een deur dichtslaat.

Mussa zit hij op de veranda bij zijn schoonzuster en zwager in Ramalia. Zijn eigen huis staat in Slupcane. Daar was ook een hoofdkwartier van de Albanese rebellen van het Nationaal Bevrijdings Leger (UCK). Het dorp was daarom het eerste en belangrijkste doelwit toen het Macedonische leger begin mei de beschietingen inzette die tot op de dag van vandaag voortduren. De weken die volgden werden een hel voor Mussa, zijn familie , en de pakweg vijftienduizend anderen die klem kwamen te zitten in de door de rebellen bezette dorpen.

'Ik dacht: met een dag of twee, drie zal het weer over zijn.' Toen de granaten landden, vluchtten zij de kelder in. Buren uit de hele straat voegden zich bij hen: alleen Mussa's huis had een kelder. Met vijftig mensen bivakkeerden zij in een ruimte van vier bij vier meter. 'De kleine kinderen schoven wij in de veilige holle ruimte onder de trap. Daar lagen ze, net als jonge hondjes in een nest.'

Elke dag wachtten zij in de overvolle kelder op het moment dat het voorbij zou zijn.

Maar de dagen werden weken, en het voedsel raakte op. 'Al gauw was er alleen nog maar brood dat we af en toe konden bakken. Als we naar buiten konden om een koe te melken, hadden we melk of yoghurt. Op het laatst aten we alleen heel vroeg 's ochtends een beetje, en 's middags', zegt Mussa.

Het verblijf in de kleine kelder werd meer en meer een hel. Mussa: 'Mensen worden gek. Een nacht bakten we brood in een oven in de kelder. We konden niet naar buiten. Het was zo vreselijk heet, en het was pikdonker. Ik stond op om een beetje lucht te krijgen, en trapte per ongeluk op een kind. Het kind schreeuwde, en iedereen begon te krijsen. De hele kelder raakte in paniek. Iedereen dacht dat er iets vreselijks was gebeurd.'

Ruim een week geleden evacueerde het UCK Slupcane, onder de bescherming van de nacht. Alle bewoners, ook Mussa's familie, werden naar Lipkovo gebracht. Daar kwamen ze opnieuw in een kelder terecht, ditmaal met tachtig mensen op een kluitje, en met nog minder eten. Ook Lipkovo ligt onder vuur, maar veel minder dan Slupcane, omdat in Lipkovo de watervoorziening van de stad Kumanovo ligt.

Troepen van het Macedonische leger en de politie hebben het strijdgebied hermetisch afgesloten. Ook woensdag hield de politie op gezag van de minister van Binnenlandse Zaken een hulpkonvooi tegen, ondanks persoonlijke toezeggingen van de president . Het Rode Kruis mocht dinsdag wel met drie vrachtwagens naar binnen om burgers op te halen .

Mussa heeft geluk gehad. Zijn jongste zoon heeft hem en zijn vrouw Kadishe (70) in de vrachtwagen gehesen. 'Hij zei: ga nou maar. Wij kunnen wel voor onszelf zorgen. We reden door Slupcane en moesten onze neus dichthouden voor de stank. Overal liggen dode beesten. Ik had drie koeien en een paard. Twee koeien en het paard zijn dood. '

Nu wacht hij op de dag dat hij terug kan naar zijn gehavende huis. 'Er zitten wat gaten in. Maar wij hebben veertig dagen in een kelder gezeten, dus met die paar gaten kunnen we wel leven. Als ik maar terug kan, en één nacht rustig in mijn eigen huis kan slapen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden