Musical

Voor de ingang van het musicaltheater verdringen zich de gebruikelijke demonstranten. De leuzen zijn al bekend van Vietnam, Grenada, Nicaragua, Chili, Panama en Kosovo: nooit is het eens een keer goed, is de strekking, die al zo oud is als het einde van de Tweede Wereldoorlog....

Maar binnen is de opgewonden stemming niet te drukken. We zien veel bekende gezichten. Van de meesten hadden we zelfs geen idee dat ze van musical hielden.

'Ik word contractueel gedwongen om met mijn bekende kop hier aanwezig te zijn', fluistert iemand mij toe, die verder niet met zijn naam in de krant wil; zelfs niet met zijn achternaam als initiaal. 'Dan weten ze toch meteen wie ik ben. Kijk maar naar Robert ten B. en Marc Klein E.' Met onze blik volgen wij J. & J. van Idols en begrijpen precies wat hij bedoelt.

Kosten noch moeite zijn gespaard. We zien levensgrote en levensechte decorstukken en houden onze adem in. Anderhalf uur later wordt er een pauze ingelast, maar in de foyer zie je meteen dat de aanvoerlijnen gewoon te lang zijn. Na de vliegende start heerst er nu een enigszins bedrukte stemming. Bij de meeste toeschouwers rijst het bange vermoeden dat deze musical nog wel eens langer zou kunnen gaan duren dan in de meest optimistische schattingen was gepland. Op het toilet vind ik een pakje wit poeder. Zijn dit misschien de chemische wapens waar volgens de uiterst dunne verhaallijn al uren tevergeefs naar wordt gezocht? Maar ik heb me vast voorgenomen om niet meteen in paniek te raken.

Tijdens de tweede acte is iedereen al zo murw dat men aanvankelijk denkt dat de via het gangpad en de loges binnenrukkende gewapende eenheden er gewoon bijhoren. Onwillekeurig moet ik denken aan die musical in Moskou waar me de titel, zoals van de meeste musicals, niet meer van te binnen wil schieten.

Het zou in de lijn der verwachtingen liggen dat alle bekende Nederlanders in het publiek na ruim twee uur kutmusical de gewapende eenheden als bevrijders zouden begroeten; maar opnieuw blijkt dit een veel te optimistische inschatting.

Op het podium staat inmiddels Joop van den E.. Misschien dat het daar aan ligt, dat men nu massaal begint te applaudisseren. Ook de 'bevrijders' raken zichtbaar in verwarring: het is lastig uit te maken of het applaus van de toeschouwers door trouw aan Van den E. wordt ingegeven, of dat het uit pure doodsangst is zolang hij nog niet van het podium is verdreven.

Iemand wil Van den E. een bos bloemen aanbieden, maar deze is inmiddels door schade en schande wijs geworden, en sommeert de bloemenaanbieder eerst met gespreide armen en benen op de grond te gaan liggen, zodat hij gefouilleerd kan worden.

Van den E. heeft grote internationale plannen met zijn musical. Volgens betrouwbare bronnen komt hierna Syrië aan de beurt, en dan wellicht Iran of Noord-Korea.

De angst onder de toeschouwers zit er goed in. Nog altijd durft niemand vrijuit te spreken. Sommige aanwezigen hebben hun zinnen gezet op een rol in een van de volgende musicals van Van den E., en daarom doen ze net of ze begrijpen waar het over gaat. Daarom wordt er, opnieuw tegen alle verwachtingen in, nog urenlang doorgezongen.

Ondertussen richten wij onze blik op het gezicht van de man die in zijn eentje de wansmaak tot een kunstvorm heeft verheven waarvoor, gemeten aan de massale opkomst, niemand zich meer schaamt om te applaudisseren.

Het gezicht toont geen enkele emotie en lijkt zich niet bewust welke onherstelbare schade het in onze samenleving heeft aangericht.

Van den E. is onderzocht en volledig toerekeningsvatbaar bevonden. Musicalliefhebbers hebben levenslang.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden