Reportage

Museum Kamp Amersfoort: een ‘goede’ SS’er, een foute verzetsman en een stille held

Een nieuw, ondergronds gelegen museum herinnert aan Kamp Amersfoort, een plek waar uitersten in menselijk gedrag samenkwamen. ‘Er heerste een sfeer van: nu is het met me gebeurd.’

Appèlplaats met gevangenen en wachttoren in Kamp Amersfoort. Beeld
Appèlplaats met gevangenen en wachttoren in Kamp Amersfoort.

Wie een paar jaar na de oorlog fysieke restanten van de Duitse bezetting wilde vinden, moest goed zoeken. Of het nu ging om de fortificaties van de Atlantikwall of om (concentratie-)kampen: alles werd snel en, voor zover mogelijk, grondig opgeruimd. Dat gold ook voor Kamp Amersfoort, dat in de oorlogsjaren bij uitstek een kwalijke reputatie had genoten.

Nadat het terrein aan het ministerie van Defensie was overgedragen, werd vrijwel alles verwijderd dat aan de oorlog herinnerde. ‘Hier moet je kinderen niet mee lastigvallen’, vond Loes van Overeem – die namens het Rode Kruis in april 1945 het beheer van Kamp Amersfoort van de Duitsers had overgenomen. En zij vertolkte een opvatting die destijds heel gangbaar was. De enige stille getuigen van het verleden waren een wachttoren, de appèlklok, de bijbehorende klokkenstoel en de – buiten het kamp gelegen – schietbaan die door gedetineerden was uitgegraven.

In 2000 werd, op initiatief van oud-gevangene Gerrit Kleinveld, de Stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort (NMKA) in het leven geroepen. Vier jaar later werd aan de rand van het vroegere kamp een nieuw bezoekerscentrum geopend. En vandaag, maandag 19 april, wordt op de plek waar tijdens de oorlog het kamppersoneel was gehuisvest een (ondergronds gelegen) museum geopend – dat pas na corona publiek zal kunnen ontvangen. Op deze beladen plek staan bezoekers oog in oog met de daders en hun slachtoffers.

In Kamp Amersfoort zijn bij elkaar ruim 47 duizend mensen ondergebracht: overwegend politieke tegenstanders van de nazi’s, mannen die zich aan de Arbeitseinsatz (dwangarbeid) hadden willen onttrekken, mensen die onderduikers hadden gehuisvest, Joden, zogenoemde asocialen, zwarthandelaren, gijzelaars, Russische krijgsgevangenen, Jehova’s Getuigen. Bij elkaar zijn 650 gevangenen, wellicht meer, in Amersfoort om het leven gekomen.

Documentaire

‘In het kamp heerste een sfeer van: Nu is het met me gebeurd’, zei een oud-gedetineerde in de documentaire Geschiedenis van een Plek, die Hans Verhagen en Armando in 1978 voor de VPRO maakten. Hierin vertelden gevangenen, omwonenden en een enkele kampbewaker – grijs, maar nog niet stokoud – over de plek waar geen van hen had willen zijn. Ook die ene bewaker niet. Willy Engbrocks heette hij, ‘Karteiführer’ (administrateur) bij de SS. Een man ‘met een weke natuur’, zei hij van zichzelf. In de documentaire van Verhagen en Armando beschrijft hij het onbehagen dat hem bekroop toen hem ook niet-administratieve taken werden toebedeeld. Twee uit Dachau overgekomen SS’ers, ervaringsdeskundigen dus, kwamen over om in Amersfoort aanschouwelijk te maken hoe met gevangenen moest worden omgegaan.

Teun van Es, die begon als verzetsstrijder en eindigde als kampbeul. Beeld
Teun van Es, die begon als verzetsstrijder en eindigde als kampbeul.

Engbrocks probeerde zich in zijn optreden meer te laten leiden door de christelijke ethiek: ‘Behandel de mensen zoals je zelf behandeld zou willen worden.’ Hij verleende morele bijstand aan vijftien gijzelaars die de volgende ochtend zouden worden geëxecuteerd. ‘De een zong, de andere huilde, een derde vloekte.’ Schilder en verzetsstrijder John Dons schonk Engbrocks zijn laatste werk: een schilderij van een bollenveld dat hij schilderde in afwachting van zijn executie, op 9 juli 1942. Het is te zien in Museum Kamp Amersfoort.

Even atypisch – zij het op een volkomen andere manier – was gevangene Teun van Es, die begon als verzetsstrijder en eindigde als kampbeul. In 1940 sloot hij zich aan bij De Geuzen, de eerste verzetsgroep in bezet Nederland. Hij werd opgepakt en overgebracht naar kamp Buchenwald, waar hij de aandacht op zichzelf vestigde met antisemitische uitlatingen. Bij wijze van gunst werd hij overgeplaatst naar Amersfoort, waar hij bij de bewaking van medegevangenen werd ingezet.

Willy Engbrocks Beeld
Willy Engbrocks

Na te zijn gepromoveerd tot ‘voorman’ vestigde hij een reputatie als ‘Teun de Knuppelaar’. ‘Teun was altijd verheugd als hij iemand kon mishandelen’, zei een kamparts naderhand. Hij had een groot aandeel in de moord, op 3 november 1942, op Monne de Miranda, de oud-wethouder voor publieke werken van de gemeente Amsterdam. Na de oorlog werd Van Es veroordeeld tot twaalf jaar gevangenis, waarvan hij er tien uitzat.

Gerrit Kleinveld Beeld
Gerrit Kleinveld

Stille held

Een van de stille helden in het verhaal van Kamp Amersfoort was Gerrit Kleinveld (1915-2006), stichter van de NMKA. Tijdens de Duitse bezetting was hij betrokken bij uiteenlopende verzetsactiviteiten – van sabotage, de vervalsing van persoonsbewijzen tot overvallen op distributiekantoren. Op 17 december 1942 werd hij gearresteerd. Een week later kwam hij, na een aantal ‘scherpe verhoren’ te hebben doorstaan, terecht in ‘de bunker’ van Kamp Amersfoort: een klein cellencomplex dat overwegend door terdoodveroordeelden werd bevolkt. Met behulp van eenvoudige werktuigen – een lepel en een paar plankjes – wist hij op 1 maart 1943 te ontsnappen, een huzarenstuk dat in 1992 door Gerard Soeteman werd verfilmd.

Kleinveld kwam op krachten bij ‘een goede vaderlander’, en hervatte zijn verzetswerk. Met een bezwaard geweten: hij wist dat de gevangenen van Kamp Amersfoort collectief werden gestraft als een van hen wist te ontsnappen. Na de oorlog vroeg kampcommandant Karl Peter Berg, die ter dood was veroordeeld, aan Kleinveld of hij zijn gratieverzoek wilde ondersteunen. Kleinveld weigerde, maar daarvan had hij ruim dertig jaar later, toen hij door Hans Verhagen en Armando werd geïnterviewd, bittere spijt. Als pacifist had hij na de oorlog vrede met zijn vroegere vijand moeten sluiten, vond hijzelf.

De jaarlijkse dodenherdenking in Kamp Amersfoort en, daaropvolgend, de opening van het museum zijn maandag vanaf 14.15 uur op RTV Utrecht en de website van Museum Kamp Amersfoort te volgen.

Fokko Dettmer (75) verdiept zich aan de hand van brieven in het leven van zijn vader, Willem van der Neut, een gevreesde SS-bewaker. Aflevering II: Van der Neut in Kamp Amersfoort, waar hij gevangenen martelt en verliefd wordt op Erika.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden