Museum Jannink

Twente was textielindustrie, dat leerde je vroeger op school - ik heb het nu over de jaren vijftig van de vorige eeuw....

Er was een tijd dat de skyline van Enschede bepaald werd door tweehonderd fabrieksschoorstenen. In deze stad, maar ook in Hengelo en Almelo waren begin vorige eeuw de meeste inwoners betrokken bij de textiel.

De textielfabrieken vormden een korte, maar hevige periode. Het fenomeen thuisweven bestond er al veel langer, maar tussen 1830 en 1860 trachtte men, in navolging van Engeland, met machines te gaan weven. Maar de grote doorbraak kwam pas na 1860. De stoommachine stond centraal, de spoorlijnen werden belangrijk.

Het prille begin van 'de textiel' was zeer arbeidsintensief. Een wever kon oorspronkelijk niet meer dan twee getouwen bedienen en had daar dan nog de assistentie van twee anderen bij nodig, in de meeste gevallen twee kinderen. De wever was in feite het 'oog' van de machine. Was hij te laat ter plekke bij een dreigende storing en een draadje knapte, dan had je een weeffout. Fabrikanten werden door de consument afgerekend op de kwaliteit van hun product.

Pas in de jaren twintig van de 20ste eeuw schreed de automatisering verder voort. Nu stopte een getouw op het moment dat er iets verkeerd ging. Het logische gevolg was dat de wever meer getouwen kon controleren.

Met de komst van de industrialisatie naar Twente, na 1860, ontstond een verhevigde trek naar de stad. Op het platteland heerste armoede, van de nieuwe textielindustrie verwachtte men vetpotten. Maar dat viel voorlopig niet mee. Aanvankelijk was de huisvesting pover. Huisjes van één kamer en één keuken plus een bijkeuken die zelfs vaak weer onderverhuurd werd, waren heel gewoon. Je behoefte deed je buiten op het 'huuske', dat door meerdere gezinnen tegelijk gebruikt werd. De hygiëne was slecht. Cholera was een heel gangbare ziekte.

Woningwet en woningbouwverenigingen maakten de woonsituatie aanzienlijk beter. Sommige fabrikanten keken goed rond in de voorbeeldige Engelse tuinsteden en lieten hele stadswijken bouwen voor hun personeel met allerlei openbare voorzieningen, zoals badhuizen, scholen, bibliotheken en parken. Dat had voor deze fabrikanten ook praktisch nut: gezonde, geschoolde en gemotiveerde arbeiders werken nu eenmaal beter, dat is een bewezen zaak. Bovendien kon je - Marx had immers net zijn Communistisch Manifest het licht doen zien - beter een opstand onder je werkvolk voorkomen.

De crisis van de jaren dertig in de vorige eeuw legde een zware druk op de textielarbeider. Er moest meer voor minder geld geproduceerd worden. Het einde van het Twentse textieltijdperk werd ingeluid door het verlies van Nederlands Indië dat immers lange jaren de grondstof (katoen) had geleverd en een groot afzet voor klare textiel was geweest. De loonkosten stegen. Goedkope gastarbeiders werden uit het Middellandse-Zeegebied gehaald, Italianen en Spanjaarden voorop. Maar onmiddellijk daarna begonnen ook andere landen een genadeloze concurrentie met lage prijzen. Fusies en sluitingen waren het onontkoombare gevolg. Intussen veranderde de bevolking in de drie grote Twentse steden sterk van samenstelling, sinds de jaren zeventig wordt hier steeds multicultureler (en de Duitse grens overschrijdend) samengeleefd.

Museum Jannink is gevestigd in de oude spinnerijen van de gelijknamige fabriek. Een ander deel van de fabriek is omgebouw tot woonappartementen. De fabriek werd in 1900 door Gerhard Jannink gebouwd naar het voorbeeld van de grote textielfabrieken in het Engelse Lancashire. Hij stuurde er een Enschedese architect naartoe om de bouw daar te bestuderen.

Buiten de grote aantallen weefgetouwen - en een enorm 'open depot' waar nog van allerlei te restaureren spullen staan opgeslagen - is hier een bijzonder instructieve, permanente tentoonstelling te zien over wonen en werken. Hier wordt precies aangegeven hoe de woonstandigheden van de Twentenaren in de loop der tijd veranderde (lees: verbeterde). De grootste 'klap' werd uitgedeeld tussen 1920 en 1940: stromend water, elektriciteit, wastafels, wasmachines en stofzuiger. En niet te vergeten de radio.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden