Musea worden vooral gehinderd door geldgebrek

Melle Daamens advies aan de musea om meer internationale samenwerkingen aan te gaan, gaat langs het kernprobleem van de museumwereld....

DE TOESPRAAK die Melle Daamen, directeur van de Mondriaan Stichting, afgelopen dinsdag op de nieuwjaarsreceptie in het Stedelijk Museum hield (Forum, 3 januari), was uitdagend, zoals een toespraak past die gehouden wordt te midden van een drinkend en pratend gehoor. Hij was ook sterk gericht op publicitair effect en is daarin geslaagd: zijn verhaal kreeg in vrijwel alle landelijke bladen de nodige aandacht. Maar wie Daamens toespraak nog eens rustig leest, valt op dat het in feite een vergaarbak van ideeën is en dat weinig, zeer weinig is nagedacht over de reële mogelijkheden van de vormen van internationale samenwerking die hij in een bonte rij opsomt, laat staan over het beoogde resultaat.

Daamen kennende kan zijn betoog niet bedoeld zijn als een pleidooi voor meer eenvormigheid in het museale landschap - in iedere stad naast de Blokker en de HEMA ook een filiaal van de BV Museum. Hij is ook goed genoeg ingevoerd in de museale structuur om te weten dat van fusies en samenwerking in Nederland niet veel (financiële) efficiencywinst is te verwachten, omdat de marges waarbinnen de Nederlandse musea op zakelijk gebied werken slechts heel beperkt zijn.

Bovendien heeft hij voldoende internationaal inzicht om te beseffen dat de grote musea die hij noemt nooit uit liefdadigheid een filiaal in Nederland zullen openen; moeten er voor de realisatie van de Hermitage aan de Amstel niet heel veel Nederlandse guldens bij elkaar gesprokkeld worden om de Russische schatten hier getoond te krijgen?

Het getuigt van onderschatting van de buitenlandse collecties (en overschatting van de Nederlandse), als hij denkt dat de buitenlandse musea in ruil voor een Nederlands bruikleen in de rij gaan staan om expertise en investeringen te leveren.

Deze onduidelijke strekking van zijn betoog is jammer, want het ontneemt het zicht op de ware boodschap van zijn verhaal. Inderdaad, veel Nederlandse musea worstelen met het probleem om hun collecties vernieuwend, uitdagend en aantrekkelijk te presenteren. Met calvinisme, zoals Daamen stelt, heeft dat, denk ik, niets te maken. In de slag om de bezoeker en in de aandacht voor nieuwe doelgroepen besteden de musea (terecht) veel aandacht aan tentoonstellingen, aan educatie, aan het maken van programma's voor het onderwijs. Ook zijn ze tegenwoordig ook actief op de digitale snelweg.

Bij al die activiteiten komt de presentatie van de vaste collecties snel in het nauw. Dat ligt niet aan het feit dat de musea zo nodig adviezen uit het buitenland moeten hebben. Zoals Sjarel Ex (Forum, 8 januari) al op deze pagina betoogde, staat het Nederlandse presentatie- en educatievermogen zelfs internationaal hoog aangeschreven.

Nee, het komt gewoon doordat je een gulden maar een keer kunt uitgeven. En als die guldens schaars zijn, kies je al gauw voor de uitgave die het meeste resultaat oplevert: de tentoonstelling. Of je kiest voor de uitgave die de staatssecretaris het meest welgevallig is: de nieuwe doelgroep. Het vernieuwen van de vaste opstelling

- even noodzakelijk, maar een activiteit waarop minder druk staat - wordt dan op de lange baan geschoven. Als een museum door nieuwbouw of een eenmalige investering in herinrichting in staat is om wel een keer de collecties optimaal te presenteren, dan blijkt het daarna maar al te vaak geen middelen te hebben of te krijgen om voldoende onderhoud te plegen, of te sparen voor de volgende herinrichting.

Dat komt niet, zoals Giep Hagoort in zijn reactie (Forum, 5 januari) stelt, doordat de museumdirecteuren ingeslapen professionals zijn die niets van cultureel ondernemerschap weten. En het komt ook niet doordat de Nederlandse museummensen niet weten wat er in de wereld te koop is. Het heeft een veel platvloersere reden: gebrek aan geld.

Vraag het Naturalis, vraag het de musea voor Volkenkunde en Oudheden in Leiden, vraag het de musea in de provinciale hoofdsteden, met hoeveel omdraaien van dubbeltjes zij hun taak moeten vervullen.

Het zou mooi geweest zijn als Melle Daamen, directeur van een stichting die musea met overheidsgeld helpt om in de vaart der volkeren mee te kunnen, daar aandacht aan had besteed en niet was gekomen met oplossingen die goed klinken, ook in de krant, maar in feite geen enkele zode aan de dijk zetten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden