Musea moeten meer samenwerken

De Nederlandse musea moeten internationaal actiever worden, maar niet door zich in de armen te storten van buitenlandse grootmachten als het Guggenheim of de Tate....

Sjarel Ex

WORDT alles in de wereld ineens goedkoper, gemakkelijker, bereikbaarder, simpeler en doeltreffender, als je het maar groot en mondiaal maakt?

Melle Daamen van de Mondriaan Stichting denkt van wel en zegt in zijn nieuwjaarstoespraak (Forum, 3 januari) dat de Nederlandse musea zo spoedig mogelijk met grote buitenlandse partners in zee moeten gaan.

Laten we de voordelen daarvan eens op een rijtje zetten. Kunnen Nederlandse musea iets leren van de presentaties in buitenlandse musea? Er valt van alles van hen te leren, maar niet op het gebied van de presentatie. Het is eerder andersom: de internationale museumwereld komt hier kijken hoe het moet, om er vervolgens in London, München, New York of Parijs zijn voordeel mee te doen.

Wat hebben we dan te winnen bij de internationalisering; worden onze collecties er soms beter van? Zeker niet. De Guggenheim-keten opent de ene na de andere vestiging maar draagt nooit collecties over, alles gebeurt op tijdelijke basis.

Meer buitenlandse collecties vrijblijvend tonen dan? Dat werkt eerder meer concurrentie in Nederland in de hand, en strijd om particulier kapitaal, publiek en aandacht, terwijl er in Nederland al zoveel musea zijn.

Het is andersom. De nationale variëteit aan hoogwaardige kunstmusea is internationaal uniek. De goed geïnformeerde buitenlandse bezoeker bekijkt watertandend onze rijkdom. Natuurlijk, de Europese hoofdsteden kennen een mooi aanbod, maar wat is er buiten Parijs en Londen nog te beleven, terwijl het in Nederland dan pas goed begint? Wat dan is er bij schaalvergroting en internationalisering te winnen?

Er is van alles bij te winnen, maar dat bereik je niet door je in de armen te storten van het Pompidou, het Guggenheim, The National Gallery of de Tate. Die instellingen zullen niets anders nastreven dan het vestigen van de eigen canon en het planten van de nationale vlag.

Wat valt er wel te doen? Drie dingen, liefst tegelijkertijd. Ten eerste zouden de Nederlandse musea een gezamenlijk internationaal programmerings-, promotie- en informatiebeleid moeten starten, te beginnen met een website die ook buitenlanders toegang geeft tot alle tentoonstellingen, musea en natuurlijk de generatie kunstenaars en ontwerpers die nu actief is. De huidige rijkdom aan collecties en talenten is ongekend, maar zie er maar eens achter te komen, op Schiphol of eerder.

Ten tweede zouden er onder regie van de overheid allianties moeten worden gesmeed in het museale landschap. De diverse politieke bestuurslagen, eigenaren van al dat schoons, moeten snel met elkaar om tafel. Het zou buitengewoon nuttig zijn als aan de verdere verpoldering en versplintering van collecties en museumprofielen een halt wordt toegeroepen. Natuurlijk kan het Kröller-Müller Museum veel goeds betekenen voor de regio Arnhem, Nijmegen en Nordrein-Westfalen. Uiteraard zal het Centraal Museum in Leidsche Rijn graag de nationale multimediale kunsthal voor jong Nederlands talent gaan runnen. En waarom moet je eigenlijk stad en land af om gewestelijk en plaatselijk te vernemen wie wanneer welke bijdrage aan de vorming van Nederland heeft geleverd; waar is dat volwaardige museum voor Nederlandse geschiedenis? Allianties en schaalvergrotingen op nationaal gebied dus, en dat maakt tenslotte de stap naar het buitenland zeer logisch. De Hermitage aan de Amstel? Ja, en het Rijksmuseum, het Mauritshuis en de Utrechtse School en Rietveld uit het Centraal Museum naar Manhattan!

De wereld is onze markt, maar wij zelf moeten met onze waren naar buiten. Waarom openen de grote Nederlandse musea voor Moderne Kunst, verenigd in het miniconvent, geen museum in New York? Die boel daar is toch al goeddeels eigendom van het ABP, onze internationale en nationale moderne collecties (Nederlandse, Europese, Amerikaanse kunst) en de Nederlandse talenten (Aernout Mik, Marlene Dumas, Atelier van Lieshout, Krijn de Koning, Viktor & Rolf) zijn er klaar voor. En wat dacht u van een in Parijs en New York te tonen selectie van de beste tentoonstellingen, elk jaar op reis wat in Nederland van wereldniveau te zien was?

We organiseren dat gewoon zelf. In een vast museum voor Nederlandse kunst dus, of doe er maar gelijk drie, op de A-locaties in de grote wereldsteden. Iets gemist in Amsterdam? Gaat dat zien in Tokyo of New York. Daar kan geen Goethe Instituut of British Council nog tegenop. Het buitenland is dichtbij, het is rijkelijk voorzien van internationaal en lokaal hooggeëerd publiek. Alleen al Het Centraal Museum had het afgelopen jaar meer dan 200 duizend bezoekers in steden als Jerusalem, München en Tokyo. En het eigen aanbod in Nederland blijft uiteraard in stand.

Think local, act global. Het is niet moeilijk. Het is niet ingewikkeld. Je hebt er ook geen managementgoeroes bij nodig. Alleen wat goede wil en een beetje geld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden