Musea in de kast

Fotoboekenbeurs Offprint, die plaatsvindt tijdens Paris Photo, biedt een podium aan zelf geknutselde pareltjes met een kleine oplage. Deze vier nam V mee naar huis.

Geen enkele zichzelf respecterende fotobeurs kan tegenwoordig nog zonder een fotoboekengedeelte. Een prijs voor het beste fotoboek. Een prijs voor het beste éérste fotoboek. Een legertje aan fotoboekspecialisten dat zich buigt over de beste dummy. De fotografie reist de wereld over mede dankzij het fotoboek. Het is een van de redenen dat de nieuwste fotografie zich zo snel verspreidt: plak er een paar postzegels op en je kunt iedereen ter wereld een tentoonstelling op brievenbusformaat bezorgen.


Ook de onlangs gehouden, jaarlijkse beurs Paris Photo heeft de afgelopen jaren een steeds grotere ruimte gereserveerd voor de boekenafdeling, waar alle grote uitgeverijen, van Steidl tot Aperture, zijn vertegenwoordigd. Toch zie je daar niet alles, zeker niet de kleine, in eigen beheer uitgegeven en zelf in elkaar geknutselde pareltjes met een oplage van, zeg, vijftig exemplaren. Een bezoek aan Offprint, 'art publishing fair for emerging practices in art', is dan een welkome aanvulling. In de prachtige zaal van de École des Beaux-Arts stonden weer talloze uitgeverijen en in hun eentje opererende fotografen en kunstenaars, onder wie traditiegetrouw veel Nederlanders, vol vuur hun waar aan te prijzen. Na twee halve dagen grasduinen gingen deze vier buitenlandse boeken mee naar huis.


Het boek LUCAS van de Armeense fotograaf Eric Stephanian bestaat uit slechts één foto. Eén zwart-witfoto, waarop zes keer is ingezoomd, gefotokopieerd op simpel dun papier met een nietje erdoorheen. Meer is het niet. Toch is het een van de indrukwekkendste publicaties van het afgelopen jaar. Je ziet het spitse gezichtje van een jongen van een jaar of 7, eerst in close-up, daarna wordt het kader van de foto steeds wijder totdat het jochie helemaal te zien is. Hij kijkt recht in de camera, terwijl hij aan komt lopen en met zijn rechterhand het T-shirt van zijn vriendje vasthoudt. Dan is het boek uit. Waar gaat dit over, wie is dat jongetje, wat is zijn verhouding tot de fotograaf?


Al ver voordat je weet dat Lucas de zoon is van Eric Stephanian, een zoon die hij vanwege allerlei persoonlijke redenen maar één keer in zijn leven zag, voel je de zwaarte van het verhaal achter de foto. LUCAS is een momentopname die door de fotograaf zo lang mogelijk wordt opgerekt, voordat hij het steeds opnieuw weer uit zijn handen moet laten glippen. Kansloos en hartverscheurend mooi.


Het weegt ruim 3 kilo en de makers willen jaarlijks een nieuwe versie uitbrengen. Zeggen ze. Want, zo eindigen Felix Heyes en Ben West van het kunstenaarsduo King Zog hun inleiding op Google, Volume I, 'elk deel zal successievelijk achterhaald zijn'. Zo gaat dat met woordenboeken, zelfs wanneer ze, zoals dit exemplaar, geheel zijn opgebouwd uit plaatjes. Het boek (met prachtig gemarmerde omslag) is een tour de force. Heyes en West vervingen alle woorden uit de Oxford English Pocket Dictionary door de eerste afbeelding van Google Images die elk woord opleverde. Eerste 'woord': een foto van een aardvarken, laatste 'woord': een afbeelding van een zymase, een enzymenconstellatie. Waarom? Goede vraag. Omdat het kan waarschijnlijk. Maar ook omdat je je al bladerend realiseert dat je, ondanks de alomtegenwoordigheid van plaatjes, toch nog sterk afhankelijk blijkt van woorden. Staan die er niet bij, dan is het soms een raadsel waar je naar kijkt. Dat is best een geruststellende gedachte. Het leestijdperk is nog niet voorbij.


In zijn nieuwste boek Hotel Oracle gaat de Amerikaanse fotograaf Jason Fulford op zoek naar alledaagse wonderen. Geïnspireerd door zijn in Zeus gelovende buurvrouw stuitte hij overal ter wereld op kleine 'bewijzen' van het bovennatuurlijke: een hek met piepkleine slakjes erop, het geraamte van een kameel met een stuk fiets ernaast, een wolk in de vorm van een UFO (of een UFO in de vorm van een wolk?), een man die oogcontact maakt met een zwarte raaf. Het is een mooi bladerboek, een beeldessay dat zich gelukkig niet direct prijsgeeft. Je moet er moeite voor doen; soms openbaart de betekenis van een foto zich pas nadat je hem tien keer hebt gezien, soms blijft-ie gesloten als een oester. Door alles heen sijpelt Fulfords subtiele gevoel voor humor. Kosmische tekens en profetische signalen vindt hij net zo goed in de uitgestrekte woestijn als in het aanbod van de lokale 1-euro-winkel. Fijn hoor.


Het woord 'fotoboek' dekt eigenlijk de lading niet. Vraag je om de nieuwste publicatie van de Franse multimediakunstenaar Maya Rochat, dan kun je kiezen uit wel vijf verschillende omslagen, aangezien elk apart werd bewerkt met de neonspuitbus. Het drukwerkkunstwerk (want zo mag het wel worden genoemd) wordt vervolgens zorgzaam in een vloeipapiertje verpakt en in een met een foto beplakte map geschoven, waarvan ook weer verschillende versies bestaan. Vote for me! heet het geheel. Nou, mevrouw Rochat, mijn stem heeft u alvast. Rauw en ruig oogt het, vol van uit elkaar gescheurde en aan elkaar geplakte beelden van een kunstenaarsleven, gefotokopieerd en trefzeker met elkaar gecombineerd tot iets wat nog het meest aan een fragmentarische punkdroom doet denken. Ergens halverwege, onder een rijtje half uitgevlakte pasfoto's (zelfportretjes) staat geschreven wat je wellicht als motto zou kunnen beschouwen, niet alleen voor dit boek, maar voor het hedendaagse leven dat in beelden voorbij vliedt: 'We simply do not know what we are looking at these days.' Dat is zo, het duizelt geregeld in het hoofd. Maar moeten we dan per se ergens naar kijken, dan naar dit boek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden