ESSAY

Musea gaan gebukt onder 'scoringsdrift'

Door steeds maar te scoren met exposities van unieke designers, verzuimen musea hun taak een leerzaam verhaal over ontwerpen te vertellen.

Uit Vitro Kookboek: een fictief kookboek met concepten van laboratorium kweekvlees. Het Kweekvlees Kookboek presenteert 45 recepten die mogelijk in de toekomst op ons bord belanden. Beeld Silvia Celiberti

Aan design geen gebrek in de Nederlandse musea. Begin deze maand opende in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam een overzichtstentoonstelling van Wieki Somers. In november volgt het Groninger Museum met een solo van Nacho Carbonell. Datzelfde museum bracht dit voorjaar ook al Jaime Hayon, de Spaanse postmodernist wiens werk naadloos aansluit bij de architectonische suikertaart die het museum zelf is. En nu in het Noordbrabants Museum: de expositie Freeze van Pieke Bergmans. De buren van het Stedelijk Museum 's Hertogenbosch toonden deze zomer Formafantasma, en eerder dit jaar bleek het Stedelijk Museum Amsterdam met Marcel Wanders een echte blockbuster te hebben binnengehaald.


Aan de kwaliteit van deze ontwerpers valt niets af te dingen. Pieke Bergmans zet gangbare opvattingen over esthetiek op scherp met surrealistische lampen van gesmolten glasbellen die over tafels en stoelen druipen. Wieki Somers ontwerpt experimentele prototypen, zoals de Bell Flower: een futuristische lamp van een geleidende kunststofvezel waarin willekeurig ledlampjes kunnen worden geprikt. Stuk voor stuk zijn het getalenteerde vakmensen met een eigenzinnige kijk op design. Ga ze vooral zien, die solo-exposities.

Cover Kweekvlees Kookboek.

Kruk van vis

Toch wringt er iets.


Telkens weer wordt ingezoomd op één individuele ontwerper. Daarmee wordt een eenzijdig beeld van design geschetst. Bij veel van deze solopresentaties worden de ontwerpers geselecteerd op basis van een behaaglijke esthetiek en artistieke pretenties. Een kruk van vissenhuiden, een lamp die als gesmolten glasdruppel doorhangt, dat werk. De ontwerper die geen herkenbaar handschrift heeft, is bij voorbaat kansloos.


Waarom niet eens een groepsexpositie maken van diverse jonge ontwerpers waarin een actueel thema wordt uitgediept, zoals de zoektocht naar nieuwe natuurlijke grondstoffen of een vormtaal met meer fantsie? Dan ontstaat samenhang in al die expressieve experimenten die nu lukraak over de museumbezoekers worden uitgestort. Maar dergelijke thematisch aangepakte tentoonstellingen kosten tijd, energie en geld. Veel goedkoper en eenvoudiger is het om een ontwerper zijn studio te laten leegruimen en er een museumzaal mee te decoreren - of liever nog: te laten decoreren door die ontwerper.


Door telkens in te zoomen op de individuele ontwerper en zijn volstrekt unieke oeuvre - daarop immers geselecteerd - veronachtzamen musea hun taken om context te bieden en ontwikkelingen te schetsen. Terwijl steeds meer ontwerpers zich buigen over urgente vraagstukken als privacy, armoede, vervuiling of grondstof- en voedselschaarste. Een willekeurige greep uit de nominaties voor de deze maand uitgereikte Dutch Design Awards laat dat zien: een 3D-geprint koppelstuk om zelf meubels mee te bouwen dat gratis kan worden gedownload, een elektrische stadsfiets, een moestuin op een bedrijfspand, gerund door kantoorpersoneel, een alarmpaneel voor zelfstandig wonende ouderen. Dit zijn alledaagse gebruiksvoorwerpen waarvan inventieve efficiëntie en praktisch nut belangrijker zijn dan kunstzinnige expressie. En door dit anonieme design uit hun zalen te weren, laten musea het maatschappelijk potentieel van vormgeving onbelicht. En omdat het geen sculpturale pronkstukken zijn, die het goed doen als plaatje in glossy's en op blogs, is de verleiding van een mediagenieke onemanshow blijkbaar groot. Té groot.


Ook de toenemende invloed van technologie op de samenleving blijft door de focus op deze ontwerpende kunstenaars onderbelicht. De opkomst van digitale fabricage werd door het gezaghebbende tijdschrift The Economist al twee jaar geleden geduid als motor achter een derde industriële revolutie. Inmiddels maakt zelfs de HEMA gebruik van 3D-printers. Maar in een Nederlands museum schitteren de uitkomsten van deze staaltjes van moderne techniek nog altijd door afwezigheid.

Onder de radar

Bij dit artikel voorbeelden van ontwerpwerk dat wordt overgeslagen door musea die alleen aandacht hebben voor grote namen, maar dat thematisch juist interessant is. Bovenaan illustraties van Silvia Celiberti uit het Kweekvlees Kookboek, dat de toekomst van de vleesconsumptie onderzoekt.

Biodesign

Hetzelfde geldt voor de nieuwe vormgeving op tablets en smartphones. Deze technologie dwingt tot een nieuwe grafische beeldtaal met bijbehorende iconografie. Niet voor niets werd het @-teken onlangs door het MoMA in de collectie opgenomen. Maar in de Nederlandse musea staat het beeldscherm op zwart. Ook nanotechnologie en de toepassing van levende organismen in biodesign zullen een steeds zwaarder stempel drukken op onze toekomstige producten. Tot gebruiksklare voorwerpen leiden deze experimenten weliswaar nog niet. Maar waarom zou het museum moeten fungeren als consumentengids met kunstzinnig en exclusief design?


Wil een museum laten zien waar design anno 2014 over gaat, dan mogen alledaagse gebruiksvoorwerpen als fietsen, smartphones en zelfs apps en websites niet ontbreken. Bij buitenlandse musea als het Victoria & Albert Museum in Londen begrijpen ze dat maar al te goed. Daar loopt nu de schurende expositie Disobedient Objects, die de vormgeving van recente protestacties onder de loep neemt. Ook invloedrijke bewegingen als Occupy of Reclaim the Streets danken hun wereldwijde bekendheid tenslotte aan de pakkende vormgeving van campagneartikelen als maskers en posters.


Het MoMA in New York gaat nog een stap verder en zoomt met de doorlopende online-expositie Design and Violence in op de ethische dilemma's van design. De online-presentatie biedt de bezoeker een podium om mee te praten en zelfs projecten aan te dragen. De nieuwe, loodvrije kogel van het Amerikaanse leger spaart het milieu, maar neemt levens - zo'n ontwerp vraagt om debat en het museum voorziet daarin.

Deze lamp van Kirschner 3D is met een 3D-printer net zo lang of kort te maken als de koper wil.

Debat

Het aanzwengelen van debat is niet de enige maatschappelijk taak waarvan de Nederlandse musea zich onvoldoende kwijten. Design is een spiegel van de tijd en biedt musea een uitgelezen kans een venster op de wereld te bieden. En wie vandaag wil doorgronden, moet ook gisteren begrijpen. Toch is er geen museum dat het aandurft om bijvoorbeeld een goede overzichtstentoonstelling van de Nederlandse vormgeving in de jaren tachtig - zeg maar het pre-Droog tijdperk - te maken? Of nog urgenter: hoe reageerden de Nederlandse ontwerpers in de jaren dertig op de economische crisis? Door gemakzucht en scoringsdrift is er alleen nog aandacht voor de individuele ontwerper en zijn allerindividueelste emotie.


Opgehitst door het internationale succes van Dutch design willen Nederlandse musea goede sier maken met ontwerpers. Begrijpelijk. De prikkelende objecten van Wanders en consorten zijn de makkelijke weg naar publiciteit en daarmee grote bezoekersaantallen. Design als museale merkprofilering en marketingvehikel.


Maar het zal een doodlopende weg blijken. Design is een vitale discipline die midden in de maatschappij staat. Naast exposities van de gedurfde laboratoriumexperimenten van Wieki Somers en de overdadige luxegoederen van Jaime Hayon moet het museum ook slimme oplossingen tonen die bijdragen aan een efficiënte, gezonde, schone, veilige en vreedzame wereld. De echte wereld.

Lamp van Tessa van Dongen, die gebruik maakt van biolicht, opgewekt door bacteriën. Beeld Hans Boddeke

Inzet onder de radar

Bij dit artikel voorbeelden van ontwerpwerk dat wordt overgeslagen door musea die alleen aandacht hebben voor grote namen, maar dat thematisch juist interessant is. Bovenaan illustraties van Silvia Celiberti uit het Kweekvlees Kookboek, dat de toekomst van de vleesconsumptie onderzoekt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden