MUSCLES IN MANHATTAN ONVREDE IN EDE

IN MANHATTAN (KANSAS) OVERHEERST ONWRIKBAAR OPTIMISME, IN EDE (GELDERLAND) IS HET WANTROUWEN BINNENGESLOPEN. DUBBELE ZOEKTOCHT NAAR HET SENTIMENT VAN DE BLANKE BURGERMAN, EEN JAAR NA '11 SEPTEMBER'....

MANHATTEN

de bankemployé

Het was doodstil boven Manhattan op 11 september, toen Mo ham med Atta en zijn handlangers hun gekaapte vliegtuigen tegen de Twin Towers te pletter lieten slaan. Geen brand, geen ontploffingen, geen paniek, geen sirenes, geen vluchtende mensen, geen brandweerlieden die een wisse dood tegemoet gingen, maar het was wel stiller dan normaal, merkte Jeff Phillips.

Hij was onderweg naar de bank, met in zijn hoofd de beelden van een van de rokende torens van het World Trade Center in New York. Kennelijk was er een vliegtuigje tegenaan gebotst. Onderweg naar de bank begon Phillips het onaangename gevoel te bekruipen dat er meer aan de hand was. Waarom was het zo stil op straat, juist op het moment dat normaal de meeste mensen naar hun werk gingen in Manhattan, een provinciestadje in Kansas?

Eenmaal aangekomen bij de bank, begon het hem te dagen. De televisie herhaalde beelden van het tweede vliegtuig dat over het water kwam aanscheren en zich hoog in de tweede toren boorde. Opeens begreep Phillips dat de wereld was veranderd: voor het eerst sinds Pearl Harbor waren de Verenigde Staten op eigen grondgebied aangevallen.

'Je kunt je niet voorstellen hoe boos wij Amerikanen nog steeds zijn', zegt Phillips een jaar na de terreuraanvallen op de Twin Towers en het Pentagon. Hij leunt zwaar over de bar van Mel's Tavern, waar de Budweiser-reclame een vals licht over de gasten werpt. 'Wij hebben Afghanistan aangevallen, maar dat heeft niet geholpen. Ze zitten nog steeds overal, maar we zullen ze wel krijgen!'

Achter hem probeert een zwijgzame klant vergeefs geluk te ontlokken aan een gokmachine, die alleen papiertjes met onbegrijpelijke teksten uitspuwt. Officieel mag hier niet gegokt worden, dus wordt de winnaar beloond met gratis telefoonminuten die hij, als hij er genoeg heeft, bij de barman kan omwisselen tegen baar geld. 'Vier minuten long distance. Wat heb ik daar nou aan, ik bel haast niet naar andere steden. Wie zou ik daar moeten kennen?', moppert de norse gokker.

Een jaar na de aanslagen vraagt Rudolfo Quintana zich nog steeds af waarom de terroristen de Verenigde Staten hebben aangevallen. 'Ik begrijp het gewoon niet. Wij zijn een goed volk. Ik kan me niet voorstellen dat wij hun aanleiding hebben gegeven om ons aan te vallen', zegt de Vietnam-veteraan die in 1968 gewond raakte, toen zijn helikopter boven Cambodja werd beschoten. Sindsdien moet hij zich leunend op een stok voortbewegen. 'Het ergste aan de elfde september was dat gevoel van machteloosheid. Ik was woedend, maar ik kan niet meer vechten. Toch, we moeten ze op hun donder geven. Amerika kan niet toestaan dat we zomaar aangevallen worden.'

Ook al ligt Manhattan, Kansas ruim 2000 kilometer van het 'echte' Manhattan, toch sloeg ook hier even de paniek toe. De legerbasis Fort Riley, even buiten het stadje, werd meteen afgesloten en in de dagen na de aanslagen gingen er geruchten dat terroristen van plan waren een vliegtuig te laten neerstorten op de trots van Manhat tan: het stadion van de Kansas State Wildcats.

Naar verluidt waren er in de plaatselijke Holiday Inn enkele Ara bieren gesignaleerd die hadden geïnformeerd naar de afmetingen van het stadion, waarschijnlijk de heiligste plek in Manhattan. Het succesvolle footballteam van de Kansas State University is zo populair in het stadje, dat de halve bevolking zich in paars en wit - de teamkleuren - hult als de Wildcats spelen. Achteraf bleek het niet meer dan een gerucht.

Poyntz Avenue, de hoofdstraat van Manhattan, is een vriendelijke plek waar voetgangers nog met respect worden behandeld. Als je oversteekt, stoppen de auto's en zwaait de bestuurder je gedag. Zelfs vreemdelingen zijn hier thuis: na een halve dag kom je al bekenden tegen. Hé, daar gaat Quintana met zijn stok en zijn blauwe kapiteinspet.

Aan weerszijden van Poyntz rijzen bakstenen gevels op, maar meer dan twee verdiepingen ambiëren de huizen hier niet. Er is meer dan genoeg ruimte: buiten de stad begint de prairie, die voortrolt over de glooiende heuvels op weg naar de eindeloze vlakten van Kansas. De plaatselijke juwelier heeft zijn etalage versierd door wat handjes popcorn rond te strooien tussen de ringen met flonkerende diamanten. Bij Crum's Beauty College voor schoonheidsspecialisten staat op de parkeerplaats een bord met de ontroerende tekst: Gereserveerd voor de Student van de Maand.

'We noemen ons The Little Apple. Dat is natuurlijk een reclametrucje, maar het is waar. Het verschil met The Big Apple kan haast niet groter zijn. Ik denk niet dat iemand op de 42nd Street in New York ooit van Manhattan, Kansas heeft gehoord', zegt de schrijver Charley Kempthorne. Ook al is Manhattan een provinciestadje met slechts veertigduizend inwoners, hij voelt zich er thuis. Het enige waar hij zich aan ergert is het eten. 'The food here stinks.' Maar verder is het leven in Manhattan aangenaam: sloom, maar vriendelijk. 'Het is het omgekeerde van wat ze van New York zeggen. Manhattan, New York is een prima plaats om te bezoeken, maar je zou er niet willen wonen. Manhattan, Kansas is een prima plaats om te wonen, maar je zou het niet willen bezoeken', lacht Kempthorne.

de burgemeester

Volgens burgemeester Ed Klimek, de gebruinde, energieke bankier die het burgemeesterschap er maar bij doet ('per jaar levert het slechts 1200 dollar op'), voelden de inwoners van Manhattan na de aanslagen een speciale band met de New Yorkers. Uiteindelijk kreeg het stadje zijn naam van een aantal settlers die in 1855, gesteund door financiers uit Manhattan, arriveerden. Aanvankelijk waren ze van plan verder naar het westen te trekken, maar hun boot liep vast op de Kansas River.

Meteen na de aanslagen zamelde de plaatselijke krant, de Manhat tan Mercury, in een paar dagen bijna een miljoen dollar in voor de nabestaanden.

De klap van de aanslagen kwam volgens Klimek des te harder aan omdat het stadje nog steeds bezig was de schaamte te boven te komen dat Ti mothy McVeigh, de man die in 1996 een overheidsgebouw in Okla homa City opblies, uit Manhattan kwam. McVeigh, die vorig jaar ter dood werd gebracht, diende ooit op Fort Riley en nam zelfs aan Desert Storm deel, het geallieerde offensief om de Iraki's uit Koeweit te verdrijven. Maar terug in Amerika besloot de ultrarechtse McVeigh zijn eigen land aan te vallen. Het werd de ergste terroristische aanslag in de vs voor 11 september; alleen Atta en zijn kompanen wisten hem te overtreffen.

'Wij waren niet verantwoordelijk voor de aanslag, we waren er eigenlijk niet bij betrokken en wilden er ook niets mee te maken hebben, maar het is nu eenmaal zo dat hij hier vandaan kwam', zegt Klimek.

Een jaar na de aanslagen hebben de Manhattanites volgens hem nog steeds een gevoel van kwetsbaarheid, maar angst leeft er volgens hem niet. Waar de inwoners van Manhattan zich meer zorgen over maken is het gat dat net in de stadsbegroting is ontdekt.

Een ambtenaar had per ongeluk de verkeerde geschatte waarde van een huis ingetikt - 200 miljoen dollar te veel - met als gevolg dat de verwachte belastinginkomsten veel te hoog werden aangeslagen. De meevaller was inmiddels verdeeld, zodat Klimek nu de droeve taak heeft geld terug te vorderen van de politie, de brandweer, de bibliotheek en alle andere instanties die meer geld hebben gekregen.

Als goed Amerikaan vertoont Klimek behalve optimisme ook een hartverwarmend sentimentalisme. De aanslagen hebben de inwoners van zijn stad volgens hem alleen maar gesterkt in hun gevoel 'dat er diepere waarden zijn, zoals vriendschap, familie en gemeenschapszin'.

'Er leeft hier geen vrees. Wij hoeven niet bang te zijn voor de toekomst. We zullen de terroristen verslaan. Er is niemand die daaraan twijfelt', verzekert Klimek. 'We zullen het kwaad verslaan, niet alleen voor Amerika, maar voor de hele wereld'.

Het is een optimisme dat vrijwel iedereen in Manhattan schijnt te delen. Waar komt die opgewekte, zelfverzekerde houding vandaan?

'De aanslagen waren een klap voor ons. Vóór 11 september dacht niemand dat we zouden kunnen worden aangevallen, zeker hier niet. Verder van de oceanen kun je bijna niet zitten in de Verenigde Staten', zegt Bill Felber, de adjunct-hoofdredacteur van de Manhattan Mer cu ry. En inderdaad, Manhattan ligt bijna in het geografische centrum van de Verenigde Staten.

'Ineens was dat gevoel van beschermdheid, van geïsoleerdheid weg. Voor jullie Europeanen zijn dit soort dingen bekend, maar voor ons is het nieuw', aldus Felber. 'Maar we zijn ook heel anders. Wij zitten niet bij de pakken neer, wij hebben het gevoel dat we iets kunnen doen. Uiteindelijk hebben wij de big muscle, en die hebben we laten zien in Afghanistan', zegt Felber. 'Wij willen bovendien ons eigen lot sturen, zo zijn we nu eenmaal. In Europa is het lot van het ene land veel meer verweven met dat van een ander land'.

de legerbasis

De big muscle huist in Fort Riley, bijna 20 kilometer buiten Manhattan. De enorme legerbasis - een stadje van twintigduizend inwoners, inclusief de gezinnen - begon als een militaire post om de settlers te beschermen op weg naar het westen bij het verwezenlijken van Amerika's manifest destiny, de bestemming van de Amerikanen om hun superieure morele en politieke waarden over het continent te verspreiden. Ooit bood het fort onderdak aan Buffalo Bill, de in dianen jager wiens beeltenis nog steeds het logo van de legerbasis siert.

Aan de rand van het oefenterrein staan militairen een paar tanks schoon te spuiten die net een oefening hebben afgesloten. De logge gevaarten zijn nog steeds in woestijnkleuren gehuld, een erfenis van de Golfoorlog, toen de pantserdivisie en de 'Big Red One' - de eerste infanteriedivisie - uit Fort Riley de voorhoede vormden van het invasieleger.

Aanvankelijk stond Fort Riley op de lijst van bases die voor sluiting in aanmerking zouden komen, maar volgens majoor Todd Livick is het de vraag of dat zal doorgaan. 'Er is bijna geen plaats in Amerika waar het leger zo onbelemmerd kan oefenen, zonder dat het zich iets hoeft aan te trekken van allerlei milieuregels', zegt hij. Als er geoefend wordt, valt het gebulder van de kanonnen in heel Manhattan te horen. 'Maar het mooie van de inwoners van Manhattan is dat ze begrijpen dat dit het geluid van de vrijheid is'.

Sinds 11 september is men in Washington volgens hem anders gaan denken over het nut van Fort Riley als 'power projection platform'. 'Wij zitten middenin de Verenigde Staten, maar we kunnen binnen een week een complete divisie met alles erop en eraan klaar hebben staan in een haven', zegt Livick. 'In Afghanistan speelden de special forces een hoofdrol, maar voor een operatie als Desert Storm moet je toch soldaten op de grond hebben'.

Uiteraard volgt de bevolking van Fort Riley de speculaties in de media over een mogelijk nieuw offensief tegen Irak met extra aandacht. 'Het staat wel vast dat wij erbij betrokken zullen zijn, als het zover komt', zegt Livick. 'Tijdens de Golfoorlog waren het ook de troepen uit Fort Riley die de ruggengraat van het Iraakse leger braken. Maar we weten niet wat er gaat gebeuren, het enige dat we kunnen doen is nog meer trainen, zodat we goed voorbereid zijn'.

John Exdell van de Manhattan Alliance for Justice and Peace maakt zich zorgen over de dreigende wolken van een nieuwe oorlog die zich boven Fort Riley samenpakken. 'Ik ben bang dat we ons in een rampzalig avontuur zullen storten', zegt de hoogleraar politieke filosofie aan de Kansas State University.

Zijn organisatie maakt zich al op voor een campagne tegen de oorlog, maar Exdell geeft toe dat het zwaar werk is het zaad van de vrede te zaaien in Manhattan. 'De meeste mensen hier zijn tamelijk conservatief, dit is de bible belt, Re pu blikeins terrein. Er zijn hier veel mensen die blij zijn dat de Ver enigde Staten als enige supermacht zijn overgebleven'.

Ook het anti-vn-sentiment is volgens hem vrij sterk. 'Er heerst een diepe afkeer van alles wat de soevereiniteit van de Verenigde Staten beperkt. Het gevoel is dat wij een speciale missie hebben in de wereld - dat hele denken van manifest destiny - en dat God de Verenigde Sta ten meer gezegend heeft dan alle andere naties. Daaruit vloeit weer het idee voort dat wij in feite een goed volk zijn en dat we erop kunnen vertrouwen dat wij het juiste zullen doen', zegt Exdell.

De linkse hoogleraar vreest dat hij dezelfde reacties zal krijgen als vóór de Golfoorlog, toen hij tegen de invasie in Koeweit campagne voerde. 'We kregen toen zoveel negatieve reacties, we stonden er versteld van. Manhattan was toen helemaal doordrenkt van een oorlogsstemming. Sommigen van ons kregen zelfs telefoontjes waarin ze met de dood werden bedreigd'.

Tijdens de Vietnam-oorlog was er veel spanning tussen de militairen van Fort Riley en de studenten van K State, zoals de universiteit, die nu 23 duizend studenten telt, hier te boek staat. Maar volgens Exdell zijn de studenten nu veel minder politiek actief. 'Eerlijk gezegd denk ik dat de meesten de oorlog dit keer zullen steunen. Zodra het oorlog is, scharen de Amerikanen zich achter de president en de troepen, zo gaat dat nu eenmaal', voorspelt hij.

'Ach, politieke geschillen hebben we bijna niet met de studenten', beaamt Adam Reefs, een soldaat uit Fort Riley. 'Als er ruzie is, gaat het meestal om de meisjes.' Hij leunt quasi ontspannen voorover terwijl hij bij Fine Line Tattoo Inc. een nieuwe tatoeage laat aanbrengen op zijn rug. 'In ieder geval minder pijnlijk dan in handen van de Iraki's vallen', grapt hij. Meteen na de elfde september lieten veel klanten patriottische tatoeages aanbrengen, zoals adelaars - het nationale symbool van de Verenigde Staten - of vlaggen met teksten als 'These colors will never run'.

Maar bijna een jaar na de aanslagen is de patriottische rage alweer voorbij en kiezen de klanten volgens eigenaresse Rogene Handlon vooral voor 'tribale' motieven. Het klinkt hetzelfde, maar op de gespierde rug van Reefs ziet het er toch heel anders uit.

de student

Een paar huizen verder, middenin Aggieville, de wijk waar de soldaten en de studenten 's avonds op jacht gaan, steekt een vliegtuigje uit de gevel van een bar, alsof het zich net in het gebouw heeft geboord. 'Budweiser' staat er op de gestreepte romp van het toestel.

Hing dat hier al voor 11 september? 'Ja, al een jaar of drie', zegt Aaron Thacker, een student uit Kansas City. Hij kijkt omhoog en laat het beeld voor het eerst tot zich doordringen: een vliegtuig dat middenin Manhattan uit een gevel steekt. 'O, mijn God, ik heb er nooit aan gedacht. Afschuwelijk eigenlijk', zegt hij, terwijl hij naar het gecrashte vliegtuigje kijkt, het symbool van Manhattans onschuld.

Na 11 september zal niemand ooit meer zo'n reclame bedenken, zeker niet in Manhattan.

*X*X*X

EDE de wijkagent

'Meneer Dirk!'

'Ahmed!'

'Alles goed?'

'Alles goed.'

'Geen problemen?'

'Nee joh. Die beginnen volgende week weer, hè, als de vakantie is afgelopen. Haha!'

'Haha! Zo is het. Na de vakantie weer problemen.'

'Ik kom snel een bak thee bij je halen, Ahmed.'

'Goed, meneer Dirk. Tot ziens, joh.'

De wijkagent heet Dirk Klein. Hij is 2 meter lang, werkte vier jaar in de Bijlmer, drie jaar bij bureau IJtunnel in Amsterdam, zes jaar in Ede. Christelijke stad op de Veluwe. Dorp, vinden sommigen nog. Maar vergis je niet: grote stad geworden, hoor, meer dan honderdduizend man. Daar krijg je grotestadsproblemen van - óók op de Veluwe.

En juist in deze wijk, zíjn wijk, Veldhuizen a. Dat kwam dus allemaal bij elkaar, toch nog plotseling, vorig jaar op 11 september.

Het bruggetje waarop Dirk Klein nu loopt, was wereldnieuws. Het is een bruggetje van niks, en wereldnieuws van niks, maar als cnn uitzendt dat de moslimjeugd feestviert in Ede, The Netherlands, vanwege de aanslagen op Amerika, dan raak je dat stigma nooit meer kwijt.

'Die klap in New York', zegt Dirk Klein, 'was ook een klap voor Veldhuizen. Het is hier écht misgegaan. Heel de wereld viel over de Marokkanen van Ede heen, er was niet meer tegenop te sturen. Dat gaat zo'n eigen leven leiden. Als ik zei: er w s geen feest, zag je de journalisten denken: jaja, hij schuift het onder de mat. Er is hier veel kapotgemaakt.'

Ede Veldhuizen, een jaar later.

Het oogt niet als een achterstandsbuurt, laat staan als getto (een woord dat hier sinds 11 september toch best vaak valt). Buitenwijk is beter. Noordrand van de stad, gebouwd ruim dertig jaar geleden. Flats maar vooral huisjes-met-een-tuintje. Geen troep op straat. Het is vakantie. Het is er groen. Er is water, met bruggetjes voor fietsers en wandelaars. Er zijn verkeersdrempels. Rechts heeft voorrang.

Als de vakantie over is, hangen de Marokkaanse schoffies weer bij die bruggetjes. Halen ze ongein uit, of zetten een kraak. Als de vakantie over is, beginnen de problemen.

De Edese wijk worstelt al jaren met een kleine kern van criminele Ma rok ka nen. Met oud en nieuw 2000 liep dat nogal uit de hand; sindsdien grijpt de politie hard in. Er kwam een team, het Baton-team (Back To Normal, maar een baton is natuurlijk ook een politieknuppel) dat de echte misdadigers op de hielen zat, waarop de jonge Marokkanen Veldhuizen tot politiestaat verklaarden want de moffen hnush, zoals ze de smerissen noemden, de slangenmoffen, hadden geen respect.

Tegelijk knoopte Klein gesprekken aan met de andere Marokkanen in Veldhuizen. Er kwam een jeugdhonk. Er kwam een viswinkel in De Lindenhorst, waar de Marokkaanse jeugd ervaring op kon doen. 'Het ging de goede kant op. We hadden overleg. Met oud en nieuw hadden we buurtvaders. Er was contact.'

Maar het jeugdhonk is verdwenen en de viswinkel is dicht. Wie interesse heeft 'm te huren, kan een 06-nummer bellen.

Erger: 'Het vertrouwen is weg, sinds 11 september. Ik kom mijn Marokkaanse contacten nog wel tegen, hoor, geef ze een hand, maar de vonk is verdwenen. Zonder contacten kun je niet werken. Dan verlies je het.'

De klap in New York, de schok in Veldhuizen.

Ook persoonlijk hoor, zegt Klein (43, twee zoons, twee dochters). Per soonlijk kwam het goed hard aan. 'We leefden in een veilig land. In een veilige stad. Nu is tot me doorgedrongen: je kunt je niet overal tegen verzekeren. Al die mensen, duizenden doden, dan voel je je ineens heel kwetsbaar. Ook in Ede. Het is niet goed om te denken: mij gebeurt niks, want ik woon in Ede. Kan mij het schelen wat er in Israël gebeurt, of Palestina. Dat is voorbij.'

de bakker

Hij kijkt naar televisie, ziet hoe de Amerikanen Afghanistan platgooien - met succes - en denkt: 'Wat ze daar kunnen, kunnen we hier in Veldhuizen ook. We hoeven het toch allemaal niet over onze kant te laten gaan? Als Amerika die gasten aanpakt - ja aju paraplu, waarom pakken we die gasten hier op straat dan niet aan?'

Frank van de Steeg, bakker in winkelcentrum De Linderhorst.

Door zijn winkelruit ziet hij vrouwen uit Somalië flaneren. Hun groene, gele, paarse, roze jurken wapperend achter zich aan. Hij ziet ook een dealer, die gast daar in dat gele shirt, hij loopt nu langs de Chinees. 'Man, ga toch dealen in je eigen huis.'

De Edenaren, zegt hij, zijn weerbaar geworden. 'Die islam - ze zijn tot dingen in staat, en als dan hier voor de deur van die malloten staan te grinniken, leg je al snel een koppeling. Zo denken de mensen gewoon.'

Frank van de Steeg (34). Vertel hem niks over de wijk, of over de problemen: hij heeft het allemaal meegemaakt. Is voorzitter van de winkeliersvereniging De Lindenhorst. Krijgt ansichtkaarten van zijn klanten, als ze op vakantie zijn.

'Hé bakker!'

'Alles goed?'

'Heb je nog heidekoeken?'

'Jazeker.'

Drie jaar terug kreeg Van de Steeg mot met een groepje Marok kaanse diehards. 'Van oud op nieuw, in de millenniumnacht, hebben ze de winkel kort en klein geslagen. Er lagen 23 stoeptegels binnen. Drie-en-twintig! Zó groot! Alles kapot, 80 mille schade. Toen dacht ik: ik hou ermee op.'

Dirk Klein heeft hem overgehaald te blijven. '''Kom op Frank', zei hij, 'laat je niet kisten door dat kleine groepje klootzakken. Hij had gelijk. Het is zo gemakkelijk om racist te worden hier.'

Het baton-team, de videocamera's, het jeugdhonk waaraan hij 1500 gulden doneerde, uiteindelijk is het niet veel geworden.

11 September volgens Frank van de Steeg: 'Dat was in één keer helemaal boem.'

Maar misschien wel nodig.

'De moslimwereld heeft een douw gehad. Dat is hier ook aangekomen, hoor. In Frankrijk is dat gedoe met die Marokkaanse jeugd al langer aan de gang. Nederlanders zijn rustiger. Maar nu hebben ze het ook begrepen. Zo van: "Ho es effe, nu zijn wij aan de beurt." De mensen zijn assertiever geworden. Kijk eens wat zo'n Lijst Pim For tuyn doet. Ik heb er niet op gestemd, hoor, maar veel klanten van me hebben dat wel gedaan. 80 Procent alleen maar vanwege het vreemdelingenbeleid.'

Veldhuizen windt er geen doekjes meer om.

'Ik mag niet discrimineren, maar het is wel zo' (Angelique van Grootheest).

'De mensen hebben altijd gedacht: we hebben met gewone buitenlanders te maken. Nu blijkt dat er terroristische organisaties zijn die ook vanuit Nederland gefinancierd worden' (K. Hilberink).

'Wat we vroeger alleen hoorden op verjaarspartijen, wordt nu gewoon uitgesproken. Dat is goed' (R.C. Robbertsen).

R.C. Robbertsen is burgemeester van Ede (cda). Pas sinds januari in functie, maar hij heeft de gebeurtenissen rond 11 september destijds goed gevolgd. Nog baalt hij van de 'ongenuanceerde beeldvorming' die zijn stad heeft getroffen. Robbertsen heeft inmiddels, met de wethouders, alle 'vier of vijf' moskeeën in de stad bezocht. Uit een gevoel van urgentie. 'Je merkt dan twee dingen. De Marokkanen voelen zelf een verharding in de verhouding met Nederlanders. Daar kijken ze met zorg naar. En ook bij hen is schaamte over wat een kleine groep heeft aangericht. Ook de Marokkanen zeggen: pak ze maar aan, die jongens.'

Winst mag je het niet noemen van de burgemeester, 'maar zoals in heel Nederland zijn we hier wel af van het softe gedogen. Ik denk dat dat wel goed is nu.'

Laatst kreeg Frank van de Steeg zo'n jongen van vijftien in de zaak. Met van die arrogante ogen. 'Jij woont mooi, hè', zei ie. 'Op dat-en-dat adres, met je vier kinderen.' 'Ik ben rustig naar de deur gelopen, heb 'm op slot gedaan, de politie gebeld en die jongen zit nu drie maanden vast. Zo. Dat werkt.'

Hij geeft een pak heidekoeken mee, voor onderweg.

Hij zegt dat ie nog jaren met zijn winkel in Veldhuizen blijft.

de moeder

Ze is gebleven. 'Al mijn vriendinnen', zegt Mandy Ruisch, 'zijn uit de wijk vertrokken en ik stond ook op het punt te gaan maar Dirk Klein heeft me overgehaald. Ik zei: "Ik ga, ik geef het op." Hij zei: "Jij bent actief in de buurt. Jij moet niet gaan want dan hebben ze gewonnen." Hij had gelijk.'

Sociologen hebben er een mooie term voor: white flight. Witte wijkbewoners vluchten naar elders en maken zo hun buurt nog zwarter dan ie al is. De sociologen kunnen het mooi gadeslaan in Veld huizen a, waar verhuizen aan de orde van de dag is. Naar Bennekom vluchten ze, of naar Ede-Zuid, of dichterbij naar de Steinenbuurt of Veldhuizen b waar koophuizen staan en de problemen minder zijn.

In Veldhuizen a is nu eenderde van de 4500 bewoners allochtoon, en hun aantal zal stijgen. Angelique van Grootheest, vriendin van Mandy, legt uit waarom. Ze woonde zeven jaar aan de Dillenburg, en is nu uitgeweken naar Bennekom. 'Mijn kinderen zijn negen en acht, ik bracht ze elke dag naar school. Ik dorst ze niet alleen te laten gaan. Is dat normaal in Nederland, dat je je eigen kinderen niet naar school durft te laten gaan? Ik wil er nooit meer terug. Het komt daar nooit meer goed.'

Daar denken de achterblijvers anders over.

Mandy Ruisch (31) heeft goed nieuws: het gaat beter met de wijk. Vorig jaar nog 'vlogen de appels door je ramen, liepen de drugsdealers overal, durfde je niet over het bruggetje omdat de Marok kaanse jongens schelden en tegen je fiets trappen. Nu weet ik: als je die jongens gewoon vr gt of je er langs mag, laten ze je keurig door.'

De buurtbewoners hebben het er niet bij laten zitten. Na de klap, na de verwarring over 11 september zijn ze nader tot elkaar gekomen, iets wat nu live te aanschouwen is in bijvoorbeeld de nieuwe speeltuin, feestelijk geopend op 6 juli jongstleden.

'De kinderen', zegt Mandy Ruisch, 'gaan nu beter met elkaar om. Of ze nu Marokkaans zijn of Nederlands - ze spelen samen. Na de aanslagen in Amerika botste iedereen hier op elkaar: Nederlanders, Ma rok kanen, Somaliërs. De Nederlanders waren bang. Nu met zo'n speeltuin, dat maakt de dingen anders. Daar praat je met die nieuwe mensen. Je gaat niet bij ze op de koffie, zoals met Nederlanders, maar het besef is gekomen: we moeten het samen doen, anders loopt alles fout.'

Het huis van Mandy en haar man is niet groot en herbergt een forse kachel, rottweiler Cita, Malteser Leeuwtje Benji, zoon Gert-Jan (10) en dochter Saphira (6).

Gert-Jan, zegt Mandy, heeft geen Nederlandse vriendjes meer.

'Jawel', zegt Gert-jan.

'Wie dan?'

'Remco'

'O ja, Remco. Nou vooruit, hij heeft één Nederlands vriendje.'

Gert-Jan gaat naar de katholieke Godfried Bomansschool in het goede deel van de wijk, aan de overkant van de Slotlaan. Het is een stuk fietsen, maar dan heb je wel een witte school. 'De school hier in de buurt was ellende: altijd ruzie, nooit gezellig, de kinderen sloegen elkaar de kop in. Nu komen ze met z'n allen gezellig spelen.'

Als sociologen spreken over white flight, doelen ze meestal op het onderwijs: witte ouders fietsen graag een stukje verder voor een witte school. Soms probeert zo'n school uit alle macht wit te blijven. De Dil lenburg bijvoorbeeld, gelegen pal naast een hangout van de Ma rok kaanse schoffies, is van protestants-christelijke signatuur en wil dat graag blijven. Ze valt onder het Christelijk Nationaal School on der wijs, dat verschillende scholen in en rond Ede bestuurt. Volgens boze ouders zou het cns een quotum hanteren van 15 procent allochtonen. Er is zelfs een zwartboek met weigerverhalen, vertelden ze in Trouw, met alle gevolgen vandien.

Voor onderwijsidealisme is in Veldhuizen geen plek. De Juliana van Stolberg-school had zich voorgenomen niet langer christelijk, maar multicultureel te zijn. Vierden ze gezamenlijk Kerstmis en suikerfeest. School met de Bijbel én de Koran. Maar de witte ouders liepen weg en nu is de school dicht. Doodgebloed aan goede wil.

de dominees

Nu is er wel een islamitische basisschool in Veldhuizen. Die zit vol. Net als de strenge, gereformeerde vrijgemaakt. 'De extremen', zegt dominee Jan Sander Heutink, 'houden zich uiteindelijk staande.'

De kerk. Het was zelfs op televisie geweest: Ede, degelijk-protestante stad op de degelijk-protestante Veluwe, had op 11 september problemen met islamitische jeugd. Dat móest een verholen godsdienstoorlog zijn. Zeker toen meneer Hilberink uit de Steinenbuurt nog geen maand later in een brief zijn buurtbewoners waarschuwde voor de komst van een moskee. Dat ging verder dan mislukte Marokkaanse jongens alleen.

De moskee moet komen in het goede deel van Veldhuizen waar het naar middenklasse neigt, met hier en daar wat bungalows en twee-onder-een-kappen (er staat nog wat te koop voor ruim drie euroton, aan de Proosdijweg). Daar fietsen blanke kinderen, en is 8,3 procent allochtoon. Het buurtprotest is aardig breed gedragen; Hilberink, fiscaal jurist, strijdt namens 280 bewoners tegen de locatiekeuze. Dan is er nog een ander wijkcomité, dat voor hetzelfde doel een advocaat heeft ingehuurd.

Het gaat niet om de moslims, zegt Hilberink (65), het gaat om hun auto's. 'Driehonderd auto's die geparkeerd moeten worden, dat is te veel.' Bovendien: 'In deze hele buurt woont geeneen moslim. Waarom moeten ze dan bij ons komen bidden? Wat denkt u dat er gebeurt met de waarde van onze huizen?'

Dirk Klein had het eerder al gezegd: in deze tijd is het moeilijk om genuanceerd te zijn.

Maar van een godsdienstoorlog is geen sprake, zeggen de vier dominees, bijeen in de consistoriekamer van kerkgebouw De Ark. Her vormd predikant Kees Bax: 'We zijn allang geen idyllisch dorp op de Veluwe meer. En ik heb ook niet het idee dat de Marokkanen Ede zien als een stad in de bible belt.' Maar onder gelovigen heeft de geschiedenis wel wat losgemaakt.

De Noorderkerk bijvoorbeeld was helemaal vol, die eerste gebedsbijeenkomst na 11 september. Psalm 47 werd gelezen (alle gij volken klapt in de handen, juicht Gode toe met jubelgeroep) en uit Jesaja; en bij een Amerikaanse vlag konden rozen gelegd. Een Amerikaanse vlag, in de kerk, 'daar zou je op een ander moment toch niet snel aan denken', peinst dominee (gereformeerd) Jaap Korteweg. 'Men voelde', zegt collega Hans van der Linden, 'dat dit meer was dan een aanslag op Amerika. Het was een aanslag op ons mens-zijn.'

En men voelde de nabijheid van de islam.

Hoeveel wisten ze eigenlijk van de islamieten om de hoek?

Er kwamen werkgroepen. Er kwamen gespreksavonden met moslims. Er kwam een imam uit Utrecht die meedeed met het avondgebed, 'maar dan hoor je van beide zijden zulke traditionele visies', zegt Van der Linden, 'dat het afvlakt.'

Heutink: 'Toch was er veel solidariteit met de Marokkanen.'

Bax: 'Maar dat zijn de middengroepen hè, die meedoen. Niet de jongeren. Mijn catechisanten zijn negatief hoor; één ervan werd in elkaar gemept door een Marokkaan en sindsdien is de vlam in de pan.'

Korteweg: 'De jeugd zoekt houvast. Die willen zwart of wit.'

Heutink: 'Ze willen liefst een scherpe preek horen. Jongeren zijn tegenwoordig erg radicaal in hun geloofsbeleving.'

Bax: 'Dat is best een zorg hoor.'

Van der Linden: 'Dat gaat verder dan puberen alleen. Het ongenoegen wordt almaar sterker, het hedonisme, mensen gaan alleen maar voor zichzelf.'

Korteweg: 'Zeker nu het slechter gaat met de economie. Akzo gaat dicht, in Ede-Zuid. Duizend mensen op straat. Dat werkt leegheid in de hand.'

Van der Linden: 'En dan worden er slachtoffers gezocht.'

Heutink: 'Het slachtoffer is de allochtoon. Per definitie.'

Gelukkig, besluiten de dominees, is Dirk er nog. Ze kunnen ten stadhuize nog zoveel beleidsnotities schrijven, 'uiteindelijk is alles hier afhankelijk van één persoon, Dirk Klein'.

'Meneer meneer!'

Een meisje, in winkelcentrum De Lindenhorst.

'Mijn moeder gaat straks een afspraak met u maken!'

'Da's prima', zegt Dirk Klein. Heeft ze m'n nummer?'

Hij geeft een visitekaartje, voor de zekerheid. Agent van twee meter in uniform, en een klein moslimmeisje.

Wandelt terug naar de wijkpost, langs hoogbouwflat De Luyn horst, waar het nu nog rustig is maar straks niet meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden