Multiculti geheimtaal met Hollandse gezelligheid

Roep vandaag, in een willekeurige toko of andere tropensupermarkt: 'B. B. met R', en het winkelpersoneel weet wat u vanavond wilt eten. Bruine bonen met rijst natuurlijk. Mogelijk wordt u zelfs gevraagd of u er misschien een kievitseitje bij had beliefd.


'B.B.' was in het Nederland van begin jaren vijftig een soort prille straattaal. Multiculti geheimtaal, gedeeld door burgers die meegingen met hun tijd. De Surinaamse zanger en fluitspeler Max Woiski sr. had de afkorting geïntroduceerd in de Nederlandse hitparade, in zijn lied B. B. met R. De tekst was van een huiselijke gezelligheid:


'Ik vraag je voor een keertje te eten bij mij


Je neemt je vrouwtje mee en je kinders er bij


Je krijgt toch geen kalkoen of een vers kievitsei


Maar wat je bij me eet, zing 't refreintje met mij:


B. B. met R. dat is bruine bonen met rijst', et cetera.


B. B. werd een begrip, voor allochtoon en autochtoon Nederland. Woiski zette de luisteraar jaren later nog eens vrolijk op het verkeerde been, met zijn liedje B. B. op Mallorca. Bruine bonen op Mallorca?


Nee dus, luister maar naar track zeven op de eerste cd van de deze week verschenen Woiski-verzamelbox Ritmo Tropical:


'Stratenmaker, magistraat,


leraar, dokter of advocaat


Ook de loodgieter en zijn maat,


Zij kunnen¿


Bruin branden op Mallorca.'


B. B. op Mallorca was eind jaren zestig een loflied op de burgerluchtvaart en de opkomst van het tropentoerisme. En een lied dat de reizigers naar Woiski's nieuwe jazz-club moest lokken: La Cubana op Mallorca. Daar moest La Cubana wijken voor de parkeergarage van zakentycoon Maup Caransa.


De relatie van Max Woiski sr. (Domburg, Suriname, 1911 - Hoogeveen, 1981) met Nederland was altijd een stugge geweest. Net als de omgang met zijn eigen wortels, zo blijkt uit het eerste complete cd en dvd-overzicht van al Woiski's liedjes, plus die van zijn zoon Max Woiski jr. (Paramaribo, Suriname, 1930).


Max senior was in 1936 naar Nederland gevaren, op het KNSM-schip De Cottica. Woiski wilde in het land van de kolonisator zijn geluk beproeven, en hij hoopte op een muzikale carrière. Max was in Suriname al opgevallen als virtuoos fluitspeler, eerst op een blikken tinwhistle, later op een echte flageolet. Woiski speelde kaseko: Surinaamse liedjes op Afrikaanse en Creoolse ritmes.


In Amsterdam kon de Surinamer aan de bak in kleine swingorkesten, hij bekwaamde zich op de gitaar en de saxofoon. In 1937 werden Woiski de ogen geopend in de Rotterdamse club Negro Palace Mephisto, een café en podium voor Amerikaanse zwarte muziek. Duivelse muziek dus, in de ogen van burgerlijk Nederland, en om die status maar te benadrukken was de club opgetrokken in satanische stijl, met een duivelskop als orkestbak, omgeven door vlammende decorstukken.


Woiski was gevraagd te komen spelen op de door Mephisto georganiseerde Cubaanse Week, maar het werd op prijs gesteld als hij zijn Surinaamse achternaam zou thuislaten, en zich in een Cubaans jasje wilde hijsen. Suriname namelijk was niet hip, Cuba wel - de calypso was in opmars, en al kwam die dansstijl oorspronkelijk uit Trinidad, voor de gemiddeld geïnteresseerde klonk calypso als tropenjazz. En swingende tropen, die vond je op Cuba.


Woiski kon uitstekend doorgaan voor Cubaan, want zijn huidskleur was van de lichte soort. Zo werd Max Woiski ineens José Baretto - veel Cubaanser kon hij het niet bedenken. Zijn zingende vriendin Alma Braaf, overgekomen in 1937, werd Lolita Mojica, en als sexy Cubaans duo domineerden de twee de Mephisto.


Woiski sloeg aan als Cubaan, en het moet gezegd: het Cubaanse witte pak stond hem goed, evenals de sigaret met filtermondstuk. Woiski bouwde met swing en calypso gestaag een carrière in een keten van zogeheten Negro Clubs, in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Toen een aantal van de zwarte clubs in een golf van politieke vertrutting moest worden gesloten, opende Woiski zelf de deuren in de Amsterdamse Amstelstraat, naar zijn club La Cubana, waar zoals de naam al aangeeft geen noot Surinaams werd gespeeld.


In de oorlogsjaren dreef Woiski nog verder weg van zijn geboorteland. La Cubana mocht onder Duitse bezetting openblijven, als Woiski zijn club voegde naar de wetten van de Kultuurkamer. Dat deed Woiski. Hij bemachtigde zelfs een ariërverklaring, toch redelijk uniek voor een geboren Surinamer. In La Cubana voerde Woiski verhollandste Amerikaanse liedjes op, onder toezicht van de cultuurpolitie.


Zwart publiek was niet welkom in La Cubana, en heel verwonderlijk was het niet dat Woiski net na de oorlog een minder gelukkige verhouding kreeg met de Surinaamse bevolkingsgroep in Amsterdam. Volgens het Nederlandse Popinstituut zou Woiski na de bevrijding zelfs in elkaar zijn geslagen door een groep Surinamers.


Misschien om het weer een beetje goed te maken met zijn landgenoten, doseerde Woiski in het begin van de jaren vijftig wat Surinaams in zijn repertoire. In zijn nieuwe La Cubana aan het Rembrandtplein moet hij voor het eerst zijn hit B. B. met R. hebben gezongen, een heerlijk tropisch kaseko-liedje dat Nederland graag meezong. De tijd was nu rijp voor Surinaamse roots, en Woiski bracht de ene grammofoonplaat na de andere uit, soms in het Nederlands (Zestien April), soms in het Sranan (Dati No Kan, Langa Langa). Voor de nieuwe generatie Surinaamse emigranten werd Max Woiski een muzikale held, naast de Surinaamse saxofonist Kid Dynamite.


Een grote publieksdoorbraak kwam in 1957, toen hem werd gevraagd te acteren in een reclamefilm voor Nescafé. De Nescafé Coffee Boat Song, gemaakt voor vertoning in de bioscoop, werd geschoten in een tropisch paradijsje van bordkarton, tussen koffiebalen en palmbomen. Woiski loopt relaxed rond in opengeknoopt bloemenhemd, fluit op zijn flageolet en bezingt de goddelijke kwaliteiten van de poederkoffie. Het filmpje, gemaakt door Joop Geesink (de geestelijk vader van Loeki de Leeuw) was jaren zoek maar is opgedoken in de media-archieven en nu te bekijken op de dvd bij Ritmo Tropical.


Dat de reclamefilm prijzen won op het filmfestival van Cannes, is te begrijpen. De choreografie voor het rondwandelend en weinig werkzame havenpersoneel is briljant, evenals het lied. Toch zit er een wrang randje aan de Nescafé Coffee Boat Song. De taal die in 'de tropen' wordt gesproken is volgens de makers kennelijk van kleuterniveau: 'Beste koffie neemt bootje mee. Bootje, busje, hup 1, 2.' En wat moeten we denken van het een tint witter geschminkte gezicht van de Surinaamse zangeres. Nederland had ondanks het succes van de Surinaamse muziek toch nog rare gedachten over het 'tropenland over grote zee'.


De stroperige omgang met de Surinaamse cultuur blijkt ook uit de carrière van Woiski's zoon Max junior, in beeld en geluid opgenomen in deze waardevolle collectie. Max Woiski jr. speelde jaren als gitarist in de band van zijn vader en kon diens goede werken voortzetten na seniors vertrek naar Mallora.


Ook Woiski jr. opende een club in Amsterdam: La Tropicana. Daar werd Dominicaanse merengue gespeeld, Colombiaanse cumbia en Braziliaanse samba. La Tropicana werd eind jaren zestig het centrum voor latin, en feitelijk het eerste belangrijke podium voor wereldmuziek.


Max Woiski jr. scoorde hits in Surinaamse stijl en calypso, uiteraard ook over lekker eten (Geef Mij Rijst En Kouseband), en de liefde (Je Bent Nog Niet Gelukkig Met Een Mooie Vrouw). Woiski schopte het zelfs tot televisiester, met een eigen muziekprogramma en talloze optredens in weekendshows als die van Ted de Braak.


Toch werd Woiski jr., met een donkerder voorkomen dan zijn vader en dus onmiskenbaar een Surinamer, gedwongen in een stereotiepe rol. In de jaren zeventig werd een liedje van Woiski jr. misbruikt voor een carnavalslied over Surinamers: Wij Willen WW (à Contant), in plaats van rijst met kouseband.


Schrijnend is een opname uit het Vara-amusementsprogramma Bij Bruce, waar Woiski een prachtig zwoele latin-versie tokkelt van Gershwins Summertime, in een tropisch decortje met hangmat onder een twinkelende sterrenhemel. Als het decor na Woiski's slotakkoord wordt weggedragen, zegt de (witte) presentator en missionariszoon Bruce Low: 'Zo, daar gaat de negerhut van Oom Tom.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden