Multicul en haatbaard

‘Het zal mij worst zijn’, reageert Geert Wilders op het verwijt dat hij in de Tweede Kamer verbaal te hard tekeer gaat....

Het succes van Geert Wilders is deels gebaseerd op zijn retorische gave, die zwaar leunt op het specifieke woordgebruik van de politicus. Behalve zijn belegen vocabulaire, vallen daaraan twee dingen op. Wilders gebruikt vrijwel geen modieuze importwoorden uit andere talen. Belangrijker is het tweede kenmerk. Karakteristiek voor zijn taalgebruik zijn nieuwe woorden en verbasteringen. Hij verzint ze zelf: multicul in plaats van multicultureel; heimweeschotels voor schotelantennes; haatbaarden voor islamitische mannen; subsidieslurpers voor organisaties zoals Milieudefensie; shariascholen voor islamitische scholen. En uiteraard: de kopvoddentaks. Soms mept hij ongericht om zich heen: wat precies zijn definitie is van ‘islamisering’, moet de toehoorder maar raden.

Kuitenbrouwer kan wel waardering opbrengen voor Wilders’ creativiteit. Hij is weinig subtiel, maar de politicus bereikt er zijn doel mee: stemmers attenderen op de zwakke plekken van de overheid, tegenstanders irriteren, inspelen op de angst van de burger.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden