Mulisch eren vraagt talent

Boekenweek

Op 30 oktober is het vier jaar geleden dat Harry Mulisch stierf. Hem op niveau eer betonen is niet iedereen gegeven, concludeert Arjan Peters uit twee publicaties.

Foto Antonia Hrastar & Hilde Harshagen

Bijna vier jaar geleden is Harry Mulisch overleden. Zijn lijfarts, de internist Julius Roos (1941), die ook deel uitmaakte van de Herenclub rond de schrijver, is na zijn pensionering Latijn gaan studeren. Na de voltooiing daarvan heeft hij drie verhaaltjes uit het oeuvre van zijn dode vriend gekozen en die in de dode taal omgezet.

We mogen het als een 'klein, postuum eerbewijs' zien, schrijft Roos in het voorwoord bij Tres fabellae (De Bezige Bij; euro 14,90). Het projectje heeft dezelfde jongensachtige bravoure die Mulisch ook als bejaarde nog bezat, tot en met de woordenlijst achterin met neologismen 'en moeilijk te vertalen begrippen': met 'erectio' is bedoeld wat u denkt, 'birota' is fiets en 'Oppidum Harlemense' is de geboorteplaats van Mulisch.

De keuze van de verhalen is uitmuntend: De kamer (1947), de eerste publicatie van de toen 19-jarige, in Elseviers Weekblad van 8 februari 1947, werd geschreven onder invloed van de verhalen van Edgar Allan Poe, die hij toen net had leren kennen. Daarnaast nam Roos twee anekdotes uit Mulisch' minder bekende verhalenbundeltje Paralipomena Orphica (1970).

Eerbetoon aan pa
Drie keer draait Mulisch zijn hand niet om voor een luchtig verhaal waar ook iets geheimzinnigs van uitgaat. In een van de twee anekdotes, Ex Paralipomenis Orphicis, herinnert hij zich de dood van Gerard, een broertje van een klasgenoot, door een verkeersongeluk. Die jongen was welp geweest. 'Maar nu', schrijft Mulisch, 'droeg Gerard het uniformste aller uniformen: hij was een lijk.' In het Latijn gaat dat zo: 'At nunc Gerardus uniformissimum vestitum omnium vestituum uniformium indutus erat: cadaver erat.'

Ook een van de twee dochters van de schrijver, Frieda Mulisch (1974), heeft hem willen eren, en wel met gedichten die door die van vader zijn geïnspireerd. Nooit vergat ik jou (dat zou ook gek zijn, na vier jaar al) heet haar bundel, en die verschijnt niet bij De Bezige Bij. Daar moet een verhaal achter zitten. Ik kan me levendig voorstellen dat Frieda ze eerst heeft aangeboden bij de vaste uitgever van Mulisch, maar dat die uit respect voor Harry van publicatie heeft moeten afzien.

Terecht. Frieda's rijmen doen namelijk pijn aan je ogen: 'mijn vader roept: nu is het klaar!/ de ander schaamt zich dood./ mijn vader vraagt: heb je het zwaar?/ en ik kruip op zijn schoot.' Uitgeverij Prometheus is wél bereid gevonden deze teksten uit te brengen dat kan alleen vanuit publicitaire overwegingen zijn: de auteur heeft een verkoopbare naam. In het lachwekkende persbericht staat één ware zin: 'Ze vond een vorm om zichzelf aan hem te tonen op een manier die eerder niet bestond.' Inderdaad is deze poëzie ongekend beroerd.

Mulisch zelf zou dit ongare voer voor psychologen met twee woorden afserveren.

Geen talent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.