Muis in de oliewereld blijft groeien

Een klassiek havensprookje: ooit droomde Peter Goedvolk van een eigen benzinepomp, nu wordt zijn Argos Oil overgenomen door het Russische Sistema.

Profiel

Bedrijf

Argos Oil


Waar

Rotterdam


Sinds

1984


Aantal werknemers

800


Jaaromzet

11 miljard euro


Oud-Beijerland is niet een plaats die je associeert met de geboorte van een oliegigant. Toch begon de 26-jarige Rotterdamse ondernemer in spe Peter Goedvolk hier in 1984 met zijn eerste bedrijfje, dat nu is uitgegroeid tot een regionale multinational met een omzet van 11 miljard euro: Argos Oil. Goedvolk zelf heeft een geschat vermogen van ruim 310 miljoen euro en een keurige notering in de Quote 500.


Niet slecht, voor een mavo-klant uit Rotterdam-Zuid. Zijn kracht, zei hij ooit in een interview: 'Ik heb niet veel moeite te erkennen dat anderen soms meer bagage meebrengen.'


Het bedrijf doet het zo goed dat het Russische conglomeraat Sistema zijn oog erop heeft laten vallen. Over de details van de deal wordt nog onderhandeld, maar het lijkt erop dat Argos, de zelfbenoemde luis in de pels van de Nederlandse oliebusiness, zijn onafhankelijkheid opgeeft. Goedvolk zou wel de topman blijven.


In de aanloop naar het sluiten van de deal doet Goedvolk geen interviews. Het verhaal van Argos behoort tot de klassieke havensprookjes in Rotterdam en omstreken. Goedvolk, een jongen uit een modaal gezin, was na baantjes als kledingverkoper, bakkersknecht en badmeester bij het Franse olieconcern Total terechtgekomen. Hij had na de mavo ook de middelbare detailhandelsschool en nog wat avondstudies gedaan en wist allang wat hij eigenlijk wilde worden: zijn eigen baas. Dus begon hij bij Total te denken over een eigen benzinepomp, ergens in de Hoeksche Waard onder Rotterdam. Tijdens zijn zoektochten daar stuitte hij op iets anders: een kleine oliehandel in Oud-Beijerland, de firma Goud. Die kocht hij.


Even later was hij de trotse eigenaar van een vrachtwagen met chauffeur en een secretaresse voor halve dagen. Hij ging zelf de boerenerven in de omgeving af om smeermiddelen en brandstoffen te verkopen.


Hij heeft het al snel door: in zo'n handel maak je geen grote klappers. De marges zijn klein, dus de enige optie voor hem is groeien. Dat kan niet in de Hoeksche Waard. Een paar jaar later neemt hij een vergelijkbaar bedrijf over in het Westland, waar hij opnieuw in de auto stapt en nu de tuinders langsgaat. Hij blijft tientallen oliehandeltjes overnemen - kralen rijgen, noemt hij dat - tot hij in 1994 een eerste echte klapper maakt: de overname van Argos uit Vlaardingen, een belangrijke leverancier van bunkerolie in de Rotterdamse haven. Ook heeft het bedrijf opslagtanks voor olieproducten. Goedvolk vindt de naam wel internationaal klinken en besluit zijn hele conglomeraat zo te noemen. Hij wordt een havenbaron.


Argos doet wat de oliereuzen steeds minder doen. Bedrijven als Shell en ExxonMobil zien de grootste rendementen in de winning van olie en gas, waar ze met geavanceerde technologie, gigantische investeringen en af en toe wat geluk veel winst maken - zeker als de olieprijs na de eeuwwisseling stijgt. Verderop in de keten, bij de raffinage en de verkoop van olie en olieproducten, zijn de marges kleiner en soms zelfs negatief: daar maken ze zo nu en dan verlies. Argos springt in het gat van de handel en de verkoop, waar het een echte prijsvechter wordt.


Behalve aan boeren, tuinders en schepen levert Argos vanaf de jaren negentig ook aan automobilisten. Nu heeft Argos zeventig pompstations in Nederland en dertig daarbuiten. Doordat er vaak geen winkel naast de benzinepompen staat, de stations op goedkope locaties staan en er lange tijd geen dure marketingcampagnes tegenaan worden gegooid, is de benzine en diesel soms wel 8 cent goedkoper dan bij de grote jongens. Zelf vergelijkt Goedvolk zijn bedrijf graag met supermarktketen Jumbo, die ook een plek wist te veroveren naast een gigant als Albert Heijn.


In 2003 volgt een tweede klapper: de koop van olieopslagtanks in Pernis, gelegen op de voormalige Chevron raffinaderij. Daar kunnen zeeschepen aanmeren met olieproducten, daar kan Goedvolk ze opslaan en kan hij de ingrediënten mengen tot de juiste specificaties. Inmiddels levert Argos een kwart van de bunkerolie aan schepen in de Rotterdamse haven.


Hij noemt zich graag een kleine muis tussen de olifanten. Hij speelt op het terrein van handelaars als Trafigura, Vitol en Glencore, drie bedrijven met omzetten van honderden miljarden euro's. Hij wil wel een grote muis worden. Anders, stelt hij, val je tussen het servet en het tafellaken en ben je nog niets. In een branche met kleine marges (het verschil tussen verkoop en inkoop bedraagt ongeveer 1 procent) moet je wel grote volumes hebben. Zonder kritische massa heb je geen geld voor de overhead.


Wel begint het te knagen dat Argos alleen aan het einde van de olieketen zit, bij de verkoop. Voor het spul zelf moet hij altijd aankloppen bij de raffinaderijen van de grote jongens. Dat is voor Goedvolk na de eeuwwisseling de belangrijkste reden zich te storten op biobrandstoffen. Die hoeft hij niet bij de raffinaderijen in te kopen, maar kan hij zelf produceren in een eigen, zelf te bouwen fabriek, is het idee. Sterker nog: hij wil ook de grondstoffen voor die fabriek zelf gaan winnen. Ruwe olie uit de grond halen is veel te duur voor een kleine jongen, dus zaait hij een paar velden in de Hoeksche Waard in met koolzaad. Even lijkt Argos meer dan een handelaar: een echt geïntegreerd oliebedrijf, maar dan met biobrandstoffen.


Maar het loopt niet zoals gehoopt. De discussie over de concurrentie met de voedselvoorziening laait op en de overheid wil niet te veel bijmenging van biobrandstoffen in benzine en diesel verplichten. De in 2010 gereedgekomen biodieselfabriek in Pernis wordt een jaar later aan een Zwitserse concurrent verkocht, die de tent deze zomer voor onbepaalde tijdsluit. Het blijkt niet rond te rekenen.


Argos zoekt andere manieren om te groeien. Het wordt een fusie met de North Sea Group, een drie keer zo grote leverancier van olieproducten. Met dat bedrijf, eigendom van onder meer de familie Van der Sluijs (in 1918 begonnen met een fietsenwinkel), Dik Wessels (nummer 4 op de Quote 500 dankzij olie en ict) en Marcel van Poecke (rijk geworden met de olieraffinaderijen van Petroplus), wordt Argos vier keer zo veel waard en heeft het geld voor nieuwe avonturen.


Die blijken elders in de energiewereld te liggen. Argos, dat al een kleine elektriciteitscentrale had in Duitsland, kondigde eerder dit jaar een samenwerking aan met BudgetEnergie om stroom en gas te leveren aan huishoudens. Argos wil zijn netwerk van tankstations gebruiken om de groene stroom en gas van BudgetEnergie aan de man te brengen.


Parallel daaraan stapt Argos in de sponsoring van een wielerploeg. Goedvolk, een liefhebber (en sponsor) van Feyenoord, heeft eigenlijk niets speciaals met wielrennen, maar dat lijkt het ideale vehikel om de naamsbekendheid te vergroten in de landen waar het zijn energie aan de man wil brengen.


Dit jaar is het bedrijf verhuisd. Van de anonieme randgemeente Hoogvliet naar een stoer glanzend kantoor aan de Waalhaven, midden in de Rotterdamse haven. Argos is nu zichtbaar. De Russen hebben het gezien.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden