Muhammad Yunus geeft nooit een cent aan smekende bedelaars

Op een dag ontdekte Muhammad Yunus, hoogleraar economie, dat alle geleerde theorieën die hij onderwees niet tot sociale rechtvaardigheid leidden....

Als het aan Bill Clinton had gelegen, had Muhammad Yunus al veel eerder de Nobelprijs voor de Vrede gewonnen. De voormalige president van de Verenigde Staten strooide kwistig met complimenten in zijn autobiografie My Life en liet de voorbije jaren geen kans onbenut ‘de vader van het microkrediet’ in zijn interviews op te hemelen.

Clinton was niet de enige, getuige de 61 prijzen, 26 eredoctoraten en 15 speciale onderscheidingen die Yunus de afgelopen dertig jaar ten deel zijn gevallen. Ook in Nederland, waar prinses Máxima de Bengalese econoom in mei bij de uitreiking van de Four Freedoms Award nog omschreef als een leraar en een leider die miljoenen wereldwijd heeft geïnspireerd.

Toch was Yunus (66) vrijdag enorm verrast dat hij met de door hem opgerichte Grameen Bank de Nobelprijs voor de Vrede had gewonnen. In plaats van torenhoge favorieten als de oud-president van Finland Ahtisaari of de Indonesische president Yudhoyono met hun inspanningen voor het vredesproces in Atjeh.

Al snel maakte Yunus’ verbazing echter plaats voor trotse vreugde. Omdat het Nobelcomité in Oslo hem na de dichter Rabindranath Tagore en de econoom Amartya als derde Bengalees in de historie een Nobelprijs heeft toegekend. Maar vooral omdat de hoge onderscheiding een enorme opsteker is voor de armsten der armen, die Yunus met zijn systeem van microkredieten (kleine geldleningen zonder daarvoor een zakelijk onderpand te verlangen) een steun in de rug probeert te geven.

Yunus’ filosofie is simpel: help de armen zichzelf helpen. Of in zijn eigen woorden: ‘Geef hen een vis en ze hebben eten voor een dag. Leer ze vissen en ze hebben eten voor het leven.’ Daarom stopt Yunus, in 1940 geboren als derde van veertien kinderen in het gezin van een goudsmid uit de Oost-Bengaalse stad Chittagong, nooit iets in de smekende handen van bedelaars.

‘Natuurlijk voel ik mij dan slecht. Soms voel ik mij zelfs verschrikkelijk, maar ik houd me in. Ik geef niets’, zei hij twee jaar geleden in een vraaggesprek met het persbureau Reuters. ‘Ik wil liever proberen hun probleem op te lossen dan een dag voor ze zorgen.’

En die oplossing tracht Yunus te bewerkstelligen vanaf 1974, toen hij getuige was van de verschrikkelijke hongersnood die honderdduizenden in Bangladesh het leven kostte. Yunus, hoogleraar economie aan de universiteit van Chittagong, vroeg zich hardop af hoe economische theorieën sociale rechtvaardigheid konden brengen aan de armen.

‘Terwijl mensen op straat stierven van de honger, stond ik elegante theorieën over economie te doceren’, zei hij tegen Alan Jolis, coauteur van The Good Banker, het boek over zijn leven. ‘Ik haatte mezelf om mijn arrogante pretentie dat ik overal een antwoord op had. Wij professoren dachten allemaal zo intelligent te zijn, maar wisten in feite niets van de armoede om ons heen. Dus besloot ik dat de armen voortaan mijn leraren zouden worden.’

En zo ontdekte Yunus vanaf zijn eerste lening – omgerekend 27 dollar – aan 42 bamboe-meubelmaaksters in het dorpje Jobra dat kleine leningen een groot verschil kunnen maken in de overlevingskansen van armen. Maar vooral ook dat armoede best kan verdwijnen. ’Dat is ook mijn droom. Dat op een dag onze kinderen naar het museum moeten om erachter te komen wat armoede was.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden