Mubarak verliest meer dan hij wint

DE EGYPTISCHE oppositie, de Moslim Broederschap voorop, zal na de verkiezingen niet versterkt in het parlement zitting nemen. Integendeel. De fundamentalistische Broeders zijn, de mooie beloften van het regime ten spijt, sinds vorige week sterker dan jaren het geval is geweest in de gevangenissen van president Mubarak vertegenwoordigd....

De Egyptische politie licht, verkiezingen of geen verkiezingen, dagelijks tientallen Broeders van hun bed. De tweede ronde van de stembusslag is weliswaar nog in volle gang, de islamisten stevenen onafwendbaar op een nederlaag af. Als ook maar één van de kleine 250 islamistisch-georiënteerde 'onafhankelijke' kandidaten tot de volksvergadering doordringt, is een wonder geschied.

Het is onwaarschijnlijk. President Mubaraks Nationaal Democratische Partij (NDP) zal, als de prognoses uitkomen, tweederde van de 444 parlementszetels in de wacht slepen. De Egyptische leider wint door grootscheepse fraude de verkiezingen, maar verliest tegelijk zijn laatste restje geloofwaardigheid als 'grootvizier' van een democratisch Egypte. Welbeschouwd zijn dan ook niet de islamisten de werkelijke verliezers, maar de pleitbezorgers van de democratie.

Mubarak verschuilt zich liefst achter het landsbelang om de groteske verkiezingsfarce te kunnen rechtvaardigen. Egypte, stelt hij, is met een keiharde bestrijding van het islamitisch gevaar gediend. De Egyptische president heeft gelijk als hij de ontwikkeling van 'Algerijnse toestanden' poogt voor te zijn, en het gewapend moslimverzet aan de bovenloop van de Nijl de kop in drukt. Voor deze politiek krijgt hij niet voor niets een ruime hoeveelheid krediet uit het Westen.

Maar aan de anti-fundamentalistische benadering van Mubarak (en zijn NDP) kleeft een fundamenteel bezwaar. Het Egyptische regime scheert, in tegenstelling tot de beproefde Algerijnse junta, alle islamisten over één kam. Islamistische pamfletten en videobanden worden een even groot risico voor de staatsveiligheid geacht als vuurwapens. Zo ontstaan de Algerijnse toestanden vanzelf; de oppositie rest slechts de illegaliteit, vanwaaruit zij op een zeker ogenblik in een andere gedaante weer opduikt.

De golf van anti-fundamentalistische repressie die op het ogenblik over Egypte spoelt, doet het ergste voor de toekomst vrezen. Zolang oud-luchtmachtbevelhebber Hosni Mubarak het landsbelang in de eerste plaats in termen van staatsveiligheid definieert, zullen de noodzakelijke sociale hervormingen uitblijven. Zolang zal het islamitisch extremisme zijn magie behouden, en een miljoenengeneratie Egyptische jongeren aanspreken voor wie geen scholing, werk, huisvesting of huwelijk is weggelegd.

Dat de Egyptische president er in lijkt te zijn geslaagd islamistische terreurgroeperingen als al-Gama'a al-Islamiya en Jihad vleugellam te maken, is één ding. De president is echter zijn doel voorbij geschoten door de Moslim Broederschap, die doorgaans werd gedoogd, in het vizier te nemen. De beslissing de Broederschap te 'onthoofden', die begin dit jaar viel, is Mubarak als een politieke blunder van de eerste orde aan te rekenen.

Door de tamelijk coöperatieve Moslimbroeders op haar zwarte lijst te plaatsen, heeft de Egyptische regering zichzelf een brevet van onvermogen gegeven. Niet voor de kogels van de Broeders is zij immers bang, maar voor hun maatschappelijke invloed, die tot uiting komt in hun sleutelrol in de opkomende civil society van Egypte. Door het onderdrukken van Broeders die als artsen, advocaten en ingenieurs actief zijn in het Egyptische sociale leven, snijdt Mubarak de streng tussen staat en maatschappij door.

Dat de Broederschap hoe dan ook uit het parlement moest worden geweerd, waar zij met 'onafhankelijke' kandidaten naar schatting eenderde van de zetels had kunnen behalen, is vanuit Mubaraks perspectief bezien niet meer dan logisch. Het Egyptische parlement is altijd de spreekbuis van de machthebbers geweest, en nooit de microfoon van de bevolking.

De onderzoeker Ahmed Abdalla, directeur van een onafhankelijke Egyptische denktank, wijst er in een recent essay op dat ook de opstelling van het Egyptische electoraat aan het democratisch tekort debet is. Politieke programma's doen niet terzake in Egypte, zolang de parlementskandidaat maar goed voor zijn eigen kieskring zorgt, zo stelt de commentator (Parliamentary elections in Egypt . . ./Amsterdam Middle East Papers).

Abdalla laat er echter geen misverstand over bestaan dat het Egyptische parlementaire stelsel het zal begeven als het zich niet onverwijld wijdt aan zijn democratische taak en de publieke zaak in de breedste zin poogt te dienen. De onderzoeker was zo optimistisch om president Mubarak het voordeel van de twijfel te gunnen. Was deze zijn ambtsperiode immers niet met een ruim gebaar naar de oppositie begonnen?

Het is ijdele hoop gebleken. Mubarak blijft de Egyptische democratie gelijkstellen aan ja-knikken tegen zijn bewind op smalle basis. De volksvergadering wordt domweg gezien als een stempelkantoor, een onderdeel van de staatsbureaucratie, waar je mond houden goud is. Moslimbroeders of andere opposanten toelaten in zo'n assemblée, zou vloeken in de kerk zijn. Debat ontbreekt in Caïro, en dat wenst de president liever zo te laten ook.

De zoon van Hassan al-Banna, oprichter van de Broederschap in de jaren twintig, toonde zich gisteren niet geïmponeerd. 'Het is niet ons streven in het parlement te komen, maar de islam te onderwijzen', zo zei hij. De islam onderrichten, dat kan overal. Mubarak boekt misschien wel een verkiezingszege, maar de 'heilige oorlog' om de gunst van de Egyptische straat zal hij verliezen.

Guido Goudsmit

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden