Mr. Rijksakademie met pensioen

Hij bedacht de Open Dagen van de Rijksakademie, wat een succesformule bleek. ‘Je krijgt niet zo veel gemeenschapsgeld als je niet een keer de laboratoriumdeuren openzet.’..

Amsterdam Hij zal het blijven benadrukken: Janwillem Schrofer had maar één droom: ‘Het maken van een gastvrije plek waar de individuele kunstenaar zijn talenten kan ontplooien. Met elkaar aan tafel zitten onder een boom, eten, drinken en praten, zoals de oude, Griekse akademie – met een ‘k’. Het instituut Rijksakademie komt op de tweede plaats.’

Van dat instituut had hij 28 jaar de touwtjes in handen. Onder zijn leiding veranderde de Rijksakademie van beeldende kunsten van een traditionele academie in een internationale gemeenschap van kunstenaars. Hij introduceerde de jaarlijkse Open Dagen, naast een eclatant publiekssucces ook een trefpunt van kunstbobo’s uit de hele wereld. Hij trok sponsors aan, zette een kunstenaarvolgsysteem op – om te tonen wie waar exposeert – en verzelfstandigde de academie. Zo ferm is zijn leiderschap, dat hij voor velen de verpersoonlijking is van de Rijksakademie. Vervelend? ‘Een normaal fenomeen. Maar het mag nu afgelopen zijn.’

Per 1 mei gaat ‘Mr. Rijksakademie’ met pensioen. Els van Odijk is de nieuwe, algemeen directeur. Met het oog op de continuïteit is voor zijn opvolging niet buiten de deur gezocht.

Schrofer was van huis uit organisatiesocioloog en bedrijfskundige. In 1982 kwam hij als interim-directeur bij de Akademie met een speciale opdracht. De traditionele Rijksakademie was voor velen een achterhaald fenomeen geworden; ze werd met opheffing bedreigd. Van Schrofer werd een daad verwacht en die kwam in de vorm van een ‘instituut voor praktijkstudie’, waarin kunstenaars met een aantal jaar beroepservaring voor twee jaar een eigen atelier krijgen en een stipendium van 11 duizend euro per jaar.

Iedereen steunde zijn plan, aldus Schrofer, ook al werd het merendeel van de mensen ontslagen. Zelf werd hij de nieuwe hoogleraar-directeur.

Na de invoering van het ateliermodel ‘moest’ de Rijksakademie volgens Schrofer internationaliseren. ‘Nederland is niet zo groot en het was onze opdracht een zinvolle toekomst voor het instituut te zoeken.’ Aanvankelijk richtte de Rijksakademie zich op de westerse wereld. Kunstenaars uit Moskou, New York en Duitsland kwamen binnen en brachten hun netwerken mee. Vanaf 1995 werd ook de niet-westerse wereld binnengehaald. ‘Samen met het ministerie van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking besloten we de deuren open te zetten voor kunstenaars uit Azië, Afrika, Zuid-Amerika.’

Het idee dat uit die landen potentieel weinig kunstenaars komen, wijst Schrofer van de hand. ‘Daar zijn wel degelijk interessante ontwikkelingen gaande.’

Behoedzaam zorgt men ervoor dat de helft van de kunstenaars uit Nederland blijft komen. ‘Uit zelfcensuur, om politieke problemen te vermijden. En we willen geen maanschip worden, zonder inbedding in stad en land.’

Ook de succesformule van de Open Dagen komt volgens Schrofer niet zozeer voort uit visie – ‘wij hebben als instituut geen visie, geen dominante ideologie’ – als wel uit pragmatische redenen. ‘Je krijgt niet zo veel gemeenschapsgeld als je niet een keer de laboratoriumdeuren openzet. Zo kunnen sponsors zien wat we doen.’

Toch ging het in 2004 bijna mis. De Raad voor Cultuur kwam met harde kritiek: de Rijksakademie had een te dure infrastructuur en de verbondenheid met de door de academie georganiseerde Prix de Rome riekte naar belangenverstrengeling.

‘Een ellendig verhaal. We voelden dat we tegenwind zouden krijgen en moesten uiteindelijk zes ton bezuinigen.’ De kunstenaarsplaatsen gingen van 60 naar 55, het personeelsbestand verminderde van 44 naar 33. Maar de Prix gaf Schrofer niet op. Hij trad terug als voorzitter van de stichting, werd secretaris. Hij is nog steeds verbaasd over de rivaliteit van collega-instellingen. ‘Het Sandberg Instituut zei ‘waarom moet er nou zo’n Rijksakademie zijn’. Zulke kinnesinne bestaat in het buitenland niet.’

Nu museaal Nederland zijn koploperschap in de hedendaagse kunst is kwijtgeraakt, zijn instituten als de Rijksakademie, De Ateliers en de Jan van Eyck Academie speerpunten in de beeldende kunst, vindt Schrofer.

Om de kwetsbaarheid van het instituut te verminderen, heeft hij nog een aantal ijzers in het vuur. Bibliotheek en restaurant worden publieker – Schrofer blijft tot in 2011 adviseur bij de verbouwing. En er wordt een stichting opgericht, het Rijksakademie Artists’ Endowment Fund, om ter beschikking gestelde kunstwerken van oud-deelnemers en begeleiders te veilen. Op 1 juni is de aftrap bij Sotheby’s, met 120 werken, later gaat een permanente veilinggallery online. De rente van het zo vergaarde kapitaal komt ten goede aan materiaalbudget van de kunstenaars.

Het initiatief van het Endowment Fund komt van een tweetal kunstenaars, zegt Schrofer, hij is ‘de motor van het geheel’. En voorzitter van de onafhankelijke stichting. Zo blijft Schrofer op afstand betrokken en verzacht hij de pijn van het afscheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden