Mozart moet bruisen

Dirigent Jan Willem de Vriend is vanaf zondag te zien met het tv-programma De Vriend en zijn Helden. Zijn doel: 'Klassieke muziek aardser maken.' Dat lukt hem goed in Enschede, al dan niet met een akkefietje met de Nationale Reisopera.

Dat je alle pianoconcerten van Mozart achter elkaar wilt beluisteren. Nee, dat je ze allemaal wilt beluisteren, maar dan onderbroken door de muzieklessen van dirigent Jan Willem de Vriend, door de aanwijzingen die hij geeft aan zijn Nederlands Symfonieorkest, en door de kleine biografieën van componisten die hij voor je opdist - zoals die van Mozart, 'het Godswonder', de man die zijn symfonieën volstopte met verwijzingen naar de vrijmetselarij.


'Jongens', zegt hij tijdens de repetitie tegen de violisten links van hem: 'Willen jullie die syncopen in het begin heel kort spelen, niet van het rechte pad af, zoals je in die tijd bij veel vrijmetselaars ziet.' Om zich vervolgens naar de violisten aan de andere kant te richten: 'En bij jullie is het dan heel belangrijk dat je de kleine secundo laat klinken, alsof jullie broeders zijn. Dan lukt het hun nooit van het rechte pad af te wijken.' En tegen de blazerssectie tegenover hem: 'En dan laten jullie dat bij de eerste inzet klinken als een triomf, als een feest. Mogen we dat doen? Begin. Allegro.'


Dat je samen met altviolist Michèle Sidener de grond voelt trillen bij de aanzwellende lage C van de contrabassen in Strauss' Also sprach Zarathustra, en begrijpt waarom dát het moment was waarop ze wist: dit is wat ik wil in mijn leven.


Dát gevoel. En dan heb je pas één aflevering van het nieuwe programma De Vriend en zijn Helden gezien.


Volgende week begint de vierdelige serie van NTR Podium. Klassieke muziek aardser maken: dat is wat Jan Willem de Vriend (52) hoopt te bereiken met het programma. Hij had één voorwaarde om mee te doen: het mocht niet alleen over hem gaan. 'Als dirigent ben je nergens als je niet wordt gedragen door je orkest.'


De Vriend is ervan overtuigd dat er een groter publiek is voor klassieke concerten. 'Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat 46 procent van de Nederlanders met enige regelmaat klassieke muziek luistert. Daarvan gaat 1,8 procent naar een concert.'


Hij zegt het er meteen achteraan: 'Klassieke muziek is natuurlijk helemaal niet voor ons gemaakt. Als je Haydn of Beethoven zou hebben gezegd dat hun muziek na tweehonderd jaar nog zou worden gespeeld, hadden ze je ongelovig aangekeken. Misschien is er ook wel helemaal geen plek meer voor een symfonie die 35 minuten duurt zonder dat er iets beweegt behalve de dirigent.'


Orkesten doen er, gedwongen door de bezuinigingen, alles aan om publiek te bereiken dat nooit naar concerten komt. Zo speelt het Gelders Orkest met een carnavalsvereniging. Is er een ondergrens?

'Ik vind: klassieke muziek is voor overal en voor iedereen, maar de grens ligt bij uitsluitend oppervlakkigheid en amusement. Ik gruw ervan als ik de Vijfde van Beethoven verkwanseld hoor door een domme dreun. Klassieke muziek is een enorme verrijking van je leven. De muziek van Mendelssohn - wist je dat hij ook schilderde? - zijn levende schilderijen. Je hoort de bomen ruisen, het beekje gaan, je krijgt vergezichten die je nooit hebt gezien, zo knap gecomponeerd. Ik merk, ook weer bij die openbare repetities, dat mensen helemaal niet meer zijn gewend om zo te luisteren. Die denken: muziek is mooi of niet, en meer kan het niet doen.'


Wat wilt u dat ze horen?

'Dat het leuk kan zijn, onderhoudend, grappig. Of heel intens, serieus, beeldend. Of vertellend, soms bijna met de wijsvinger gespeeld: leer hiervan! Zoals Haydn in zijn Militaire Symfonie laat horen dat militarisme leidt tot leegte: na de climax stort alles in elkaar.'


Een les muziekgeschiedenis bij een overenthousiaste meester De Vriend thuis. je moet je best doen om alle woorden te verstaan, zo snel spreekt hij. Het begint bij Beethoven, die in zijn Negende Symfonie een stoommachine imiteerde - eentje die ze in die tijd in Wenen bouwden: een vuur met verschillende ketels en heel veel veiligheidsklepjes. Uit de mond van De Vriend klinkt gefluit, geratel van klepjes, hij versnelt het ritme, laat de machines trillen. Dan gaat het in rap tempo door: bij Vivaldi hoor je de boekdrukkunst die net was uitgevonden. Bij Carl Philip Emmanuel Bach de geldtelmachine. De viool werd uitgevonden voor de eerste eindeloze toon, niet geheel ontoevallig in dezelfde tijd dat het spinnewiel veel werd gebruikt. Het is die taal van de muziek, zegt De Vriend, waarvan wij zo ver af zijn geraakt. Hij weet het zeker: 'Hoe meer je mensen kunt vertellen over muziek, hoe meer ze er in horen, hoe leuker ze het vinden.'


Hij was 6, 7 jaar oud: 'Toen draaide ik Mozart al kapot.' Hij was de enige thuis voor wie muziek alles was. 'We moesten wel een instrument spelen, maar doorgaan in de muziek, dat vonden mijn ouders niet nodig.'


Wat hoort een kind van 6 in de muziek van Mozart?

'Een levensenergie die doet bruisen. Het was alsof ik beter ging kijken, ruiken, horen.'


Op zijn 10de kreeg hij eindelijk de viool van zijn overleden grootvader. Die had jaren onder het bed van zijn ouders liggen lonken. 'Ik moest van mijn ouders eerst op blokfuit bewijzen dat het me ernst was.' Op zijn 13de ontdekte hij Bach, Telemann, Monteverdi, en kocht hij met zijn goede vriend René, cellist, de bladmuziek van de Negende van Beethoven. 'Zaten we de hele zaterdag de eerste en tweede viool te oefenen.'


Begreep u op die leeftijd al wat u speelde?

'Het was een magneet die trok. Ik wilde het snappen. Weten. Dan las ik ergens bijvoorbeeld dat ooit tijdens de vertolking van de Negende, in het tweede deel, bij de paukenslag, het publiek opstond en zo hard 'bravo' riep, dat het orkest uit elkaar vloog en weer opnieuw moest beginnen. En dan zit je zelf bij dirigent Hein Jordans van het Brabants Orkest. 12 was ik, te wachten op die paukenslag, denkend: dit wordt het moment. En toen gebeurde er niks.'


In Brabant, waar de familie De Vriend woonde, was hij de beste leerling op de viool. Op het conservatorium in Amsterdam, waar hij op zijn 17de heen ging, was hij de slechtste van de beteren. 'Dat was schrikken.'


Want u zag uzelf als solist?

'Nou, niet als de nieuwe Yehudi Menuhim. Wel als iemand die zichzelf los zou kunnen spelen.'


U bedoelt: opvallen.

'Dat is inherent aan de positie van eerste violist. Kijk naar een orkest: violisten zijn vaak de initiatiefrijkste mensen. Als ensembles worden geformeerd, is het een violist die alles regelt. Veel violisten worden dirigent.'


Na het conservatorium richtte hij het Combattimento Consort op: een ensemble voor 17de- en 18de eeuwse muziek. 'Met lotgenoten die muziek verder uitspinnen. Lekker spelen en niet zeuren. Daarmee bedoel ik: als we op zondag moesten repeteren was dat geen discussiepunt, want dat wilden we allemaal. En als we 's nachts naar Frankrijk moesten voor een concert de volgende dag, deden we dat ook. We zijn nu dertig jaar bezig en we hebben nog steeds die drive.'


Wanneer wist u dat u dirigent wilde worden?

'Dat gaat vanzelf. Als we met het ensemble in grotere bezetting speelden, zei ik: 'Ik dirigeer wel.' Op mijn 30ste werd me aangeboden om Schumann te dirigeren. Schumann! Dat heb ik met beide handen aangenomen. Daarna werd ik vaker gevraagd.'


Wie waren uw voorbeelden?

'Bernstein, om zijn hele uitstraling. Abbado, zeker zijn Schuberts. En Harnoncourt, hoe tegenstrijdig dat ook lijkt met Abbado. Want Harnoncourt is de dwarsligger in de uitvoeringspraktijk. De rebel. Abbado is meer van de gevestigde orde.'


Wat is volgens u de belangrijkste bagage in de rugzak van een dirigent?

'Hij moet weten wat hij met de muziek wil zeggen. Ik heb een godsgruwelijke hekel aan dirigenten die voor de spiegel hun lesjes hebben geleerd en het orkest inhoudsloos perfect laten spelen. Het publiek ziet ze graag. Mooie haren. Mooi pak. Intense blik. Nou, daar prik ik zo doorheen.'


Herman Krebbers, de violist, zei ooit tegen hem, verwijzend naar de verhouding tussen dirigent en orkest: 'Eenderde vindt je geweldig, eenderde vindt je de slechtste die ooit op de bok stond, en eenderde kan het niks schelen. 'Dus dan begin je met je energie steken in die 30procent die jou niet ziet zitten.'


Hoe hij, zes jaar geleden als opvolger van Jaap van Zweden bij het - toen nog - Orkest van het Oosten begon: 'Niets persoonlijk maken. Niet zeggen: 'Je speelt niet mooi.' Dan krijg je terug: 'Ik speel mijn hele leven al heel mooi, maar jij kan niet dirigeren.' Ik praat altijd vanuit de partituur, want dan spreek je mensen op hun professionaliteit aan. Ik zeg niet alleen: 'Wilt u hier zachter spelen.' Ik leg ook uit waarom.'


Toen u in 2006 begon, was het Orkest van het Oosten een goede middenmoter onder de regionale orkesten. De laatste twee jaar begint op te vallen: in Enschede gebeurt iets bijzonders. Daar moet u een plan voor hebben gehad.

'Dat klopt. Maar dat plan had ik niet alleen, dat had ik samen met Harm Mannak, de zakelijk leider.'


Wat behelsde dat plan?

'Ik wilde veel nieuwe stukken spelen, zodat het orkest niet op routine kan terugvallen. En we hebben een ensemblecultuur in het orkest gebracht. Dat betekent: je houdt niet op voordat het klaar is, je gaat voor de club en voor de muziek. Wat mij opviel bij grote orkesten was een zekere mate van uitgeblustheid. Ik heb eens voor het Residentie Orkest gestaan, en daar kreeg ik de neiging om aan de concertmeester te vragen of ik een stretcher voor hem moest halen. Ik dacht: dit kan niet waar zijn. Mensen kopen voor 30 euro een kaartje, als je niet in staat bent om daarvoor je werk te verrichten, moet je iets anders gaan doen.'


Zagen de musici het zitten, wat jullie hadden bedacht?

'Ze waren het niet meer gewend zichzelf af te vragen: waarom dit stuk? Waarom op deze manier? Als je lang hebt gewerkt met dirigenten die alleen maar zeggen: dat is te hard, dat is te zacht - dan neem je geen initiatieven meer. Maar gisteren, met Le Nozze di Figaro in Amsterdam, was ik apetrots op dat orkest. Ze speelden als een stel jonge honden.'


De Beethovencyclus van het Nederlands Symfonieorkest kreeg juichende recensies. Hun Eerste van Mahler werd in het Engelse tijdschrift Gramophone 'een must voor iedereen die van Mahler houdt' genoemd. Onlangs, met Le Nozze di Figaro, een productie van de Nationale Reisopera, schreef Trouw dat De Vriend met zijn orkest 'een spitse, gedreven en scherpe interpretatie van Mozarts partituur uit de orkestbak toverde.'


De Vriend wil het nu maar eens gezegd hebben: 'Enschede wordt, als het aan mij ligt, na Amsterdam het tweede muzikale centrum van Nederland. Met het Nederlands Symfonieorkest als centrum, een fantastisch koor, Consensus Vocalis, en de creatiefste opera.'


In oktober, na de naamswijziging, ontkende Harm Mannak nog dat jullie nationale ambities hadden.

'Ik vind dat je daarin eerlijk moet zijn. Die hebben we wel. Harm ook.'


Voor de duidelijkheid: als De Vriend het heeft over 'de creatiefste opera', bedoelt hij niet de Nationale Reisopera, óók gezeteld in Enschede. In januari verrasten hij en zakelijk directeur Mannak iedereen door onder de naam Stichting Aurora (waarin ook het Combattimento Consort zit) een aanvraag in te dienen voor rijkssubsidie voor een operagezelschap. Daarmee vechten ze nu om dezelfde 3,5 miljoen euro waarop De Nationale Reisopera aanspraak wil maken.


'Een dolksteek in de rug', klonk het in de krantenkolommen. Guus Mostart, intendant bij de Nationale Reisopera, zei volledig verrast te zijn door het concurrerende plan.


De Vriend: 'Mostart heeft het beeld laten ontstaan dat wij de Reisopera willen killen. Onzin. Met de subsidiekorting die de Reisopera vanaf 2013 te verwerken krijgt - ze gaan van 9 miljoen naar 3,5 miljoen - is er sowieso geen Reisopera meer. Dan word je een productiebureau.'


Wat was voor u de belangrijkste reden om subsidie aan te vragen voor een operagezelschap?

'Dat er vanuit de Nationale Reisopera geen bereidheid was om met ons mee te denken. Ons orkest heeft van het Rijk de verplichting twee keer per jaar een opera van de Reisopera te begeleiden. Prima. Maar als er door Guus Mostart een dirigent was gekozen die wij voor ons orkest niet goed vonden, was er niet over te praten. Deden we een suggestie voor een solist of dirigent met wie wij als orkest in dezelfde periode ook wilden werken, zodat we kosten konden besparen: niet over te praten. Ze hebben ons eens voor een hele grote opera gevraagd in de paastijd. Zeiden wij: 'Dat moet je niet doen, dan zitten alle musici te schnabbelen bij een Mattheüs Passion. Doe die grote opera in oktober en iets kleiners in de Mattheüstijd.' Ook weer: niet bespreekbaar. Nou ja, zo is dat acht, negen jaar gegaan. Ik had nog bijna Figaro niet mogen dirigeren omdat ik nota bene twee jaar van tevoren had aangegeven dat ik één avond niet kon.'


Toen werd het oktober 2011. Het Nederlands Symfonieorkest was gevraagd voor een groot sponsorconcert in het buitenland, oktober 2013. 'Een belangrijk concert voor ons, ook financieel. Van het kabinet moeten we eigen inkomsten binnenhalen. De Reisopera wilde ons in diezelfde periode hebben. Wij hebben toen gezegd: dat kan niet, we hebben een belangrijke aanbieding uit het buitenland. Toen zeiden zij: 'Daar hebben we niks mee te maken, we kunnen onze planning niet op jullie afstemmen.'


U wilt zeggen: ik kon geen andere kant op dan zelf een operagezelschap oprichten.

'Nou, er is ook een artistieke reden voor. Guus Mostart heeft veel mooie dingen gemaakt. Zijn Wagnercyclus was echt van grote klasse, net als Hippolyte et Aricie van Rameau, Medea van Cherubini. Maar het niveau is wisselend. Opera kan ook leuk zijn. Het hoeft niet allemaal grijs. Ik heb eens uit de zaal gehoord dat je bij de Reisopera het beste je ogen dicht kunt houden, omdat elke keer diezelfde grijze pakjes zo afleiden van de muziek. Dat willen wij niet.' Als wij opera gaan doen, komt het klassieke theater terug. Met een heldere uitleg van de verhaalvorm. Daar is volgens mij enorme behoefte aan. Overigens: als onze plannen doorgaan, worden het allemaal internationale coproducties. Daar heb ik met het Combattimento Consort al ervaring mee opgedaan. Je móét, zeker in deze tijd, efficiënt en kostenbesparend zijn. Dat vind ik ook zo idioot aan de situatie in Enschede nu: hier zitten wij, daar zit de Reisopera. We hebben twee loonadministraties, twee schoonmaakbedrijven, twee koffiejuffen, twee communicatieafdelingen. Als je dat samenvoegt, heb je meer geld voor mooie producties.'


De afgelopen maanden dirigeerde De Vriend Le Nozze di Figaro met de Nationale Reisopera. Tijdens de repetities was het soms 'psychologische oorlogsvoering. Dan stond Guus met een kop koffie in de hand van een afstand onafgebroken naar me te kijken.'


Hoe gaat u daar mee om?

'Er is een moment geweest dat ik zat te trillen. Maar wat kun je doen? Gewoon doorgaan met werken lijkt me het beste.'


En het koor? Dat zal u ook niet gunstig gezind zijn geweest.

'Dat zie je verkeerd. Ik heb zelfs mail gekregen van mensen uit het bedrijf die anoniem willen blijven: 'Hou vol. We zien wat er gebeurt. We staan achter je omdat je voor je werk blijft gaan.'


In juni adviseert de Raad voor Cultuur welke instellingen subsidie krijgen. Stel, het geld gaat naar Opera Aurora. Gaat u dan nog samenwerken met de Nationale Reisopera?

'In mijn laatste gesprek met Mostart - een prettig gesprek waarin we veel hebben uitgesproken - heeft hij gezegd dat samenwerking in dat geval uitgesloten is.'


En als zij het geld krijgen?

Toch een beetje operadrama: 'Als ze ons geen vrijheid geven in onze planning, als we daardoor inkomsten missen die we nodig hebben, dan bestaan we niet meer.'


NTR Podium: De Vriend en zijn Helden is vanaf 6 mei om 13 uur op Nederland 2 te zien. Er komen vier afleveringen. In de eerste aflevering de vraag: 'Hoe word je musicus?' De Vriend repeteert drie pianoconcerten van Mozart met de broers Lucas en Arthur Jussen. Hij spreekt met hen over hun muzikale opvoeding en vertelt over de relatie van Mozart met zijn vader Leopold. Ook de orkestleden gaan in op de beslissende rol van ouders en docenten op weg naar een professionele carrière.


CV Jan Willem de Vriend

Jan Willem de Vriend (Leiden, 1959) werd als violist opgeleid aan het Conservatorium van Amsterdam en het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. In '82 richtte hij het Combattimento Consort Amsterdam op, gespecialiseerd in 17de- en 18de-eeuwse muziek. Het ensemble speelde, ongewoon in die tijd, op nieuwe instrumenten. Sinds 2006 is De Vriend chef-dirigent en artistiek leider van het Nederlands Symfonieorkest. Hij is getrouwd met operaregisseur Eva Buchmann.


Reactie Mostart

In een reactie op het interview zegt Guus Mostart, intendant bij de Nationale Reisopera, zich niet te herkennen in de uitspraken van Jan Willem de Vriend over de kwaliteit van zijn opera's. 'We zijn juist uitermate trots op onze ijzersterke reputatie in binnen- en buitenland. Ik weet ook niet waarop De Vriend zijn mening baseert. Noch hij, noch de directie van het Nederlands Symfonieorkest, komt naar onze voorstellingen als hij ze niet dirigeert.'


Volgens Mostart was er tot de concurrerende subsidieaanvraag van Opera Aurora sprake van een normale werkrelatie tussen opera en orkest. 'Net als met de andere orkesten waarmee we werken. Maar de autonomie van de planning en de keuze van dirigenten ligt bij ons, dat is ook vastgelegd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden