Nieuws No Surrender

Motorcluboprichter Klaas Otto voor de rechter: Ik was helemaal niet de baas van No Surrender

Hij verliet de inmiddels verboden motorclub No Surrender al in 2016. Toch moet oprichter Klaas Otto zich voor de rechtbank verantwoorden als leidinggevende van een criminele organisatie. Niks van waar, zegt hij. ‘Een beetje toeren met een leuk clubje, dat was het idee.’

Klaas Otto (rechts), familieleden en zijn advocaat arriveren op 23 augustus 2018 bij de rechtbank van Breda voor een afpers-, witwas- en mishandelingszaak. Beeld Foto ANP

Een rechtszaak tegen de oprichter van een inmiddels verboden motorclub. Een club die hij, een man die al een gevangenisstraf van 6 jaar uitzit voor andere delicten, jaren geleden al verliet. Een rechtszaak die enkele weken geleden geen doorgang vond omdat de verdachte ter zitting zijn advocaat ontsloeg, naar eigen zeggen omdat hij geen vertrouwen meer had in zijn raadsman.

Diezelfde advocaat, Louis de Leon, zit nu, twee weken later, weer naast de verdachte – alsof er niets is gebeurd. ‘Het vertrouwen is kennelijk hersteld’, merkt de voorzitter van de rechtbank op.

Absurdistische synopsis

Tot zover de tamelijk absurdistische synopsis van het proces tegen Klaas Otto (51), alias ‘de Generaal’, oprichter van ‘outlaw motorclub’ No Surrender. Otto werd oktober vorig jaar veroordeeld tot 6 jaar cel voor zware mishandeling, bedreiging, afpersing en witwassen van 1,3 miljoen euro. Zowel hij als het Openbaar Ministerie (OM) ging in beroep.

Vorige maand is No Surrender door de rechtbank in Assen verboden, nadat eerder de Hells Angels en Satudarah datzelfde lot trof. Otto verliet No Surrender eind 2015 of begin 2016. Niettemin wordt hem nog leidinggeven aan een criminele organisatie verweten. Advocaat De Leon overlegt de rechtbank een handgeschreven brief van Otto. ‘Daarin geeft hij wat inzicht in zijn betrokkenheid bij besprekingen die er geweest kunnen zijn’, klinkt het wat cryptisch. Otto: ‘Als u de brief leest, begrijpt u het.’

‘Een beetje toeren, met een leuk clubje, dat was het idee’, verklaarde Otto eerder over de oprichting van No Surrender in 2013. Daarvoor verliet hij een andere motorclub, Satudarah. Zijn lezing van dat vertrek: onenigheid met het bestuur. ‘Wij wilden het anders doen.’ Volgens anderen wilde Otto een nalatenschap en eeuwige roem als oprichter van een eigen club, die ook naar zijn smaak veel sneller groeide dan de bedoeling was. ‘Dan heb je het allemaal niet meer onder controle.’

Broeinest van geweld en drugshandel

De vervolging van Otto is onderdeel van groter proces, door justitie in Noord-Nederland met veel aplomb gepresenteerd. Het begon met ontmanteling van het No Surrender-clubhuis van het chapter Emmen, in 2017. Maandenlang was er afgeluisterd. Het zou een broeinest zijn geweest van geweld en drugshandel. Inmiddels fameus zijn de ‘regelmatige hak- en snuifgeluiden’ die volgens justitie op de heimelijk gemaakte tapes te horen zijn. Captain Henk Kuipers werd aangehouden. Die mag zijn vervolging inmiddels onder voorwaarden in vrijheid afwachten.

Voor de rechtbank zijn drie vragen belangrijk. Was No Surrender een organisatie? Was het oogmerk van die organisatie het plegen van criminele activiteiten? En was Otto leidinggevende van die organisatie in de periode februari 2014 tot en met september 2016?

‘Dossier Harka’ is een omvangrijke zaak, met veel getapte telefoongesprekken, notulen van vergaderingen, huishoudelijke reglementen en verklaringen. Otto zou daaruit naar voren komen als de grote leider, hoogste in rang, een alleenheerser die anderen de wet voorschreef.

Maar de Generaal zelf bagatelliseert zijn rol. Een boegbeeld was Otto naar eigen zeggen vooral voor de buitenwereld, omdat hij met de media sprak. ‘Een soort persvoorlichter’, zeker geen leidinggevende. Het Noorden, daar had hij als Brabander al helemaal geen bemoeienis mee. ‘Het Noorden is voor ons net zo ver als Spanje. Je kunt niet zien wat daar allemaal gebeurt.’

Interne hiërarchie en mores

De rechtbank wil alles weten. Over de interne hiërarchie, over de mores, over zijn invloed. Maar die wordt schromelijk overdreven, als we Otto mogen geloven.

Over loyaliteit: ‘Voor mij was het een hobby. Als ik moest werken, ging dat voor de club.’

Over interne regels: ‘Als je bij een voetbalvereniging zit, mag je ook niet buitenspel staan.’

Over uitstraling naar buiten: ‘Sommigen slapen erin, maar ik had nooit een hesje aan.’

Over ‘bad standing’, hardhandig de club uitgezet worden: ‘Niemand heeft ooit klappen gehad waar ik bij was.’

En die clubtatoeages? Die waren in zijn tijd niet verplicht, zegt Otto. Die van hem heeft hij al weggehaald. ‘Ik had hem onder mijn oksel gezet, zodat niemand hem zag.’ 

Wanneer het proces verdergaat, hangt af van de advocaat van Henk Kuipers. Die zou ziek in het buitenland zitten. Maar voor Klaas Otto is alles al duidelijk: bij No Surrender ontspoorde de boel pas na zijn vertrek. ‘Als ik  dit allemaal hoor, denk ik: niet meer dan terecht dat deze club verboden wordt. Daar ben ik het 100 procent mee eens.’

Klaas Otto en de juridische strijd tegen motorclubs

Een profiel van Klaas Otto, ‘de Brabantse Holleeder’.

Motorclubs worden altijd zwartgemaakt, zei Henk Kuipers tijdens een zelf belegde persconferentie. ‘Wij doen aan motorrijden.’

Outlaw motorclubs verbieden, heeft dat zin?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden