Mosterdijs

Thee-ijs, roomijs met brood, kaneelijs, amberijs, truffelijs, anijsijs, rijstijs, rozenijs, kastanje-ijs, mosterdijs, boterijs, selderij-ijs en natuurlijk ook kersen-, frambozen-, citroen- en aardbeienijs....

IJs maken ging toen uiteraard anders dan nu. Mogelijk heeft u een ijsmachine in de keuken staan, anders stopt u bakken met een room- of sorbetmengsel in het vriesvak van de koelkast of in de vriezer.

Onze voormoeders gebruikten ijsbussen die van tin of stevig blik waren: 'zij behooren rond te zijn, ter hoogte van een en een halve à twee palmen, en over doorsnede zeven à acht duim', aldus de niet met name genoemde schrijver van het handboek. De bus werd met het mengsel dat moest bevriezen in een wijde emmer geplaatst en de tussenruimte werd opgevuld met ijs. In die emmer zat in de bodem een kurk, 'waardoor men het water kan laten afloopen, wanneer zulks noodig is'. En ook toen regelmatig roeren en omscheppen om ongelijkmatige bevriezing te voorkomen.

Voor thee-ijs werd pecco-thee gebruikt: 'Sla vier eijeren in eene casserol met eene kan room drie onsen suiker en drie looden pecco-thee, laat het onder bestedig slaan koken en weder koud worden, doe het door een zeefje in de ijsbus.'

Kastanje-ijs: 'Men stoot gebradene en geschilde kastanjes zeer fijn: doe dan op vijf onsen daarvan eene kan room, laat het onder gestadig roeren opkoken, verzoet het met witte suiker, en vries het.'

Roomijs met brood: 'Men kookt eene kan room met een stokje vanielje, giet dit op een stuk roggebrood, en laat er dit goed in doorweken: doe het dan door eene zeef, pers het goed uit, verzoet het met twee onsen fijne suiker, doe het dan in de vriesbus.'

Mosterdijs: 'Neem een theelepeltje vol goeden sterken mosterd, het sap van zes citroenen, doe er een weinig water en de noodige suiker bij, doe het dan door een servet in de bus, en laat het vriezen.'

Selderij-ijs: 'Men neemt schoone witte selderijbollen, schilt ze af, snijdt ze aan stukken, en kookt ze in water zeer week: roert dezelve dan door eene haarzeef, verdun het met witten wijn, doe er raffinadesuiker bij, en vries het.'

Of liever viooltjesijs? 'Men neemt daartoe het sap van deze bloempjes, doet er een weinig citroensap en water bij, en vries het.'

Nog een: chocolade-ijs met wijn. 'Doe een vierde gedeelte van eene flesch water in eene casserol met dertien looden suiker, en even zo vele geraspte chcolade: laat dit opkoken, doe het dan door een fijn zeefje in de bus, giet er eene halve flesch wijn bij, en laat het vriezen. Men moet aanmerken, dat alle wijnijzen niet zoo ligt vriezen als de van room te zamengestelde.'

Laat die restaurants maar eens oud-Hollands ijs op de kaart zetten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden