'Moslimwetten zullen Atjeh vrede brengen'

Bij de ingang van het voorterrein van de grote Baturrahman-moskee in Banda Atjeh staat een bord, dat waarschuwt dat voorbij de poort de moslim-kledingwetten gelden....

Welke straffen er staan op blote schouders is nog niet bekend. Daarover moeten wetgevers, politie en islamitische geestelijkheid het nog eens worden. En 'de uiteindelijke straf', zegt Thantawi Ishak, secretaris van het provinciebestuur, 'komt van Allah, omdat het voorschrift het lichaam te bedekken uit de heilige Koran zelf komt.'

Atjeh lijkt klaar om de sharia in te voeren. Terwijl schriftgeleerden, provinciebestuurders en juristen zich nog buigen over een stuk of twintig nieuwe wetten, begint de politie alvast richtlijnen uit te vaardigen. Twee weken geleden werden alle kappers en schoonheidssalons gewaarschuwd dat het afgelopen moest zijn met gemengd knippen, en al helemaal met niet nader genoemde 'verboden activiteiten' in schemerige achterkamers. Deze week zijn de kledingvoorschriften aangekondigd.

Het zijn de uiterlijkheden van een maatregel die het gezicht van Atjeh wezenlijk moet veranderen. 'De sharia is de sleutel tot de vrede in Atjeh', zegt Azwar Abubakar, vice-gouverneur van de door oorlog geteisterde provincie. 'Zonder de sharia kan er geen vrede zijn.'

De sharia is een bijproduct van de 'speciale autonomie' die de regering in Jakarta begin dit jaar aan Atjeh heeft geschonken. Die autonomie moet de Atjehse drang naar onafhankelijkheid temperen. In plaats van onafhankelijkheid biedt Jakarta Atjeh de komende acht jaar 70 procent van de opbrengst van de gas- en oliewinning in de provincie. Bovendien 'schenkt' de regering het zeer religieuze Atjeh het recht om de moslimwetgeving in te voeren.

Critici zien zowel de autonomie als de sharia als een zoethoudertje. De ervaringen uit het verleden voeden de scepsis. Atjeh is al eerder 'speciale autonomie' beloofd, en ook de sharia zou al eens worden ingevoerd. Maar in de praktijk is daar niets van terechtgekomen.

'Jakarta bepaalt wat Atjeh krijgt. En dat zal niet zijn wat Jakarta belooft', zegt Sofyan Tiba, onderhandelaar van de gewapende Beweging Vrij Atjeh (GAM). Hij weet bijna zeker dat Jakarta nooit 70 procent van de olie- en gasopbrengst aan Atjeh zal geven. 'Indonesië heeft enorme schulden. De regering heeft nu al een tekort van tachtig triljoen rupiah (tien miljard euro) op de begroting. Zelfs als ze zouden willen, kunnen ze dat geld niet missen.'

De moslimwetgeving ontmoet even veel scepsis. 'In 1976 vroeg Atjeh zelf om die wetten, en toen zei de regering nee. Nu komt het de regering van pas om de sharia aan te bieden, om de autonomie die Atjeh niet wil, te kunnen doordrukken. Het is een puur politieke actie', zegt Yusni Sabi, hoofddocent aan de universiteit van Banda Atjeh.

Toch is Sabi zelf betrokken bij het opstellen van de nieuwe wetten, want 'ook al wordt er een politiek spel gespeeld met de sharia, er zit toch iets goeds aan deze wetgeving. Het gaat niet om hoofddoeken, we zullen geen handen van dieven afhakken. Het gaat om een nieuw respect voor de religie.'

Vice-gouverneur Abubakar ziet in de moslimwetgeving de uitweg uit de impasse waarin Atjeh verkeert. De mensen worden heen en weer geslingerd tussen onafhankelijkheid, waar de GAM voor vecht, en Indonesië, dat met alle geweld de eenheid van het land wil bewaren.

Abubakar: 'Door de moslimwetgeving worden de mensen gedwongen tot een derde keus: die van 'ahlalahul karima', goed leven. Het leert ze beleefdheid, respect, liefde. De kinderen zullen op school weer over godsdienst leren. De 'zakat' wordt ingevoerd: de regel dat iedereen 5 procent van zijn geld afstaat voor de armen. Dat maakt mensen gevoelig voor wat er met die armen gebeurt. De sharia beschermt tegen morele decadentie.'

In kapsalon July knipt Zulkanain ('Zul') nog altijd mannen en vrouwen. Omdat hijzelf allebei is, of geen van beiden. 'Ben ik een man? Ben ik een vrouw? Ik weet zelf niet waar ik sta. Ik ben homo.' Zul is wel de enige die mannen knipt. Meisjes knippen geen heren - zo gescheiden is de kapsalon natuurlijk wel.

De ooit bloeiende salon maakt moeilijke tijden door. Dat begon met de opkomst van de 'jilbab', de hoofddoek: vrouwen met een hoofddoek hoeven niet elke week naar de kapper. Dat halveerde de klandizie. De aankondiging van de politie dat kappers zich voortaan aan de regels van de sharia moeten houden, joeg vervolgens ook de mannen weg. Zul: 'Mannen nemen liever het zekere voor het onzekere en gaan naar de barbier. Zij zijn bang.'

Ook Zul is bang, al geeft hij dat maar schoorvoetend toe. Hij is bang dat de moslimwetgeving zijn leven als homo onmogelijk zal maken. Zoals in het naburige Maleisië - waar stokslagen en zware gevangenisstraffen staan op homoseksueel verkeer.

Tot nu toe is homoseksualiteit in Atjeh nooit een probleem geweest. Zuls volleybalteam Waria (een samentrekking van wanita - vrouw - en pria - man) van uitsluitend homo's is zelfs een populaire attractie op volleybaltoernooien. Dat zal niet op slag veranderen, denkt Zul.

Maar in zijn stem klinkt twijfel. 'Ach, we zullen zien', wuift hij de opkomende somberheid weg. Hij zet de tondeuze weer op het jongenshoofd in de stoel. 'We zullen zien.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden