Moslims zijn de katholieken van 1853

In de negentiende eeuw zagen protestanten de katholieken als bedreiging voor de Nederlandse cultuur. Net als toen zal de huidige angst voor de islam voorbij gaan, meent Ronald van Raak....

In januari startten enkele jonge Marokkanen het initiatief Koerswijziging.nl. Doel is een alternatief te bieden voor het negatieve beeld dat volgens hen in de media van Marokkaanse Nederlanders wordt geschetst. De initiatiefnemers doen een beroep op de 'intrinsieke kracht' van de Marokkaanse gemeenschap een eigen plek te vinden in de Nederlandse samenleving. In een Manifest constateren de geïntegreerde Marokkanen een veranderende houding van niet-Marokkaanse landgenoten: 'Wij zien vandaag de dag angst in blikken op straat en horen onwetendheid doorklinken in dagelijkse gesprekken. Men neemt vaak de moeite niet meer om die gesprekken met ons zelf te voeren. Wat is deze angst?'

Abou Jahjah, de voorman van de Arabisch Europese Liga, heeft de oorzaak voor deze angst snel gevonden: 'De media zijn verdeelzaaiers. Moslims worden afgeschilderd als wezens die niet alleen gevaarlijk zijn voor dit land, maar voor de gehele mensheid.' Vooral NOVA kreeg ervan langs, het programma dat in juni vorig jaar opnamen uitzond die waren gemaakt in moskeeën waar radicale imams verdedigden dat vrouwen hun man geen seks mogen weigeren en dat mannen hun vrouw mogen slaan. Ook vroegen zij Allah Zijn toorn te laten neerkomen op niet-moslims.

In de hoop de taal in moskeeën te temperen, worden imams die nu naar Nederland komen, verplicht een inburgeringcursus te volgen. Daar worden zij bijgepraat over grondwettelijke principes als de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst en de gelijkwaardigheid van mensen. 'In Nederland is onduidelijk waar de grens ligt, wat wel mag en wat niet', stelde Driss el Boujoufi, voorzitter van de Marokkaanse moskeevereniging Ummon, op 14 juni 2002 in deze krant, in een reactie op de NOVA-uitzendingen.

El Boujoufi heeft gelijk. Niet alleen door moslims, ook door protestanten, katholieken, liberalen en socialisten wordt de Nederlandse grondwet, waarvan in 1848 de basis werd gelegd, op verschillende manieren uitgelegd. De vrijheid van meningsuiting is soms onverenigbaar met de godsdienstvrijheid, die op haar beurt vaak op gespannen voet staat met het principe van gelijkwaardigheid.

Die meerduidigheid van de grondwet bleek ook 150 jaar geleden, toen in Nederland bisschoppen werden benoemd.

In 1853 hield niet de angst voor moslims, maar voor rooms-katholieken de Nederlander in de ban. Met een beroep op de grondwet van 1848 besloot het Vaticaan tot de benoeming van bisschoppen. Dit leidde op 1 april tot een petitiebeweging, die in twee weken ruim 200.000 handtekeningen opleverde. Deze Aprilbeweging ging gepaard met een volksopstand: katholieke geestelijken werden op straat bespot en katholieke dienstboden ontslagen. Protestanten meden winkels van katholieken. Een stroom aan brochures, pamfletten, spotprenten en straatliedjes wakkerde de angst voor de rooms-katholieke kerk aan: 'Het monster moet vallen. Zijn trotschheid vernederd, zijn heerschzucht geknot!'

De Fakkel omschreef de paus op 1 april 1853 als 'een man die een vorst der vorsten is en over de 1.200.000 Roomsche zielen in Nederland oppermagtig gebiedt'. Sinds de jaren 1840 had een voorzichtige katholieke emancipatie plaatsgevonden: katholieken bouwden kerken en kloosters en in 1845 werd het katholieke dagblad De Tijd opgericht. De grondwet van 1848, die de benoeming van bisschoppen mogelijk maakte, was een volgende stap in de katholieke emancipatie. In de ogen van conservatieve protestanten was dit een bedreiging voor de kracht en eenheid van de Nederlandse cultuur.

De angstige blikken, waarover Marokkanen nu spreken, zijn waarschijnlijk vergelijkbaar met die waarmee katholieke minderheden 150 jaar geleden te maken kregen. Weinig vertrouwen was ook toen in de 'intrinsieke kracht' van de katholieken. Ook zij werden destijds gezien als een gemakkelijke prooi voor religieuze leiders. In 1853 was er angst voor de bisschoppen, de herders die de katholieke kudde oppermachtig zouden gebieden. Nu is er de angst voor imams, die zich volgens sommigen meester maken van de zielen van naïeve moslims.

De angst voor andere religieuze culturen is mede gevoed door de idee van 'the clash of civilizations', in 1993 verwoord door de Amerikaanse politicoloog Samuel P. Huntington, waarbij de geschiedenis wordt voorgesteld als een voortdurende strijd tussen onverenigbare culturen. In Nederland werden dergelijke noties in 1997 in vulgaire vorm uitgewerkt door Pim Fortuyn, die in Tegen de islamisering van onze cultuur de christelijke Nederlanders opriep ten strijde te trekken tegen de 'achterlijke' islamitische cultuur. De strijd die Fortuyn namens het christendom wilde aangaan met de islam was niet in de eerste plaats een verdediging van een religie, maar uiting van een onvermijdelijke botsing tussen culturen.

De geschiedenis gaf de angstige 'cultuurabsolutisten' ongelijk;de benoeming van bisschoppen in 1853 was een volgende stap in de emancipatie van de katholieken, die door de organisatie van een katholieke zuil een eigen plaats kregen in de Nederlandse samenleving. De angst die in 1853 voor naïeve katholieken was gebaseerd op radicale aspecten van het rooms-katholicisme. Ook de huidige verontwaardiging over de 'achterlijke' moslims is uiterst selectief. De angst voor moslims, die voornamelijk wordt geprojecteerd op radicale imams, blijkt nadelig voor andere islamitische groepen.

De selectieve angst voor andere religieuze culturen kan zijn ingegeven door politiek profijt; religieuze gevoelens zijn vaak een vruchtbare bodem voor politiek protest. In 1853 gebruikten conservatieve protestanten de religieuze onrust om de liberale regering-Thorbecke ten val te brengen.

Voor zijn tragische dood in mei 2002, maakte Fortuyn met succes gebruik van de angst voor moslims om het mislukte integratiebeleid van Paars te bekritiseren. Dezelfde polarisatie biedt Abou Jahjah nu de kans om de groeiende anti-Westerse sentimenten onder jonge moslims te mobiliseren.

In 1853 maakten conservatieve protestanten gebruik van de religieuze strijd om hun eigen interpretatie van de grondwet door te drukken. Voor katholieken was de vrijheid van godsdienst aanleiding ernst te maken met een eigen katholieke organisatie, maar protestanten zagen de bisschopsbenoemingen als een gevaar voor hun eigen religieuze vrijheid. De inburgeringcursussen voor nieuwe imams, waar zij een toelichting krijgen op onze grondwet, zijn dan ook niet meer dan een begin.

Dat in Nederland onduidelijk is waar de grondwettelijke grenzen liggen, zoals El Boujoufi beweert, is onvermijdelijk. Toch toont de Aprilbeweging dat integratie van wat in eerste instantie onverzoenlijk leek, mogelijk is.

Religieuze strijd tussen protestanten en katholieken is nu ondenkbaar. De vorming door moslims van een eigen zuil, zoals katholieken in de negentiende eeuw deden, is in deze ontzuilde tijd echter niet meer mogelijk.

Van groot belang is dat mensen dezelfde taal spreken en een wederzijdse belangstelling tonen. Een voorwaarde is dat moslims en niet-moslims elkaar ontmoeten, in scholen, in buurten en op het werk. Imams moeten het voortouw nemen en meer in discussie treden met andersdenkenden en de onderlinge angst wegnemen, dan is binnenkort in Nederland ook polarisatie tussen christenen en moslims ondenkbaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden