Moslims leven niet bij Gods woord alleen

Wie op grond van islamitische dogma's bijna alle moslims tot fundamentalisten bestempelt, gaat er ten onrechte van uit dat hun gedrag vrijwel geheel door hun religie wordt bepaald, meent Ruud Peters....

Ruud Peters

De bijdrage van Ewald Vervaet is op het eerste gezicht aantrekkelijk door zijn simpele logica (Forum, 7 februari). Zijn stelling is dat 99 procent van alle moslims orthodox is en dat al die orthodoxe moslims zonder duidelijke aanleiding kunnen muteren tot extremistische en gewelddadige fundamentalisten van het type Mohammed B.

Het is dus onmogelijk voor democratisch gezinde niet-islamitische Nederlanders een verbond te sluiten met 'normale', gematigde moslims, want die zijn er niet. Als je denkt dat je er een gevonden hebt, kan die plotseling veranderen in een gewelddadige radicaal.

De politieke consequentie van die opvatting, waarover Vervaet overigens niet uitweidt, is dat minister Verdonk kordaat en met grote voortvarendheid een beleid moet ontwikkelen gericht op totale assimilatie, bijvoorbeeld door middel van deprogrammering, danwel op deportatie van een miljoen ingezetenen. Ongeveer zoals de Spaanse koningen dit met moslims en joden deden in de 15de eeuw.

Maar alvorens aan dit karwei te beginnen, is het misschien nuttig om Vervaets betoog eens nader te bekijken. Er staan wel veel geleerde en exotische termen in, maar klopt de redenering wel?

Die is opgebouwd uit één impliciet argument en twee expliciete argumenten. Zijn stilzwijgende aanname is dat het gedrag van moslims vrijwel geheel door hun religie wordt bepaald. Vervolgens stelt hij op grond van twee theologische dogma's dat moslims niet geschikt zijn voor democratie.

De ideeën van moslims zijn volgens Vervaet identiek aan de leerstukken van de islamitische theologie en hun gedrag wordt geheel bepaald door de islamitische voorschriften. Hij erkent wel dat er onder moslims meningsverschillen bestaan, maar deze beperken zich tot 'secundaire vragen zoals of een ongestelde vrouw een moskee mag binnengaan.' Over meer essentiële zaken, bijvoorbeeld de verhouding tussen religie en politiek, zou er dus grote eenstemmigheid bestaan.

Helaas bewijst een korte blik op de politieke situatie in de islamitische wereld dat juist die verhouding op zeer verschillende wijze ingevuld wordt. Zet Turkije maar eens naast Saudi-Arabië of Indonesië naast Iran.

In Vervaets model om het gedrag van moslims te voorspellen, is geen plaats voor factoren als sociaal-economische positie, geslacht, onderwijsniveau en cultuur, terwijl deze doorgaans toch uiterst belangrijk zijn.

Bovendien bepalen zulke factoren ook de wijze waarop iemand zijn godsdienst beleeft. De manier waarop moslims met hun godsdienst omgaan en de plaats die ze hun geloof in hun leven geven, kan enorm variëren.

Het is daarom een verkeerde voorstelling van zaken om 99 procent van alle moslims over een kam te scheren en ze allemaal het label orthodox op te plakken.

Maar gesteld dat Vervaets aanname juist is en moslims hun gedrag voornamelijk door religie laten bepalen, klopt het dan dat islamitische dogma's moslims immuun maken voor de democratische rechtsorde? Ik dacht het niet. Zijn eerste argument is dat het leerstuk van de predestinatie moslims verhindert een vrije keus te maken. Vervaet heeft de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt.

Predestinatie betekent niet dat mensen geen keuzes kunnen maken, maar wel dat God al van te voren wist en bepaald heeft welke keuze iemand zou gaan maken. Dit geloof lijkt me een uitstekend uitgangspunt voor een democratie: welke uitslag de verkiezingen ook hebben, hij is altijd door God gewild.

Het tweede dogmatische argument van Vervaet is dat de koran een eeuwige eigenschap van God is. Ik vrees dat ook op dit punt de door Vervaet geraadpleegde beginnersinleiding islam wat te gecompliceerd voor hem was, want deze opvatting (die inzet was van een 9de-eeuwse theologische discussie over de vraag of de koran geschapen dan wel ongeschapen is) is niet zo relevant in dit verband.

Wat hij eigenlijk wil betogen, denk ik, is dat volgens veel moslims de koran letterlijk Gods woord bevat en dat die dus altijd van een hogere orde is dan door mensen opgestelde teksten zoals grondwetten. Zeker, er zijn moslims die vinden dat je naast de koran geen grondwet nodig hebt. De overgrote meerderheid van de moslims echter, hier en elders, accepteert grondwetten, zoals ze door de geschiedenis heen de heersende machten hebben geaccepteerd. Het ene vers van de koran is duidelijker dan het andere. Dat biedt een grote ruimte voor interpretatie en daar is nu en in het verleden intensief gebruik van gemaakt.

Vrijwel alle hier wonende moslims bestempelen tot potentiële terroristen op grond van twee halfbegrepen theologische dogma's is een weinig vruchtbare bijdrage aan het islamdebat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden