Reportage Aanslagen Sri Lanka

Moslims in Sri Lanka zetten zich schrap voor vergelding na terreuraanvallen op kerken en hotels

De lokale bevolking bidt in de buurt van de St. Anthony kerk in Colombo, Sri Lanka. Beeld Getty Images

De bijna twee miljoen moslims in Sri Lanka houden hun hart vast. Ze zijn vaker slachtoffer geworden van wraak, waarvoor de aanleiding een stuk futieler was dan de bloedige aanslagen.

Boven de toegangsweg naar Dharga Town wappert een spiksplinternieuwe welkomstboodschap, maandagnacht geprint en dinsdagochtend opgehangen. Het is een schild dat het plaatsje moet beschermen tegen hernieuwd onheil. ‘Breng de galg naar buiten voor de terroristen die de christenen hebben aangevallen, welke religie ze ook mogen hebben.’ Was getekend: het bestuur van de lokale moskee, pal naast het spandoek.

De aanslagen in Sri Lanka, waarbij afgelopen zondag zeker 321 doden vielen, waren het werk van een afsplitsinkje van een afsplitsinkje. Een clubje fanatici waarvan vrijwel niemand tot twee dagen geleden gehoord had. Nu houden de bijna twee miljoen moslims in het land, zo’n 9 procent van de bevolking, hun hart vast. Ze zijn de afgelopen jaren immers vaker de kop van Jut geweest.

Net als elders in de regio, zoals in Myanmar, roeren ook in Sri Lanka zich steeds vaker militante boeddhisten die met geweld de lokale islamitische minderheid te lijf gaan. In 2013 vielen extremistische boeddhisten een moskee in de hoofdstad Colombo aan. In 2017 raakten ze slaags met moslims in de zuidelijke plaats Galle, in 2018 zetten hordes woedende boeddhisten winkels in de centrale stad Kandy in lichterlaaie. Maar het heftigste geweld was hier, in Dharga Town, in 2014.

Voor de ingang van de moskee beeldt Nazik, een 23-jarige boekhouder, het strijdplan van zijn toenmalige belagers uit op de palm van zijn linker hand: dit is Dharga Town, en hier op de hoofdweg stond de politie. Maar er zijn nog drie toegangswegen, hier, hier en hier. Daarlangs kwamen ze binnen, vanuit de heuvels, en staken de huizen in brand. Twee mensen stierven, tientallen raakten gewond, een handvol verloor een ledemaat door kogelwonden.

Een grootmoeder rouwt om de dood van haar kleindochter. Beeld REUTERS

Weinig aanleiding

Er is doorgaans weinig aanleiding voor nodig. Een verkeersongeluk, een jonge vrouw mogelijk bezwangerd door een moslim, een dodelijke vechtpartij tussen moslimjongeren en een vrachtwagenchauffeur die behoort tot de boeddhistische meerderheid in het land. Dit keer zijn er meer dan driehonderd doden gevallen bij aanslagen gepleegd door Sri Lankaanse moslims. Dus maak je borst maar nat, denken ze in Dhargha Town. 

In plaatsjes waar de bevolking in meerderheid moslim is, die als een parelsnoer langs de zuidwestelijke kust lopen, is de zorg dinsdag voelbaar. Op weg van Colombo naar Dharga Town zijn de rolluiken vrijwel overal naar beneden. Mannen in lange djubba’s – witte gewaden – hangen in steegjes, politieagenten in bruine uniformen staan op de straathoeken met kalasjnikovs in hun handen, hier en daar staat een reusachtig militair pantservoertuig op zes wielen. De islamitische gemeenschap is in standbymodus, wachtend op wat wel of niet komen gaat.

Opruiende memes, plaatjes voorzien van een tekst, doen weer de ronde op Facebook en in WhatsApp-groepen, sociale media die bij voorgaande uitbarstingen van geweld tegen moslims als katalysator optraden. Nee tegen halal voedsel. Nee tegen publiek gebed. Nee tegen nikabs. En nee, tegen terrorisme in Sri Lanka – we weten allemaal waar het vandaan komt.

De islamitische gemeenschap gaat tot het uiterste om zich te distantiëren van de aanslagplegers. Een bron bij ACJU, de koepelorganisatie van moslims in Sri Lanka, zegt dat zijn organisatie al in januari de overheid informeerde over een radicale afsplitsing die de aandacht van de veiligheidsdiensten verdiende. 

Boekhouder Nizak verwoordt het zo: ‘Ze mogen zich kleden zoals wij, vergelijkbare rituelen hebben, maar ze maken geen deel uit van onze gemeenschap. Wij zijn niet verantwoordelijk voor wat deze mensen doen.’

Moslims uit India geven een eerbetoon aan de slachtoffers van de aanslag in Sri Lanka. Beeld AFP

Golfplaten moskee

Vandaag geen gebedsdienst in de Thowtheeth Jama’ath-moskee; de helft van de reguliere bezoekers is zojuist opgepakt. Op de straten en in de steegjes van Dharga Town fluisteren groepjes mannen erover na op dinsdagmiddag. Ze moeten niks hebben van die Thowtheeth-mensen, die radicalen. De moskee, als je het halfopen gebedsvloertje beschut door een golfplaten dak zo mag noemen, werd hier 2,5 jaar geleden geopend. 

De Thowtheeth Jama’ath zijn fundamentalistische moslims die het wahabisme aanhangen, de uiterst conservatieve interpretatie van de islam die in Saoedi-Arabië als staatsreligie geldt. Maar ze doen niemand kwaad, zeggen de mannen op de straathoeken in Dharga Town. Ze ageren tegen roken op straat. Zeuren over gebedsrituelen die volgens hen anders moeten. Een enkele keer schalde uit hun luidspreker, een treurig geval boven het hutje dat als moskee dient, de boodschap dat zij de enige ware islam vertegenwoordigen. 

Van die splintergroep, de Sri Lanka Thowtheeth Jama’ath, is kennelijk enkele jaren geleden een nog kleiner splintertje afgesplitst dat zichzelf de National Thowtheeth Jama’ath noemt. Dinsdag maakte de overheid bekend dat die groep, vermoedelijk met steun van een internationale terroristische beweging, ruim driehonderd mensen in toeristenhotels en christelijke kerken had opgeblazen. 

Vragen

‘Nu zitten wij met dezelfde vragen als de rest van de bevolking,’ zegt Zinda Zanir (37), manager van een luciferfabriek, in het hofje voor de moskee in Dharga Town. ‘Wie zijn die mensen? Hoe kon dit gebeuren? Wie heeft ze geholpen? Wat hopen ze te bereiken?’

De antwoorden op die vragen worden onder meer gezocht in het naburige plaatsje Panadura, in het huis waarin enkele aanslagplegers – mogelijk ook de leider – de afgelopen maanden verbleven. De politie kwam er terecht via een chauffeur van Pickme, de lokale versie van taxi-app Uber, vertelt een overheidsfunctionaris die betrokken is bij het onderzoek. 

Vanuit het huis in Panadura zijn volgens deze bron de aanslagpleger op het Kingsbury-hotel vertrokken, en één van de twee aanslagplegers op het Shangri-La-hotel. Die laatste bestelde eenvoudigweg een Pickme via zijn mobiel, stapte uit bij het Shangri-La, en blies zichzelf op in de ontbijtzaal. In het huis zelf heeft de politie onder meer batterijen en de verpakkingen van infrarood afstandsbedieningen gevonden.

Bij het verlaten van Dharga Town, terwijl een dreigende tropische regenbui de lucht donker kleurt, doet de hevige wind de witte vlaggen boven de weg luid kloppen. Het is de kleur die in dit deel van de wereld rouw symboliseert. Zwart brengt ongeluk. Toch hangt er aan de lantaarnpalen ook hier en daar een zwarte banier. ‘Dat is immers de rouwkleur van de christenen’, zegt Nazik, de boekhouder. ‘En wij rouwen met onze broeders en zusters.

Een man liep de kerk binnen, drukte op een knop – en Wimanna’s ouders waren weg

Na de bloedige aanslagen op hun kerken, het ernstigste geweld sinds het einde van de burgeroorlog, kunnen Sri Lanka’s christenen nauwelijks bevatten wat er gebeurd is. ‘Geweld is niet mijn antwoord. Maar wat anderen denken, dat weet ik niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden